Film
Das letzte Schweigen grijpt je al in de openingsscènes naar de keel. Naarmate de film vordert, wordt die steeds meer dichtgeknepen. Bij het verlaten van de zaal rest je niets dan krampachtig slikken. Neen, vrolijk word je allerminst van deze prent van de Zwitserse regisseur Baran bo Odar.
In de zomer van 2009 fietst de elfjarige Sinnika door de velden, waar ze brutaal vermoord wordt. Haar lichaam verdwijnt, alleen de fiets blijft achter. Drieëntwintig jaar eerder gebeurde op dezelfde plek precies hetzelfde met de eveneens elfjarige Pia. De politie zit met de handen in het haar. Waar is het lichaam? Is de moordenaar van toen teruggekeerd? Wat volgt, is geen klassieke whodunit (al snel wordt duidelijk in wiens richting je het moet zoeken), maar een feilloze schets van enkele persoonlijke tragedies.
Zo is er de politieagent David die, vijf maanden na de dood van zijn vrouw, nog niet de oude is, getuige zijn bij momenten sociaal onaangepast gedrag en de stemmingswisselingen waaraan hij onderhevig is. Wanneer hij aan de moeder van Pia vraagt wanneer de pijn overgaat, antwoordt ze beslist: “Nooit”. De onmacht van Sinnika’s vader wordt dan weer pijnlijk duidelijk wanneer hij enkele politieagenten te lijf gaat omwille van het uitblijven van informatie.
De commissaris die de oude zaak niet kon oplossen — en ze nooit is vergeten — is intussen gepensioneerd, maar blijft het dossier met Davids hulp uitspitten. Langzaam ontrafelt zich het volledige verhaal, met de rode koptelefoon van de kleine Pia als ultieme puzzelstuk.
Das letzte Schweigen is de bijzonder geslaagde verfilming van een boek van Jan Costin Wagner. Wie hoopte verlichting te vinden in de soundtrack, is eraan voor de moeite. De muziek draagt bij tot de soms haast ondraaglijke spanning. De prachtige landschappen die het beeld sieren, contrasteren sterk met het hartverscheurende verhaal. Odar lijkt ‘wie mooi wil zijn, moet pijn lijden’ als leidraad voor zijn film te hebben genomen. En of hij daarin geslaagd is.
