"Iedereen die wil overleven, doet wat ik al dertig jaar doe."
Sinds zijn doortocht in Tomtesterom is hij ook bij het grote publiek bekend, maar wereldwijd staat Dirk Brossé al jaren bekend als een gerenommeerd dirigent en componist. Een Gentenaar van wereldniveau dus.


In eigen land kreeg hij vooral veel faam als de componist van heel wat musical- en filmmuziek, onder andere die van de klassieker Daens. Geen wonder dus dat hij onder meer de music director van het Gentse Filmfestival is en mee aan de bakermat van de World Soundtrack Awards lag. Maar hoe zit het nu met de toekomst van dat festival, nu de subsidies zo sterk onder vuur liggen?
“De culturele sector in Vlaanderen is afhankelijk van subsidies. Het economische klimaat is slecht en sponsors denken twee keer na voor ze een euro uitgeven. Ook het ministerie heeft minder en minder geld voor cultuur. Dat voelen we natuurlijk. Het ministerie heeft een aantal commissies samengesteld die moeten oordelen wie in aanmerking komt en wie niet. Maar het is een volatiele wereld, met alle gevolgen van dien. Gedurende jaren bouw je iets op, met het risico je gevraagde subsidies niet te krijgen. Helemaal niets krijgen zou catastrofaal zijn, maar een afname zou ook al erg zijn. Dan moet je personeel afstoten, minder concerten of minder films spelen, dat is niet gezond. We zouden alles moeten gaan herbekijken en de kaarten herschikken.”
“Je moet eens bij min twintig in uwen bloten in Siberië durven gaan staan.”
“Ik weet niet wat het ideale cultuurbeleid is. Weet je, ik zal antwoorden met een aantal vragen. Moet men al die grote instituten in stand blijven houden? Misschien moet men eens tabula rasa durven maken door het landschap opnieuw uit te tekenen in het voordeel van jonge mensen? Misschien moet men eens durven een aantal zaken in vraag te stellen. Er zijn te veel instellingen die al lang aan de buis van de subsidies liggen, die het normaal vinden dat de geldstroom maar blijft komen.”
“Awel, vertrekt!”
Terug naar het Filmfestival. Als die World Soundtrack Awards zouden verdwijnen, wat betekent dat dan voor de toekomst van het festival?
“Wat in de kranten staat, moet je niet te letterlijk nemen. Ik zie het nog niet zo direct gebeuren dat de World Soundtrack Awards naar Parijs of Londen verhuizen, dat zou een stommiteit zijn. Dat lijkt me spierballentaal. En terecht: het Filmfestival moet reageren, maar ik vind het tegelijkertijd ook een gevaarlijke uitspraak. Stel dat die opdrachtgever zegt: ‘Awel, ga dan naar het buitenland!’ Wat dan? Je mag niet vergeten dat de subsidies maar een deel van het geld zijn. Een ander belangrijk deel komt van sponsoring, dus wanneer je omwille van één inkomstenbron naar het buitenland trekt, dan laat je een heleboel andere partners in de kou staan. Bovendien, het buitenland is groot en niemand zit op ons te wachten.”
Zijn die World Soundtrack Awards geen speciale troef voor het Filmfestival?
“Het Filmfestival Gent is maar een klein festival, zeker als je dat vergelijkt met de groten als Los Angeles of Berlijn. Maar inhoudelijk heeft het zeker zijn naam op de wereldkaart gezet door de nadruk op die filmmuziek.”
“Ik heb mee aan de wieg van het festival gestaan in de jaren 80 en het zou jammer zijn dat wat we jarenlang hebben opgebouwd, door één pennentrek van één minister nu in het gedrang zou komen. Eigenlijk zit heel dat systeem verkeerd in elkaar, want hoe kan je een beleid voeren met om de vier jaar een andere minister van Cultuur, Economie of Wetenschap? Langs de andere kant hebben we voorbeelden van dictaturen waar je twintig jaar hetzelfde beleid hebt en waar ook geen zuurstof is voor andere mensen. Dus het voordeel is tegelijkertijd ook een nadeel. Andermaal: ik weet het niet, het zijn allemaal maar losse hersenspinsels waar ik even mee naar voren kom. Maar het zou zeer jammer zijn.”
Wagner de hoer
U bent zelf een veelzijdig muzikant: u dirigeert, u componeert, u werkt in alle genres (musical, film, klassiek)... Vindt u die verscheidenheid als muzikant noodzakelijk?
“Nee, het is zo gegroeid. Je kiest daar niet voor, je rolt daarin. Ik ben een beetje in het renaissancebedje ziek. De kunstenaars uit de renaissance, dat waren allround mensen. De kunst was een rode draad, maar één met vertakkingen in de meest uiteenlopende richtingen. Mocht Michelangelo vandaag leven, dan zou hij nog altijd fantastische schilderijen maken, maar hij zou ook T-shirts ontwerpen of Harley Davidsons, daar ben ik zeker van. Een creatieve geest uit zijn creativiteit in verschillende richtingen. Ook in de muziek zijn daar grote voorbeelden van. Beethoven bijvoorbeeld, had zich als een van de eersten losgewerkt van zijn broodheer en was niet alleen een pianist, dirigent en componist, maar ook een concertorganisator. Wagner, die prostitueerde zichzelf. Hij sliep met Ludwig II van Beieren om toch maar iets van subsidies te krijgen zodat hij zijn opera kon opvoeren.”
