Student in experiment
- editie
- 516
- categorie
- nieuws en reportages
Elektrische schokken, vragenlijsten afnemen of het land afschuimen om archieven uit te pluizen. De student wordt voor van alles en nog wat ingezet aan onze universiteit. Wordt hij gebruikt of misbruikt en hoe betrouwbaar is het resultaat?

Het inzetten van studenten bij onderzoek doet heel wat vragen rijzen. Zo is het in de psychologie de gewoonte dat studenten participeren aan experimenten of vragenlijstonderzoek uitvoeren. De meningen over het gebruik van studenten in onderzoek zijn sterk verdeeld, zowel onder professoren als onder studenten.
Is het noodzakelijk voor de opleiding of is dat enkel een excuus?
Klachten
Laten we beginnen bij het begin. Verschillende studenten klagen over de verplichte deelnames aan allerlei onderzoek. Enkele jaren geleden ontving de Schamperredactie nog een lezersbrief waarin werd aangeklaagd dat studenten psychologie vaak moeten deelnemen aan experimenten of voor een practicum vragenlijsten moeten invullen. Kritiek die op steun kon rekenen van collega-studenten, maar eveneens een pak tegenwind te verduren kreeg. Want is het niet zo dat die studenten ‘gratis’ examenpunten krijgen voor hun deelname? Hoe eerlijk is dat tegenover studenten die hard moeten werken voor zulke punten?
Hoewel vooral gebruikelijk in de psychologie, worden ook studenten uit andere richtingen ingezet voor onderzoek. Zo moet elke student Gezondheidsvoorlichting en -bevordering verplicht tachtig uur veldwerk uitvoeren. Een student die voor zijn of haar eigen onderzoek geen veldwerk nodig heeft, moet dat dan maar voor het onderzoek van een ander doen. Aangezien de begeleiding gebeurt door doctoraatsstudenten, worden de gegevens meestal voor hun onderzoek verzameld.
Studenten geschiedenis moeten in hun tweede jaar papers schrijven. Ook hier zijn doctoraatsstudenten meestal de promotor waarvoor gegevens verzameld moeten worden. Groot nadeel is het kostenplaatje dat hieraan verbonden is. De archieven liggen verspreid over heel Vlaanderen. Hoewel het openbaar vervoer soms wordt terugbetaald, moeten de meeste studenten diep in hun buidel tasten om de vervoerskosten zelf te betalen.
In de logopedie worden thesissen geschreven aan de hand van gegevens uit vragenlijsten. Die vragenlijsten worden meegegeven aan andere studenten om voor te leggen aan de man in de straat. De gemiddelde student kiest eerder voor de snelle optie: familie en vrienden, of als de nood hoog is: zelf invullen. Dat is iets wat het besluit van een thesis kan vertekenen.
Bonuspunten
Waarom worden studenten dan zo vaak ingeschakeld? We stellen de vraag aan professor Alain Van Hiel. Elk jaar geeft de professor een vrijblijvende opdracht met vragenlijsten aan zijn studenten Politieke Psychologie. Die opdracht is volgens Van Hiel educatief verantwoord. Onderzoek is nodig, omdat het ons onderwijs vormgeeft. “Als je iets aan bod laat komen in de les, zonder daar zelf onderzoek naar te doen in Vlaanderen, dan is dat naar mijn mening maar een lege doos. Eigen onderzoek moet ook een weg vinden naar het onderwijs. We zijn een gemeenschap van studenten, docenten en technisch personeel en wij trekken allemaal aan eenzelfde touw dat de Universiteit Gent heet en dat een kwaliteitsmerk moet worden.”
“Studenten bewijzen de professor een grote dienst door mee te werken aan onderzoek”, zo stelt hij. Omdat een steekproef van studenten meestal niet divers genoeg is, wordt daarnaast vaak een beroep gedaan op een onderzoeksbureau. De kosten voor zo’n bureau zijn torenhoog. “Mochten de studenten er niet zijn, dan zouden we veel onderzoek met een blinddoek beginnen. Dat zou ons tonnen geld kosten. Dat vertel ik ook aan mijn studenten.”
In ruil voor die vrijwillige deelname krijgen de studenten een bonuspunt op het examen. Een punt dat het verschil kan betekenen tussen blokken in augustus of dat weekje extra vakantie. Professor Van Hiel relativeert: “De afspraken zijn heel duidelijk en helder. Ik begrijp dat iemand die 9/20 haalt en de vragenlijst niet heeft ingevuld zal vloeken. Maar hij moet beseffen dat hij buist op een vak waarvoor 90% van de studenten geslaagd is. En die student heeft ook de kans en uitnodiging gekregen om dat bonuspunt te verdienen.”
