Zombiepatatten!
- editie
- 516
- categorie
- wetenschap
Nu in Dendermonde het proces gestart is tegen elf activisten van het Field Liberation Movement, laait de discussie over ggo’s opnieuw op. Lees zeker dit alvorens te oordelen.

Door Suzanne Van Brussel

Say what?!
Eerst en vooral: wat zijn ggo’s? Het modieuze letterwoord staat voor ‘genetisch gemodificeerd organisme’, met andere woorden een organisme — plant of dier — waaraan men een beetje aan het DNA heeft zitten sleutelen. In de jaren ’80 werd aan onze universiteit de basis voor genetische modificatie van planten gelegd. Marc Van Montagu en Jozef Schell slaagden er toen in een stukje vreemd DNA in een plant in te bouwen met behulp van de bacterie Agrobacterium tumefaciens. In de natuur brengt deze bacterie een stukje DNA in een plantencel dat, wanneer het tot expressie komt, plantentumoren veroorzaakt. Het lab van Schell en Van Montagu slaagde er echter in dit stukje tumorverwekkend DNA te vervangen door een ander gen dat nadien ingebouwd kon worden in de plant. Sindsdien zijn deze technieken steeds meer en meer verfijnd en zijn ggo-gewassen al lang geen curiosum meer. Grote kans dat je T-shirt gemaakt is van gemodificeerd katoen. Ook in het merendeel van de geteelde soja is reeds met het DNA geknutseld. Toch zal je in Europa nog niet snel door een ggo-veldje lopen, want hier vind je die zeer zelden en in Vlaanderen —behalve enkele proefvelden— vind je er helemaal geen. Terecht vinden velen, want ggo’s houden hopen risico’s in. Niet waar, volgens de voorstanders. Je kan overal wel iets slechts in vinden, als je maar blijft zoeken. Schamper legde een aantal voor- en tegenstanders het vuur aan de schenen.
Risico’s?
Om te beginnen is er de milieuproblematiek. Ggo’s zouden een risico zijn voor hun natuurlijke omgeving. Zo is er het fel bediscussieerde probleem van de kruisbestuiving. Ggo-gewassen vormen pollen, zoals elke andere plant. Wanneer die zich verspreiden, kunnen ze op het veld van een andere boer terechtkomen die helemaal geen ggo’s wil kweken, of kruisen met wilde variëteiten in de natuur. Een groot gevaar, zo leren verschillende bronnen ons, zeker wanneer die nieuwe transgene planten een niet-natuurlijk competitief voordeel hebben tegenover hun oorspronkelijke wilde voorouders. Dan zouden die laatste wel eens kunnen verdwijnen, met alle gevolgen voor het ecosysteem van dien. Toch lijken de betrokken wetenschappers dit probleem niet zo groot te vinden. Geert De Jaeger, hoofddocent verbonden aan de vakgroep Plantenbiotechnologie en Bioinformatica. “Ik zie niet in dat je gewassen zou moeten steriel maken als er geen gevaar wordt aangetoond voor de volksgezondheid of het milieu. Als de veiligheidsinstanties op wetenschappelijke grond een gevaar opmerken, dan zal het de markt sowieso niet halen. Dat is voorzorg.” “Bovendien is dit niet zo evident”, vertelt Jeroen Crappé, doctoraatsstudent bioinformatica en beheerder van de pro-ggosite biolyrics: “Je moet ook zaad hebben om verder mee te planten en mee te veredelen. Ggo-gewassen zijn niet één soort. Het Bt-katoen in India bijvoorbeeld zijn meer dan 800 hybriden, die klassiek veredeld zijn. Bovendien wordt het ook gewoon niet gedoogd, want op die manier kunnen boeren geen zaad bijhouden en versterk je dus het monopolie van multinationals.”
Sojanoten?
De meeste ggo-gewassen worden geteeld met het oog op consumptie. Toch lees je hier en daar dat het lang nog niet zo veilig is als wordt beweerd. Zo zou het risico op allergieën heel wat hoger liggen bij gemodificeerd voedsel. Volgens Crappé is er echter nog nooit onderzoek geweest dat dat ook effectief aantoonde. “Soja is een heel gebalanceerd dieet, alleen bevat het te weinig eiwitten met zwavelverbindingen. Daarom had men het gen van een eiwit dat die wel bevat uit een noot gehaald. Dat zorgde er natuurlijk voor dat de mensen die allergisch waren voor die noot, ook allergisch zouden zijn voor die soja. Hij is dan ook nooit op de markt gekomen, net omdat de controle op ggo’s zo streng is. Die controle is trouwens afwezig bij veredelde gewassen. Bij kiwi bijvoorbeeld, een relatief recent, op de klassieke manier geteeld gewas, werd pas vier jaar na de introductie geconstateerd dat mensen daar allergisch op kunnen reageren. Maar kiwi is nog steeds op de markt en nieuwe varianten daarvan mogen ook nog steeds gelanceerd worden, zonder al te veel controle, ook al wéét je dat daar mensen allergisch aan kunnen zijn. Ergens vind ik dat niet logisch.’
