Bas Haring redt de panda
- editie
- 514
- categorie
- wetenschap
Bas Haring is de volksfilosoof des vaderlands bij onze noorderburen. Hij bestudeert de dingen, bekijkt ze eens van een andere kant en schrijft zijn conclusies in een boek.

Harings laatste boek Plastic Panda’s gaat over de zin of misschien wel onzin van biodiversiteit. Hij laat aloude dogma’s op hun voetstuk wankelen en doet menig natuurliefhebber briesen. Een beetje verbaasd blijft Haring achter, want hij hoopte om een leuk en interessant debat te starten. Misschien kan dit interview dat alsnog realiseren, nu de eerste storm is gaan liggen?
Een spelletje Jenga
Waarom wilde u Plastic Panda’s schrijven?
“Ik had wel al eens over evolutie geschreven (het boek Kaas en de Evolutietheorie, n.v.d.r.) maar een eerste echte aanleiding was het feit dat 2010 het jaar van de biodiversiteit was en het thema zodoende veel aan bod kwam. Ik kreeg de indruk dat er gesuggereerd werd dat soorten er niet voor niks zijn, maar met een doel. Dat was helemaal niet in overeenstemming met wat ik wist over evolutie.
Een andere aanleiding was dat heel veel mensen denken dat het verdwijnen van een soort gepaard gaat met het lijden van individuele organismen, maar dat is niet per se zo. Bovendien werd er in de media nogal wat gezegd dat ik niet geloofde. Zo vergeleek een niet onbekende Nederlandse bioloog de natuur met een Jengatoren: ‘Als we niet uitkijken, stort de natuur in.’ Dat wilde ik toch eens onderzoeken.”
De vergelijking met een Jengatoren gaat niet op, maar wat stelt u in de plaats?
“Die Jengatoren is erg instabiel: wanneer je een enkel blokje weghaalt, stort hij in en is de toren gewoon weg. Dat zie je in de natuur nauwelijks. Soms kan je met een kleine ingreep wel iets groots laten gebeuren maar geen instorting, eerder een verplaatsing. Wanneer je konijntjes in Australië zet — een kleine ingreep — dan verandert daar ineens de vegetatie. Of er gaan een paar otters dood voor de kust van Canada en plots gebeurt er wat met het kelp. Maar dat is geen instorting van de natuur, dat is louter een verandering. De vergelijking met de Jengatoren is dus fout. Mensen kijken televisie, horen een bioloog dergelijke verhaaltjes vertellen en worden bang. Ik zeg niet dat we al die planten en beesten moeten laten uitsterven, maar angst dat de hele natuur gaat instorten is een ongeldige motivatie, want dat valt sterk te betwijfelen.”
In de loop van de geschiedenis zijn er wel enkele massa-extincties geweest, waarbij 90 procent van de soorten verdween. Vandaag zien we dat de biodiversiteit snel achteruitgaat. Is er geen gevaar dat er opnieuw zo’n massa-extinctie zit aan te komen?
“Vermoedelijk was er niet één bepaalde soort die verdween en dan de hele boel in elkaar deed storten, maar was er een grote aanleiding die tot gevolg had dat vele soorten verdwenen. Die grote aanleiding kan bijvoorbeeld een meteorietinslag zijn, of wij allen die de hoeveelheid koolstofdioxide aan het vergroten zijn. Door zo’n grote gebeurtenis verdwijnen allerlei plant- en diersoorten. Dan kan je natuurlijk niet zeggen dat één welbepaalde soort als het ware voor een cascade-effect zorgde en voor het uitsterven van alle andere soorten. Nee, er is gewoon één gemeenschappelijke oorzaak.
“Je ziet nauwelijks dat de natuur instort, hij verplaatst eerder.”
Neem nu de Balispreeuw, twee jaar geleden waren er nog twaalf. Ik kan me niet voorstellen dat het verdwijnen van die twaalf spreeuwen een groot effect zal hebben. Als al het gras verdwijnt, dan heb je natuurlijk een groot probleem, dan zullen er allerlei dingen gebeuren. Maar zo’n effect hebben die Balispreeuwen niet.”
Waar trekt u de grens? Is het niet moeilijk om, als mens, een onderscheid te maken tussen wat wel mag verdwijnen en wat niet?
“Misschien moeilijk, maar niet onmogelijk. Je kan gewoon door biologische kennis inschattingen maken. Er zullen ongetwijfeld fouten gemaakt worden en er zal wel eens iets gebeuren wat we niet voorzien hadden. Dat is dan jammer, maar je moet niet alles zo maar behouden uit angst om een fout te maken. Als je in de geschiedenis kijkt, is er al heel wat verdwenen en verschenen. Dat is een continu veranderend proces. Er is de afgelopen millennia niets ingestort.”
