Uw mondeling examen in scène gezet?
UGentstudent, wapent u tegen de komende mondelinge examens! De kans is namelijk reëel dat u zich de nakende examenperiode niet alleen zorgen moet maken over de vragen die de prof u stelt, maar ook over de manier waarop hij ze stelt. De vakgroep Sociale Gedragspsychologie kreeg toestemming van de rector om een tiental mondelinge examens te gijzelen in het kader van een internationaal onderzoek.
Prof. dr. A. Van Tiel (vakgroepvoorzitter, n.v.d.r.): “In samenwerking met de universiteit van Cambridge is onze vakgroep nu al een goed jaar extensief onderzoek aan het voeren naar de effecten op mensen van stimuli in stressvolle situaties.
Alles bijeen hebben we een tiental professoren, verspreid over de ganse universiteit, bereid gevonden om mee te werken aan ons project. We hebben bewust gekozen voor vakken met een sterk verschillend profiel. Zowel een aantal beruchte buisvakken uit de bachelorjaren als meer gemoedelijke masterstudies zijn opgenomen in het onderzoeksspectrum.
Deze proffen zullen tijdens de examinering het hen opgedragen gedrag aannemen. Dit gedrag kan variëren van enthousiast knikken of grijnzen tot ietwat meewarig hoofdschudden of herhaaldelijk diep zuchten. Een andere opgave gebiedt de examinator dan weer om bijzonder ongeïnteresseerd te kijken, bijna in te dommelen. Ook zullen we sleutelen aan de omstandigheden waaronder het examen wordt afgenomen: zo zullen we het verschil onderzoeken tussen examens waar studenten een vast contactuur opgelegd krijgen en die waarin ze voor het afleggen eerst een aantal uur samen in een wachtlokaal doorbrengen. Een medewerker van onze vakgroep kan dan, vermomd als derde-surveillant, de nodige aantekeningen maken.
Er is even overwogen om de studenten-proefpersonen na het afleggen van hun examen in te lichten over het onderzoek en hen eventueel een herkansing te geven aan het einde van de examenperiode. Na overleg met de proffen en de verscheidene studentenadministraties hebben we hier uiteindelijk van afgezien. Dit bleek organisatorisch erg moeilijk te realiseren, bovendien lijkt het ons interessant om de studenten op wie de examenomstandigheden een erg nefast gevolg hadden te blijven volgen en ook de effecten op hun latere examens te traceren.
Ik begrijp de onvermijdelijke kritiek maar criticasters moeten beseffen dat dit onderzoek aan het eind van de rit vooral de student zelf ten goede komt. Eindelijk wordt de deugdelijkheid en dus ook de houdbaarheid van het mondeling examen als evaluatiewijze eens op een wetenschappelijke manier onderzocht! Een student die echt stevig in z’n schoenen staat wat de stof betreft, heeft trouwens niets te vrezen en van een herexamen meer of minder is nog nooit iemand gestorven. Ik ben ook student geweest (knipoogt).”