Reddende engel?
Ggo’s zouden oplossingen kunnen bieden voor de grote uitdagingen van de toekomst. We zúllen een bevolking van tien miljard mensen moeten voeden, maar aangezien het leefmilieu op onze planeet nu al zwaar onder druk staat, zijn zowel voor- als tegenstanders het erover eens dat dit op een meer duurzame en ecologisch verantwoorde manier moet. Volgens De Jaeger merken we al dat ggo’s en duurzame landbouw hand in hand gaan. En anderzijds vinden de landbouwers zelf alvast dat de voordelen opwegen, want op continenten waar de technologie niet zo sceptisch wordt bekeken, stijgt het aandeel jaarlijks. Momenteel beslaat het reeds tien procent van het wereldareaal.”
Toepassingen
“Er zijn twee belangrijke toepassingen momenteel: herbicidetolerantie en insectresistentie. De eerste maakt conventionele teelt duurzamer door herbiciden te promoten met een lagere impact op het milieu en belangrijker, het bevordert non-tilling. Met dit laatste wordt bedoeld dat de landbouwer niet meer ploegt om van het onkruid af te raken. Ploegen is een belangrijke oorzaak van bodemerosie, misschien wel het belangrijkste probleem in de landbouw wereldwijd. Bovendien zorgt non-tilling voor een drastische daling in de vrijstelling van broeikasgassen. Insectresistente gewassen (ook wel Bt-gewassen genoemd) hebben als voordeel dat er minder met insecticiden moet gespoten worden, met gemeten winst voor faunadiversiteit op het veld.” Ook Jeroen Crappé beaamt dit: “Ggo’s kunnen de conventionele landbouw al een stuk duurzamer maken, al blijft het natuurlijk wel een monocultuur, dus in die zin is dat misschien nog niet zo’n overtuigend argument. Maar het wordt nog beter: in Engeland is men bezig met een veldproef met ggo’s die een feromoon produceren dat in de natuur door bladluizen wordt geproduceerd wanneer er gevaar dreigt. Ze waarschuwen zo soortgenoten dat ze zich uit de voeten moeten maken, maar het feromoon trekt ook hun predators aan. Dit systeem hebben al meer dan 400 planten in de natuur zelf overgenomen, en nu heeft men dat systeem in ggg’s ingebracht zodat die zelf hun predatoren kunnen afweren, zonder dat je ook maar één insect doodt. Er wordt nu ook heel veel onderzoek gedaan naar droogteresistente gewassen, of gewassen die lange tijd onder water kunnen overleven in overstromingsgevoelige gebieden. Dat zal in de komende jaren steeds meer en meer aan bod komen door de klimaatverandering. Dat zijn toch mooiere voorbeelden dan die eerste generatie biotechgewassen die we nu hebben.‘
Maar...
Toch wil Jeroen Watté, van de organisatie Wervel (n.v.d.r., Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw), daar graag een aantal kantlijnen bij plaatsen: “Ggo’s zijn een onderdeel van het industriële landbouwmodel. Dit model is al sinds vier jaar door de VN geklasseerd als ‘niet langer een optie’ en wanneer je het ggo-areaal bekijkt, blijkt dat dat reeds voor 99,99 procent industriële landbouw is. Ze worden dan ook ontwikkeld voor grootschalige toepassingen. Ze zijn nu eenmaal niet kosten-efficiënt voor kleinschalige landbouw. Maar er zijn wel andere alternatieven: studies hebben aangetoond dat agro-ecologie waarbij alles op kleinere schaal wordt geproduceerd, een grotere opbrengst heeft per vierkant meter. Agro-forestry is daar een onderdeel van. Daarbij verklein je de schaal je landschap en creëer je niet alleen habitats voor biodiversiteit, maar ook een efficiënter productiesysteem, waarbij meer biomassa geproduceerd wordt en het hele ecosysteem droogteresistenter wordt.” Professor De Jaeger wil hier toch even nuanceren en verwijst naar een paper van Foley die afgelopen maand in Nature verscheen. “De auteur die een aanhanger is van de agro-ecologie, kon dit niet aantonen in zijn veldproeven.” Toch benadrukt Watté dat Wervel meer heil ziet in populatieveredeling dan in ggo’s, om een bredere agrobiodiversiteit in het gewas te behouden op het veld.
