God van de Slachting
Jan Eelen maakt theater. De gevierde tv-maker verliet even de vertrouwde Woestijnvisstal om aan de lokroep van zijn vriend Wim Opbrouck te beantwoorden en voor NTGent het stuk God van de Slachting te regisseren.
Maandag 12 maart, 17u30. Enkele uren voor de avant-première van ‘God van de Slachting’ ontvangt Jan Eelen ons in wat zijn tijdelijke thuis is: het NTGent. Hij leidt ons kriskras door de gangen van het gebouw (“Ik vergis me zelf nog dagelijks van deur”) tot aan de keuken, waar zijn acteurs wat aan het dollen zijn. Ze roddelen over collega-acteurs (“Dat, een serieuze acteur!? Maar die speelt in een musical!”). Hier gieren blijkbaar (nog) geen zenuwen door het lijf.
Oscars Openbaring
God van de Slachting, naar een tekst van Yasmine Réza, is Eelens debuut als theaterregisseur. En dat lokt volk: nog voor de titel van het stuk bekendgemaakt was, waren alle voorstellingen in Gent reeds uitverkocht. Het verhaal in het kort: twee koppels zijn bijeengekomen omdat Ferdinand, de zoon van Annette (An Miller) en Alain (Oscar Van Rompaey) met een stok twee tanden uit de mond van Bruno, zoon van Veronique (Els Dottermans) en Michel (Frank Focketyn), geslagen heeft. Wat heel beleefd begint, verandert langzaam in een kletterende ruzie van allen tegen allen, waarin de maskers afvallen en de kleinmenselijke kantjes van de vier volwassenen één voor één aan het licht komen.
Wanneer we in de make-upruimte een rustiger plek gevonden hebben, vragen we Eelen of hij zelf zenuwachtig is voor die avond. “Zenuwachtig? Neen. Alleen een beetje vermoeid.”
Waarom debuteer je nu pas in het theater?
“Omdat den Opbrouck mij gevraagd heeft. Er was geen enkele andere reden. Ik bedoel: uit mezelf had ik het niet gedaan. Ik ben van het principe dat je maar beter kan excelleren in je eigen vakgebied.”
‘Schoenmaker, blijf bij uw leest’?
“Ja, maar met dit stuk blijf ik vrij dicht bij mijn leest, denk ik.”
Ook omdat je een aantal van de acteurs al goed kent van je tv-werk.
“Dat zijn vaste acteurs van het NTGent, hé. Ze zeiden: “Met die vier moet je het doen”, en natuurlijk vond ik dat goed. Het is plezant dat je hen kent.”
Met Frank Focketyn werk je al vijftien jaar lang samen. Dit stuk was voor jou een eerste kennismaking met Oscar Van Rompaey. Is dat dan een heel andere samenwerking?
“Ja, dat is heel anders, want Oscar is het soort acteur waar ik normaal niet mee samenwerk. Het is een openbaring geweest dat ik dat nu wel moet doen. Hij is iemand die heel veel vragen stelt, heel erg op zoek is naar zijn rol, lang twijfelt en discussieert. Bij de eerste lezing bijvoorbeeld, dacht ik echt dat dat een debiel was. Allé, debiel... Interpretaties helemaal mis, allemaal mis gesproken... Dat is iemand die heel hard werkt aan zijn personage, en je zal dat straks zien: die is echt goed. Dat is echt neig om te zien. Dat is de grootste en de mooiste transformatie die er heeft plaatsgevonden.”
Tien minuten saai, daarna vliegen
Je zei daarnet al dat je geen last hebt van zenuwen. Is er een groot verschil tussen de première van een theaterstuk en de eerste keer dat één van je televisieprogramma’s op tv komt?
“Dat is een heel ander soort zenuwachtigheid. We zijn net nog eens helemaal door dat stuk gegaan, en eigenlijk... Nu moeten die zich alle vier concentreren en ik loop daar rond als een idioot en ik kan niets doen.”
Zij moeten zorgen dat de timing goed zit.
