Het zaad van uw maat doet niemand nog kwaad
De bofepidemie die momenteel de UGent teistert, is meer dan een louter ongelukkige samenloop van omstandigheden. Hier zijn machten aan het werk die eropuit zijn elke levenslustige jongeman aan onze universiteit voor de rest van z’n leven losse flodders te doen schieten.

Gefotografeerd door Joost Depotter
De Liga tegen Overbevolking
Op 6 april, een dikke week voor de eerste berichten over bof de pers bereikten, lag een brief in de bus van de rector. Deze formuleerde in niet mis te verstane bewoordingen een bedreiging aan de UGentpopulatie. Een insider bezorgde Schamper een kopie van het originele bericht:
“Geachte rector Paul Van Cauwenberge,
De wereld is overbevolkt, honger is overal en zelfs westerse middenklassengezinnen voederen hun kroost met kleurstoffen. Gent-Sint-Pieters lijkt meer en meer op Bombay Central en in de City Delhaize worden we verplicht om zelf onze boodschappen af te rekenen. De overbevolking zorgt voor een giftig klimaat en extreemrechts plukt de vruchten. Wij willen ingrijpen voor een KVHV’er verkozen raakt voor de Raad van Bestuur.
Daarom hebben wij besloten het heft in eigen handen te nemen. Op de eerstvolgende spelletjesavond van een niet nader genoemde studentenvereniging zullen wij een uiterst besmettelijke variant van het bofvirus verspreiden. Onvruchtbaarheid is de enige weg naar een tolerante toekomst. Om een omelet te maken moet men eieren durven te breken.
Hoogachtend,
De Liga tegen Overbevolking”
Fatale bofkick op een sirene
Het bericht werd — ten onrechte — van de hand gedaan als een misplaatste grap. Met alle gekende gevolgen. Zeker aan de faculteit Geneeskunde, waar de lessen gedomineerd worden door het voortdurende gekerm van de verslagen naar hun liesstreek grijpende studenten. Tussen het kreunen door wordt er tussen de ooit viriele jongemannen druk gespeculeerd over mogelijke schuldigen. Eén naam komt steeds bovendrijven: Flore Nachteghaele, derde bachelor Geneeskunde, notoir Overpoortsmosser en mooi als duizend dauwdruppels op een zonnige lentemorgen.
Ik vind haar terug op de dansvloer van de Amber en haar bolle wangetjes wekken een geil knaagdier in mij tot leven, waarvan ik het bestaan niet eens afwist. Ik knabbel, sabbel zachtjes op het rietje van mijn breezerken en wek op die manier haar aandacht. Ze wenkt me. I’m going the distance. Het bovenste knoopje van haar bloes gaat los. Vol zelfvertrouwen vlijt ze zich tegen me aan. Boots with the fur wordt onze verleidingsdans. Ik schuur naar hartenlust, zij drukt pretkusjes in mijn hals.
In al mijn enthousiasme laat ik de waakzaamheid varen. Ze kust me vol op de mond en gaat met haar tong tegen mijn verhemelte tekeer als een deurwaarder die met een wattenstaafje een DNA-staal probeert te nemen. Plots verkoelt haar enthousiasme, haar verwilderde blik wordt doods en berekend. “Sorry, bofkont, ik heb morgenvroeg practicum, ik bel je nog wel, misschien.” Hoe kon ik zo stom zijn? Waarom doet ze het? Dient ze inderdaad een hoger doel of is ze gewoon een mannenhaatster? Al mijn vragen blijven onbeantwoord. Man en vrijgezel, kijkt uit voor deze del!
Deze redacteur is de onderzoeksjournalistiek grondig beu. Zijn ballen jeuken, het krabben bezorgt hem een stekende pijn.
