Een kwestie van vertrouwen

Open brief van professor Roald Docter

Professor Roald Docter stuurde ons eerder al een lezersbrief. Hij stuurde ons nog een brief naar aanleiding van de reacties die hij kreeg op de vorige. 

De afgelopen weken is me een paar keer gevraagd wat ik toch tegen Rik Van de Walle, een van de kandidaatrectoren heb, vooral door mensen die in zijn ‘campagneteam’ op de sociale media actief zijn. Ik had mij waarschijnlijk te openlijk achter het andere kandidatenduo geschaard. Vreemd genoeg is me nooit gevraagd wat ik tegen Rik Van de Walle en Mieke Van Herreweghe heb. In alle eer en geweten kon ik telkens antwoorden “niets”; dat zou ik overigens ook op die nooit gestelde vraag hebben kunnen antwoorden. Eigenlijk ken ik Rik slechts van de overlegmomenten die hij samen met Gita Deneckere als ZAP-verkozene in de Raad Van Bestuur organiseerde en waarin heel open met collega’s van alle faculteiten de algemene beleidsvoorstellen werden besproken. Een buitengewoon goed initiatief dat ik zeer waardeerde: universitair bestuur zoals het hoort. Toen we elkaar begin dit jaar op de nieuwjaarsreceptie van de UGent in het Ufo spraken over zijn kandidatuur, zei ik met een knipoog dat hij geluk had dat hij zo’n goede kandidaat vicerector had gekozen. Tactisch gezien was de keuze voor Mieke dan ook een zeer goede zet: een uiterst capabele en gewaardeerde collega uit een grote alfafaculteit. Alle redenen om me achter hem te scharen waren aanwezig, zou je denken. Ik was echter op mijn hoede, want het kwam me allemaal net iets té tactisch over.

"Tactisch gezien was de keuze voor Mieke een zeer goede zet"

Van alle verwikkelingen in de aanloop tot de verkiezingen, waarbij Rik Van de Walle aanvankelijk als kandidaat vicerector met huidig rector Anne De Paepe wilde opkomen, wisten we op dat moment zelfs nog niets. Met Mieke vertegenwoordig ik samen de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte in de Onderzoeksraad en ik had haar al eens aangesproken of ze niet de ambitie had voor een hoger bestuursmandaat. Ze antwoordde toen dat ze het onderzoek en onderwijs ook nog te zeer waardeerde om dat te ambiëren. Iemand kan natuurlijk van gedachte veranderen en men hoeft ook niet alles met mij te willen delen, maar ik was niet de enige in de faculteit die zeer verbaasd was over haar kandidaatstelling. Mutatis mutandis gold dat in een andere faculteit waarschijnlijk ook voor de kandidatuur van Sarah De Saeger. Op die bewuste nieuwjaarsreceptie pareerde ik de voorbarige conclusie van een van de omstanders “dat Roald ook aan onze kant staat” dan ook met de woorden “ik wil eerst wel eens jullie programma zien”; Rik zal het zich wellicht herinneren. Van de vriendelijke uitnodiging om dan aan hun programma mee te schrijven is nooit wat in huis gekomen. Misschien spijtig, omdat het dan waarschijnlijk veel beter was geworden, vooral op het vlak van de bestuurscultuur.

"Van de vriendelijke uitnodiging om aan hun programma mee te schrijven is nooit wat in huis gekomen"

Voor velen aan de UGent zijn een transparante, open en dus modernere bestuurscultuur en - structuur absoluut prioritair (zie o.a. ook de artikelen in De Standaard van Prof. Marc De Vos en Prof. Filip De Rynck). In een open brief aan Schamper heb ik vorige week geprobeerd een breed gevoelde angstcultuur binnen de universiteit te benoemen en ook een aantal eenvoudige oplossingen gesuggereerd om die te ondervangen: Zorg voor duidelijke richtlijnen omtrent de functies die binnen de organisatie cumuleerbaar zijn; zorg ervoor dat mensen niet eindeloos op postjes heen en weer schuiven; stel duidelijke termijnen aan de verschillende functies; en laat meer mensen participeren in het bestuur van de universiteit (alle professoren worden immers geacht aan interne dienstverlening te doen). Verlaat elke vorm van coöptatie voor bestuursposten of maak bij verkiezing van een centrale mandaathouder (rector, decaan) tenminste duidelijk wie er nog meer mee in de deal zit; vraag een open kandidaatstelling voor vacant komende bestuursposten; en zorg dat overal binnen de universiteit voor alle stemmingen over personen een geheime stemming verplichtend is.