Wat is volgens u dan het voordeel van die andere aanpak?
“Mensen handelen dan niet meer uit angst, maar vanuit een oprechte eerlijke emotie, namelijk dat we houden van diversiteit. We houden niet van een eenvormige natuur, wel van een wereld met een zekere diversiteit. Dat is een geldig argument. Er zijn ook allerlei soorten die we moeten behouden vanuit een rationele blik op de natuur. We hebben bloemen nodig of planten die stikstof uit de grond halen en we hebben wormen nodig. Als je er met verstand naar kijkt, krijg je een andere visie op de natuur. Je blik wordt niet langer geleid door angst.”
Spelen we niet een beetje voor God wanneer we beslissen dat bepaalde soorten waardevol zijn en andere niet?
“Ik denk dat het onze verantwoordelijkheid is. Je kan dat voor God spelen noemen, maar je kan ook voor die verantwoordelijkheid wegkruipen en zeggen: ‘Laten we maar niks veranderen.’ We leven hier met zeven miljard mensen op de wereld, we hebben een verantwoordelijkheid, we kunnen niet passief blijven. En dan moet je dat met verstand van zaken doen.
Bovendien is dat hele soortenconcept een menscentrisch begrip: wij hebben dat min of meer bedacht. Het is dan ook vrij betekenisloos. Als we de soorten allemaal willen behouden, is dat ook voor God spelen. We bepalen dan immers wat er behouden moet worden volgens onze indeling.”
Een optimistische bril
In uw boek wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het behoud van biodiversiteit en het behoud van natuur. In theorie klopt dat wel, maar in de praktijk overlappen ze toch?
“Je kan verschillende invullingen geven aan het begrip ‘natuur’. Een bos in de buurt om in te wandelen voelt als natuur, daar heb je niet veel diversiteit voor nodig. Je kan natuurlijk ook een andere definitie van natuur hanteren en dat is ‘datgene dat zich aan onze invloed onttrekt’ en zelfs dan blijkt er op allerlei onvoorziene plekken interessante natuur te beleven, die in feite niet erg divers is.
“Ik vind een wereld met panda’s leuker dan één zonder.”
Een groot deel van de biodiversiteit bevindt zich in het regenwoud. Als je de helft van de soorten uit het regenwoud wegdenkt, is de biodiversiteit daar verschrikkelijk gedaald terwijl er met de natuur niet per se veel gebeurd is. Ik vind dat je met een optimistische bril naar de wereld mag kijken.”
U vergelijkt de natuur vaak met een bibliotheek waar de bestsellers populair zijn. Maar voor enkele mensen zijn de minder bekende boeken misschien ook belangrijk.
“Klopt, zo is het bij natuur ook. Maar dan is het wel de vraag waar we het over hebben: over een grote boekhandel met een heel bijzonder boek dat je wil bewaren of over een boekhandel met de grootte van Vlaanderen, voor 99 procent gevuld met dagboeken en tweets. Als we het over het laatste hebben dan is toch niet alles wat er in die boekhandel te vinden is van cruciaal belang?”
Toffe tijgers
Ziet u de mens dan niet als een enorm superieur wezen? U zegt nu letterlijk dat andere soorten slechts betekenisloze dagboeken zijn.
“Voor ons betekenisloos, bedoel ik dan. Ik denk dat je nooit kunt spreken over iets dat intrinsiek betekenisvol is. Er is geen God, denk ik, die alles betekenis geeft. Er is altijd iets of iemand die betekenis geeft. Wanneer ik het over betekenis heb, heb ik het dus over de betekenis voor mensen. En dat is niet omdat ik de mens superieur vind. Als wij kikkers waren geweest dan had ik het vast gehad over de betekenis voor kikkers. Ik vind de mens helemaal niet superieur aan kikkers, maar omdat ik nu eenmaal een mens ben, is de mens het enige uitgangspunt waaruit ik kan vertrekken.”
Panda’s, tijgers en dergelijke zijn misschien allemaal wel gedoemd tot uitsterven, maar in tussentijd worden er hele parken rond gebouwd, er is ecotoerisme. Er wordt een project gegeven aan mensen. Is dat niet nuttig?
“Ja, ik zou sowieso voor zijn. Ik vind een wereld met panda’s leuker dan een wereld zonder panda’s. En tijgers en zo zijn heel aansprekende wezens. Alleen moet je je realiseren waarom we ze bewaren: voor ons. We willen een wereld met die beesten. Je moet je op een gegeven ogenblik ook afvragen hoe groot de leefruimte is van een bepaald wezen. Panda’s bijvoorbeeld hebben een enorm groot oppervlak nodig en er zal op een bepaald ogenblik gerekend moeten worden. Ik vrees dat ze dan allemaal in dierentuinen belanden. Voor ons.”