“En dat is nog niet genoeg. We hebben nog maar één keer voor publiek gespeeld, vanavond is de tweede keer. Ik vind het aangenaam als het allemaal goed gaat, als de afspraken die we gemaakt hebben allemaal worden nagekomen. Maar als het is zoals vorige vrijdag, dan is dat sterven. En je kan er niets aan doen. Het was een slechte try-out. Het was echt heel slecht. Maar dat is ook deels normaal. Ik vind het verbazend hoeveel terugvallen je hebt in theater. Bij de meeste dingen waar ik aan werk, is het zo dat wanneer je iets hebt afgesproken, dat ook in orde is. Dat gaat altijd beter en beter. Maar dit gaat echt van goed naar ontzettend slecht naar goed, naar... Maar dat hoort er blijkbaar bij.”
“Bij de eerste lezing dacht ik echt dat Oscar een debiel was.”
Een van je meest gebruikte regie-aanwijzingen was naar verluidt ‘kleiner spelen’.
“Ja, je zit met een situatie in dat stuk die je je meteen kan voorstellen, of toch zeker iedereen met een kind. De truc is gewoon te zorgen dat die eerste tien minuten iedereen mee is en dat je je kan voorstellen: “Ik zou daar ook kunnen zitten”. Daarna kan je dan gaan vliegen. Die eerste tien minuten zijn het saaiste, maar ze zijn ook echt cruciaal omdat je je kan voorstellen: “Je zal er maar zitten. Je zal maar uitgenodigd worden door mensen wiens zoon door jouw zoon geslagen is.” Je komt daar met een schuldgevoel aan, je hebt het gevoel dat je een slechte opvoeder bent. En die andere ouders spelen dat zeer subtiel uit. Die vinden zich moreel interessanter en beter als ouder. Verschrikkelijke situatie. De spanning van mensen die elkaar niet kennen, maar die verbonden worden door een drama.”
Voor de affiche heb je een foto van jezelf en je jongere broer genomen, waarop jij hem net hebt toegetakeld met een golfclub. Vanwaar die keuze?
“Wel, ze waren hier aan het nadenken over wat ze op hun affiche zouden zetten. Hun policy is normaal dat ze er één van de acteurs op zetten. Ik was bij die vergadering aanwezig en dacht plots: “Wacht eens.” Dat is een beroemde foto, of toch in de familie (lacht). Dat is eigenlijk perfect voor die affiche want ik heb mijn broer zijn oog bijna uitgeklopt, en ik sta daar te glunderen alsof ik weet ik veel wat gedaan heb. Zo zijn kinderen, hé. Mijn broer vond het zelf wel niet plezant dat ik die affiche nu gebruik, maar ik heb hem kunnen overtuigen.”
20u. Showtime. Het stuk opent met een knal. Letterlijk: de goudgele muur die in het minimalistische decor als achtergrond dient, valt naar beneden. Wanneer het licht aangaat zitten de acteurs al klaar. Langzaam ontrolt zich een komische tragedie. Een eerste lachgolf rolt door de zaal wanneer de verklaring die de volwassenen naar aanleiding van het incident tussen hun zonen samen hebben opgesteld, wordt voorgelezen. Daarin staat dat Ferdinand Bruno “gewapend met een stok” heeft geslagen. “Gewapend?” vraagt Alain, the man you will soon love to hate. Michel haast zich de zinsnede aan te passen naar “voorzien van”. Wat verder in het stuk gebeurt, gaan we u niet volledig uit de doeken doen. Wat we wel kwijt kunnen, is dat de zo welgemanierd begonnen avond (“een stukje clafoutis, iemand?”), volledig ontaardt. Dit mag u verwachten: een boeket rode tulpen (“uit de bloemenwinkel in de Moutonstraat”), een ringtone van ‘Barbie girl’, die aanvankelijk hilariteit in de zaal opwekt, maar gaandeweg steeds irritanter wordt, Woefie en Schleckie, Knabbelke en... “Ik veeg mijn gat aan uw mensenrechten!”. Nadat de lichten doven, volgt een daverend applaus. Jan Eelen heeft zijn vuurdoop in het theater overleefd.
De voorstellingen van God van de Slachting zijn volledig uitverkocht in Gent. Op www.ntgent.be vindt u de speeldata in andere steden.