“John Williams, dat is God die belt naar de pastoor en zegt: ‘Kan je even naar de hemel komen?’”
“Vandaag is dat taboe: in de tweede helft van de 20ste eeuw heeft men alle kunstenaars in hokjes ingedeeld en als je ook maar iets buiten je zogenaamde specialisatie durfde te doen, dan was het niet goed. Ik sta daar diametraal tegenover. Ik heb me daar ook nooit iets van aangetrokken en altijd mijn eigen ding gedaan, maar ik heb daar wel veel hinder van ondervonden. Nu, in het tweede decennium van de 21ste eeuw, merk ik dat iedereen die wenst te overleven, doet wat ik al dertig jaar doe. Dan denk ik: ‘Wat hebben jullie mij toen verweten?’”
Een romantische ziel
Als u componeert, leeft u zich in de sfeer van het stuk in dat u wil componeren. Is dat belangrijk voor u?
“Voor mij wel, ik haal mijn inspiratie uit het leven. Je hebt componisten die enkel hun brein gebruiken en waarbij het componeren puur een mathematische, cerebrale gebeurtenis is. En dat kan, ik ga daar niet over oordelen. Ik ben eerder begiftigd door de romantische ziel. Met romantiek bedoel ik ‘het gevoel, wat je niet met de ratio kan besturen’ — alhoewel je vandaag blijkbaar alles met de ratio kan uitleggen. Wat mij betreft, gebeuren er wel een aantal onbewuste dingen, die ik doorlaat in mijn muziek en waar ik geen vat op heb. Maar ik moet daar naar op zoek buiten mijn eigen leefwereld. Want iedereen creëert ergens een leefwereld rond zich. Dat kan je fiets zijn, dat kan je kot zijn en dat kan in het geval van de daklozen je inkomhalletje aan het station zijn. Bij andere mensen is dat hun kasteel, dat maakt niet uit. Maar we hebben allemaal ons nest waaraan we willen bouwen. En ik vind dat nest belangrijk omdat dat de plek is waar je je jongen grootbrengt.”
“Mocht Michelangelo vandaag leven, dan zou hij ook T-shirts of Harley Davidsons ontwerpen.”
“Maar het is niet in dat nest dat je grensverleggende dingen doet. Je moet het avontuur gaan opzoeken: bij min twintig in uwen bloten in Siberië durven gaan staan, bij wijze van spreken. Wat gebeurt er? Enfin, ik denk wel dat ik weet wat er gebeurt. (lacht) Maar je moet eens een nacht durven doorbrengen in de gevangenis, je moet eens een nacht durven rondzwerven op straat, zonder dat je eten hebt. Je moet eens drie dagen durven overleven met nul euro in je zak. Je moet dingen durven doen om bepaalde inzichten, om bepaalde emoties in jezelf los te maken. Ik merk ook hoeveel jonge mensen er al vastgeroest zitten binnen hun eigen denkpatroon. Ze denken dat ze vrij zijn, maar vrijheid betekent niet: de centen hebben om het vliegtuig te nemen naar allerlei wilde bestemmingen. Neen, vrijheid is: spontaan een trein opspringen waarvan je niet weet waar die heen gaat. En dat is wat ik opzoek om inspiratie op te doen. Als ik dat niet doe, dan maak ik alle dagen dezelfde spaghetti klaar. En dat is saai.”
John Williams was al lang een van uw helden. Hij heeft u zelf gevraagd de Star Wars: In Concert-tour te dirigeren, wat wereldwijd een groot evenement was. Was dat voor u speciaal?
“Weet je: een van de helden uit je jeugd tegenkomen, dat is heel speciaal. Het feit dat ik John Williams ben tegengekomen toen ik al veertig plus was, dat op zich is natuurlijk wel tof. Ik was veertien, vijftien jaar toen ik voor het eerst zijn muziek hoorde en voor mij was dat ongelooflijk. Ik heb dat gevoel heel mijn leven meegedragen, tot op een bepaald moment die man je zelf belt: ‘Heb je daar interesse in?’ Dat is als God die belt naar de pastoor en zegt: ‘Kan je even naar de hemel komen?’ En dan merk je dat dat een heel eenvoudige mens is van vlees en bloed, die dezelfde twijfels en dezelfde angsten heeft als elke andere mens op aarde, en zich even kwetsbaar voelt als wij allemaal. Dat was voor mij een jongensdroom die uitkwam en vermenigvuldigingsfactor duizend kreeg.”