Agressieve professoren
Had u verwacht dat uw boek zo’n zondvloed van verontwaardiging zou veroorzaken?
“Nee, dat had ik niet verwacht. Ik had verwacht dat ze zouden zeggen ‘wat een leuke frisse kijk’, ‘wat leuk uitgezocht’ en ‘nou, dat zijn wel grote bezwaren, laten we het er een keertje over hebben’, maar zulke reacties heb ik amper gekregen. Vorige week was ik in Wageningen op de landbouwuniversiteit van Nederland met allemaal jonge studenten. Dat was hartstikke leuk, heel eerlijk, echt prima. Maar er zat daar ook een ‘natuurfilosoof’, een ouwe kerel. Die werd echt woest! Op een gegeven moment begon hij gewoon te schreeuwen en maakte hij mij uit voor idioot, terwijl er 300 mensen in de zaal zaten. En dat was een professor aan een universiteit! Dat laat wel zien dat over dit onderwerp de emotie hoog kan oplaaien.”
Kan het ook zijn dat uw boek niet echt vriendelijk onthaald wordt door uw collega’s omdat u ‘slechts’ een volksfilosoof bent?
“Het ligt eraan aan wat voor mensen je dat vraagt. Biologen zeggen: ‘Wij hebben als bioloog beslist dat die soorten ertoe doen. Gewoon, dat vinden wij. Wij vinden het niet leuk wanneer je dat uitgangspunt gaat bevragen, maar biologisch gezien, vakinhoudelijk, zitten er geen grote fouten in.’ Ik heb me ook laten bijstaan door drie heel goeie bekende Nederlandse hoogleraren Biologie. Biologisch gezien zit er dus niet veel mis.
“Ik ben ook wel een beetje optimistisch van aard.”
Filosofen, en zeker natuurfilosofen, reageren wat anders maar dat komt omdat ik een heel andere strategie heb. Natuurfilosofen houden zich bezig met de filosofie en hebben geen zin om zich te verdiepen in de biologie. Ik vind het veel leuker om op het raakvlak van biologie en filosofie bezig te zijn, en me wel te verdiepen in de biologie. Er zijn allemaal filosofische nuances waar ik me niet in verdiept heb. Dus van natuurfilosofen krijg ik meer kritiek dan van biologen. Biologen die lezen dat en zeggen: ‘Ja oké, dit klopt.’”
Denkt u dat de mens de biodiversiteit zodanig kan beïnvloeden dat het ooit problemen kan veroorzaken?
“De meeste mensen zijn bang van veranderingen, we denken altijd dat veranderingen de verkeerde richting uitgaan. Met mijn achtergrond in de kunstmatige intelligentie (Haring doctoreerde op dat onderwerp, n.v.d.r.) vind ik het net interessant als het natuurlijke vervangen wordt door het kunstmatige. Dat is gewoon mijn hele achtergrond, dus ik vind het helemaal niet eng om in dat soort termen te denken. Ik vind het boeiend, dus laten we maar kijken wat dat te bieden heeft. Maar ik ben ook wel een beetje optimistisch van aard.”
Momenteel bent u bezig met het schrijven van een boek over economie, wat was daar de aanleiding voor?
“Ik merkte dat ik bij het schrijven van Plastic Panda’s eigenlijk best al wat van biologie wist en ik had stiekem natuurlijk wel een uitgangspunt voor ik begon met schrijven. Dat komt ook door dat kaasboekje, eigenlijk staat hetzelfde er allemaal al in. Bij economie is dat niet zo, ik heb een volledig nieuw onderwerp gekozen waar ik helemaal niets van ken, en waar ik helemaal niets van snap. Ik zal met een frisse blik naar een nieuw onderwerp kijken en dat is eigenlijk gewoon heel erg leuk.
Overal hoor je economieberichten en ik begrijp daar echt helemaal niets van, hoewel het allemaal klinkt als natuurlijke taal. Ik heb geen idee hoe ik al die informatie moet wegen. Wat is er zekere of onzekere kennis, wat zijn de ideeën erachter? Ik denk dat veel mensen met dezelfde vragen zitten. Dan vind ik het leuk om dat eens te onderzoeken en schrijf ik het zo op dat iedereen het begrijpt. Dan hebben andere mensen er ook wat aan. Dat is gewoon mijn doelstelling, daarom noemen ze me een volksfilosoof.”