Laten we daarom de programma’s van de twee kandidatenduo’s op het thema bestuur en bestuurscultuur eens met elkaar vergelijken. Bij Guido Van Huylenbroeck en Sarah De Saeger vinden we het thema op drie plaatsen in het programma aangehaald, o.a. “Rector, vicerector en bestuursploeg gaan voor een bedrijfscultuur waarbinnen ethische principes, vertrouwen en openheid centraal staan met aandacht voor leading examples, servant leadership en good practices. Er wordt een open bedrijfscultuur geïnstalleerd waarbij integriteit, vertrouwen, transparantie en overleg centraal staan. Wederzijds respect, tolerantie en open dialoog zijn de sleutels om polarisatie te voorkomen en harmonieus samen te leven.”

Op zich zijn dit allemaal algemene beleidsprincipes waar ook het andere kandidatenduo waarschijnlijk niet tegen zal zijn. Gelukkig wordt het echter ook geconcretiseerd op de website bij het standpunt ‘naar een nieuw en efficiënt bestuursmodel’. Ook wordt een vorm van collectief bestuur gepropageerd. “Rector en vicerector werken samen met een bestuursploeg die de beschikbare expertise binnen de UGent meeneemt. Basis daarbij is de dialoog tussen alle partijen waarna de lijnen worden uitgezet.” Een uitgewerkt programma waar ik me volledig in kan vinden. Bij Rik Van de Walle en Mieke Van Herreweghe lezen we “We gaan voor een cultuur waar machtsmisbruik, onder welke vorm ook, geen plaats heeft.” Uitstekend, maar ik heb vergeefs gezocht hoe dat geconcretiseerd gaat worden. Ook schrijft dit tweede duo: “In een grote en complexe organisatie zoals de UGent moeten verschillende entiteiten (faculteiten, vakgroepen, onderzoeksgroepen, directies, ...) zicht hebben op elkaars verwachtingen, vragen, noden en mogelijkheden. Dit vereist overleg en korte communicatielijnen.” Dat laatste stond nog niet in de eerste versie van het programma waarmee ze zich presenteerden. Het is echter wel een cruciale toevoeging omdat dit verschillend kan worden uitgelegd. Wanneer je belangrijke bestuursmandaten cumuleert, zoals Rik Van de Walle (decaan en vakgroepsvoorzitter), zijn de communicatielijnen natuurlijk zeer kort. Is dit de weg die we onder zijn rectorschap willen uitgaan? Grotere centralisatie en een top-down bestuur?

"Willen we grotere centralisatie en een top-down bestuur?"

Een ander element dat – bij mij althans - gaande de campagne niet heeft bijgedragen tot een groter vertrouwen in een open en verbindende bestuurscultuur bij het kandidatenduo Van de Walle/Van Herreweghe is het feit dat de kandidaat-vicerector in de communicatie (Twitter, Facebook, gedrukte en digitale pers) vrijwel afwezig was, op het gender-artikel in Schamper van afgelopen zaterdag na. Het was hoofdzakelijk Van de Walle die in beeld kwam en ook in de facultaire presentaties de discussies domineerde. Misschien was dat de interne taakverdeling binnen het duo, maar dan had dat beter naar het universitaire kiezerspubliek gecommuniceerd mogen worden. Nu kunnen we alleen maar vrezen dat deze relatieve onzichtbaarheid zich binnen een effectief (vice)rectorschap zal doorzetten; en dat zou een serieuze miskenning zijn van de kwaliteiten van Mieke Van Herreweghe. Het contrast met het duo Van Huylenbroeck/De Saeger dat bovendien ‘Samen’ als kernwoord in de communicatie voert kan niet groter zijn. Hoewel ik hen aanvankelijk minder goed kende hebben ze mij met hun programma, zeker op het vlak van een transparante en moderne bestuurscultuur, en hun gezamenlijke optreden vanaf dag één volledig overtuigd. Als duo hebben ze daarom mijn vertrouwen en stem.

Prof. Roald Docter

0
Gemiddeld: 5 (1 stem)

Reactie toevoegen