Evaluatie
Het grootste discussiepunt in ggo’s lijkt wel het voorzorgsprincipe: het is niet omdat er geen negatieve effecten zijn aangetoond, dat ze er niet zijn. De ene vindt dat je daar niet ver genoeg in kan gaan. Zolang we niet honderd procent kunnen uitsluiten dat ggo’s geen grote gevolgen voor het milieu en onze gezondheid hebben, kan je ze maar beter in labo houden. Maar voorstanders vinden dat er al genoeg getest is, dat de risico’s echt wel bijna uitgesloten zijn en dat je dus voort kan met de techniek. En dat moet nu eenmaal via veldproeven en in de natuur. Al is er wel één constante te bemerken bij beide partijen: we moeten naar een meer duurzame en ecologische wereld, met genoeg voedsel voor iedereen.
Wie meer info wil over het debat rond ggo’s, kan steeds terecht op www.biolyrics.be of www.ggo-debat.be.
Professor De Jaeger liet nog weten dat het onderzoek van Foley in feite een metastudie is. De veldproeven die betrokken zijn in het onderzoek zijn dus niet uitgevoerd door Foley zelf.

Reacties
Geert De Jaeger laat zich
Op 13 mei 2012 om 11:58 door StevenGeert De Jaeger laat zich weer gaan. GGO’s een zegen voor de mensheid? Al wie de huidige toepassingen van ggo’s bekijkt, merkt het tegendeel. Wie dit opmerkt bij Geert, krijgt echter te horen dat Monsanto de grootste lieverdjes van de klas zijn (“Percy Schmeitzer is een oplichter” vertelde hij onlangs publiekelijk), dat er GEEN zelfmoorden bij Indische boeren zijn die toegeschreven worden aan de ggo-katoenteelt, en dat de sojamonoculturen in Zuid-Amerika een zegen zijn voor de lokale werkgelegenheid. En oh ja, de ‘markt’ zal de honger wel uit de wereld halen: hoe meer voedsel we vermarkten, hoe meer sociale rechtvaardigheid er komt. Wie neemt deze man nog serieus?
Voor adepten van Foley: hij
Op 13 mei 2012 om 23:20 door Jeroen WattéVoor adepten van Foley: hij vond in een twitterconversatie vorige week de paper “How agricultural research systems shape a technological regime that develops genetic engineering but locks out agroecological innovations”, die in de journal Research Policy verscheen in 2009, “very interesting “. Lees de paper op: http://t.co/z9cFgDt2
Bovendien antwoordde hij “indeed!” op volgende tweet van Wervel “Agroecological intensification enables ecosystems to avoid the diseases of industrial ag that gm wants to cure”. Maar dat gezegd zijnde, waarom zou Foley nu ineens de referentie moeten zijn over agro-ecologie?
Telt één iemand die een metastudie uitvoert nu ineens meer mee dan het IAASTD-rapport van de VN (2008) waar het potentieel van agro-ecologie in de verf gezet wordt en het onevenwichtig landbouwonderzoek als groot probleem wordt aangehaald (teveel in bedrijfshanden, teweinig op duurzaamheid gericht), en de risico’s van ggo’s adequaat geduid worden? Dat rapport werd door meer dan 400 wetenschappers geschreven, gedurende vier jaar lang, maar geen enkele krant in België berichtte erover, behalve de Wervelkrant.
Een blik achter de schermen van de ggo-lobby gaf Olivier De Schutter tijdens zijn exposé vorige maand in het Vlaams Parlement. Hij onthulde er de invloed van de gg-maïs lobby in Mexico nav ontmoeting met de chief scientist daar (beluister vanaf 13:55) http://bit.ly/IGyPkM
Inderdaad Jeroen, Foley
Op 18 juli 2012 om 20:54 door Geert De JaegerInderdaad Jeroen, Foley vecht voor agro-ecologie. Terecht? natuurlijk, teeltwijzen moeten beter en de voetafdruk van conventionele landbouw moet dalen en agro-ecologie kan daarbij helpen. Maar we moeten ook de feiten correct plaatsen. En Foley geeft in een metastudie aan dat opbrengsten in agro-ecologie bij uitzondering de opbrengst haalt van conventionele. Geef ik daarmee te kennen dat ik daarmee agro-ecologie afschrijf? Helemaal niet.
Dergelijke reactie is van
Op 18 juli 2012 om 21:00 door Geert De JaegerDergelijke reactie is van zodanige lichtheid dat ik hier enkel op reageer om iedereen uit te nodigen op de Facebook site ‘Save our science’ het debat te komen meevolgen en er aan deel te nemen.
Voorgaand bericht was een
Op 18 juli 2012 om 21:02 door Geert De JaegerVoorgaand bericht was een reactie op dat van Steven Desanghere van FLM