Is zo’n bonuspunt wel eerlijk tegenover studenten uit andere richtingen, die deze kans niet krijgen? Opnieuw relativeert prof. Vanhiel: “Als je de tijd bekijkt die je besteedt aan het uitdelen van vragenlijsten of aan het extra bestuderen van je cursus, dan zal dat ongeveer op hetzelfde uitkomen.”
Maar wat dan met studenten psychologie? Zij krijgen twee examenpunten cadeau, enkel en alleen voor hun deelname aan drie experimenten. Johnny Fontaine, professor psychodiagnostiek, ziet twee argumenten ter verantwoording. “Ten eerste is het internationaal gezien gebruikelijk dat studenten van een faculteit Psychologie deelnemen aan onderzoek en daar ook punten voor krijgen. Ten tweede is er de veronderstelling dat door deel te nemen aan een experiment de student zelf zicht krijgt op wat een experiment is, wat dat met een mens doet, enzovoort. In de masterjaren wordt men aangemoedigd om zelf een experimenteel onderzoek op te zetten en dit helpt om zich meer bewust te zijn van hoe het eraan toegaat.”
Betrouwbaar?
Henk Roose, professor methodologie, is op zijn minst gezegd allergisch voor het inzetten van studenten in onderzoek. Volgens de professor zijn studenten niet representatief voor de ruimere populatie. “Studenten zijn aan een hoge opleiding bezig en zijn doorgaand gemotiveerd om aan zo’n onderzoek deel te nemen, aangezien ze beloond worden. Vandaar dat resultaten veralgemenen op basis van alleen studenten gevaarlijk is. Onderzoek moet gebaseerd zijn op een aselecte steekproef.”
De redenering is niet volledig volgens prof. Van Hiel. “Er zijn veel onderzoeksstromingen waar representativiteit zeer belangrijk is, bijvoorbeeld bij frequenties of gemiddelden. Bij correlaties of bij experimentele effecten is dat minder van belang.” Sociologisch onderzoek eist dus veel meer dat een steekproef representatief is. Psychologisch onderzoek daarentegen focust vaker op verbanden tussen variabelen en werkt daarnaast veel meer met controlegroepen.
Opvallend is dat de gegevens vaak bedoeld zijn voor het onderzoek van doctoraatsstudenten. De studenten zijn een dankbaar slachtoffer om het werk op af te schuiven. Er is echter geen zekerheid over de juistheid van de verzamelde data.
Prof. Fontaine voegt daaraan toe: “Uit eigen onderzoek blijkt dat de studenten veel betrouwbaarder de vragenlijst invullen. De structuur kwam veel duidelijker naar boven in onze analyses. Aangezien studenten vaak worden gevraagd voor deelname aan onderzoek, zijn ze beter in staat om de ideeën die ze hebben, weer te geven in zo’n format. We waren zelf verbaasd dat dit zo goed bleek te werken. Globaal genomen is het voor onderzoek dus zeer interessant om met die groep te werken.”
“Ja, maar...”
En wat denkt u, de student, daar nu zelf van? Frustratie of begrip? Bij een kleine rondvraag krijgen we steeds hetzelfde antwoord: “Ik vind het wel goed, maar…” Een studente geschiedenis ziet haar deelname aan onderzoek wel gerechtvaardigd. “Je maakt al kennis met de archieven en leert hoe je gegevens moet verzamelen en verwerken. Maar het nadeel is zeker het financiële aspect.”
Van de studenten psychologie die wij aanhoorden, is iedereen het er unaniem over eens: deelname aan experimenten is een pluspunt voor de opleiding. Hadewijch Opdebeeck, studente psychologie: “Zonder de experimenten eens zelf te doen, zouden we geen flauw idee hebben wat dat precies is, terwijl we constant met experimenten om onze oren worden geslagen.” Tim Bal, een andere student psychologie, ziet het veelvuldig gebruik van studenten als een gevolg van de publicatiedrift die heerst. “Het is een noodzaak geworden. Ik begrijp dus ten volle dat dit een manier is om zowel onderwijs te kunnen geven en voldoende onderzoek uit te voeren om mee te kunnen draaien.”
Prof. Van Hiel beseft zelf dat studenten vaak overbevraagd worden. “Als ik moet tellen wat studenten allemaal moeten doen in de psychologie, dan vraag ik mij soms ook af of studenten niet worden gebruikt of ‘misbruikt’. In die context kunnen studenten zich wel uitgemolken voelen.”
Onderzoek op en door studenten is dus niet helemaal af te schrijven. Er zijn methodologische argumenten voor en tegen. Voor de student kan het een nuttig onderdeel van de opleiding zijn en het stimuleert onderzoek. Maar er moet worden rekening gehouden met fouten die zo in het onderzoek sluipen.
Professor Roose: “Bij het proberen produceren van wetenschappelijke kennis is er steeds een zekere onbetrouwbaarheid en onzekerheid die je moet inplannen. Honderd procent zekere kennis bestaat niet. Maar het is het beste wat we kunnen doen.”

