Taptoe doet de deuren toe
Luk De Bruyker is bij zowat alle Gentenaars bekend als Pierke Pierlala. De figuur waarmee hij vereenzelvigd wordt, is echter ‘slechts’ een nevenproject. De Bruykers levenswerk was Theater Taptoe, waarvoor de subsidiëring enkele jaren geleden stopte.


Theater Taptoe is eigenlijk reeds opgehouden te bestaan. Toch zitten we vandaag nog in de gebouwen van Theater Taptoe. Kan u me dat uitleggen?
“Ik heb het theater gesticht toen ik bijzonder jong was, in 1968. Niet als een reflex van mei ’68, want ik was toen nog een jongen van vijftien. Ik ben eigenlijk beginnen spelen voor een publiek toen ik acht jaar was. Aanvankelijk was dat uiteraard voor vriendjes en vriendinnetjes. Toen ik twaalf was had ik al een reizend theater en dat moest een naam krijgen. In ’68 hebben we de naam Taptoe aangenomen, want toen begon alles officieel meer vorm te krijgen. Eerst waren we een groep amateurs, pas na mijn legerdienst zijn we een collectief geworden van zelfstandigen. Dat hebben we zo’n vijftien jaar gedaan, tot dat geen houdbare situatie meer was. Langzamerhand kregen we subsidies. Onder toenmalig Cultuurminister Dewael is er een echte omvorming van het theaterdecreet gekomen.
We hebben toen een aantal erg succesvolle jaren gekend. We zijn drie keer ambassadeur van Vlaanderen geweest en waren op dat moment het best gesubsidieerde gezelschap. Zo’n vijf jaar geleden vonden de adviesraden dan dat het — om het op zijn Gents te zeggen — niet meer bij de meubels paste. Men vond dat we ons moesten herbronnen. Er kwamen een boel negatieve adviezen, wat dan uiteindelijk resulteerde in het afnemen van onze subsidie, dus wij zijn eind 2009 noodgedwongen moeten stoppen toen onze termijn van vierjarige erkenning erop zat.”
Dat werd dus beslist onder minister Anciaux?
“Inderdaad. En minister Schauvliege, die in 2009 is aangetreden, zei wat wij al vermoedden: ‘Ik kan niets voor Taptoe doen. Het enige wat je kan doen, is binnen twee jaar opnieuw een dossier indienen en hopen dat je opnieuw erkend wordt’.”
Dan moest u die twee jaar natuurlijk wel overbruggen.
“Ja, maar die commissie bleef dezelfde, dus ik zie niet in wat er gewijzigd zou zijn. De commissies vonden ons werk niet meer goed, maar wij speelden toch 120 tot 150 voorstellingen.”
Theater Taptoe had ook een internationale werking.
“Wel, wij hebben er eigenlijk heel bewust voor gekozen om naar het buitenland te trekken. Vlaanderen betekende in die jaren op het gebied van figurentheater niets. Dus moesten we naar het buitenland gaan om ons te meten met anderen en om een trapje hoger te gaan. We konden daar regisseurs en vormgevers warm maken om bij ons te komen werken. We waren jarenlang een vaste waarde. Wij hadden, zeker in Frankrijk en Nederland, een markt veroverd. We hebben trouwens ook heel wat woordloos theater gemaakt omdat dat het reizen vergemakkelijkte. Met ‘Hemel’, dat het meest succesrijke en het meest internationale stuk was, hebben we meer dan 460 keer gespeeld in meer dan twintig landen. Maar ook met de laatste kleuterproductie — toen we al negatieve adviezen hadden, nota bene — hebben we meer dan driehonderd keer gespeeld in maar liefst vijftien landen. En nu met mijn afscheidsproductie zal ik toch ook in vier of vijf landen spelen, hoewel er niets meer bestaat om ons goed te promoten.”
Die afscheidsproductie ging vorig jaar tijdens de Gentse Feesten in première.
“Ja. Ik heb het ‘Eenmaal, andermaal verkocht’ genoemd, of in het Gents: ‘Ienmoal andermoal adzjuzee’. Ik heb dat dus gemaakt tijdens de Gentse Feesten, maar gelijktijdig had ik een uitnodiging om naar het wereldfestival in Charleville-Mézières te gaan. Gent is zeer goed verlopen. Daar had ik ook iets minder aan getwijfeld omdat uiteindelijk veel mensen een emotionele band met ons theater hebben. We zitten aan de vierde à vijfde generatie. Je moet natuurlijk een goed stuk maken, maar het was van meet af aan zeer duidelijk dat de opdracht goed geslaagd was. Toen bleek dat het stuk ook in Frankrijk goed werkte, en dat het daar dezelfde emotionaliteit teweegbracht. Dat gaf mij het gevoel dat het universeel was. Het is natuurlijk mijn eigen levensverhaal, maar het is een goed verhaal, met een goede plot en dramaturgie.
We hebben dan beslist om het te verkopen buiten Gent. In de eerste plaats in Vlaanderen. Op dit moment zijn er al een vijftiental contracten afgesloten voor volgend seizoen. ‘Adzjuzee’ is dus zeker niet aan zijn einde toe.”
En dat is allemaal onder de noemer Taptoe, hoewel Taptoe er eigenlijk al mee is opgehouden?
“Het draait nog onder de noemer Taptoe. De vzw bestaat nog. Ik denk dat, van zodra alles uiteindelijk geklaard zal zijn, wij een soort erfgoed-vzw zullen worden. En we hebben nog twee producties in huis die we, als we dat willen, nog zouden kunnen spelen. Onder andere de ‘Miesterklasse Romain De Koninck’ die ik een aantal jaar geleden gemaakt heb, bestaat nog. De kans is groot dat ik dat nog herneem. Het is uiteindelijk bezit van de vzw Theater Taptoe. Maar de dagdagelijkse werking, en nieuwe producties maken, dat zit er niet meer in.”
Pierke voor de leute
Kan u vertellen hoe u met de figuur Pierke Pierlala begonnen bent? Die staat eigenlijk los van Theater Taptoe, maar het is ook hij die u de grootste bekendheid bracht.
“Ja, en dat is altijd zo wanneer je iets populairs doet. Dat is met elke acteur zo hé. Maar bon, zonder Pierke waarschijnlijk ook geen Theater Taptoe. Het is ook allemaal begonnen met Pierke. Mijn vader was een Pierkespeler, als amateur, dus ook ik heb aanvankelijk veel met Pierke gespeeld, zeker tot mijn twaalf jaar. Maar op dat moment had je in Gent acht of negen Pierkes, en als jonge gast was dat niet meteen mijn ding. Dus in die eerste jaren van Taptoe was er van Pierke helemaal geen sprake. Het idee om werkelijk weer iets met Pierke te gaan doen, is ons ingegeven door Armand Schreurs. Hij deed aan politieke satire in Hasselt, naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen. Wij gingen op een avond naar Armand kijken, die we kenden als collega, en toen is dat idee bij ons gegroeid om ook zelf met politieke satire te beginnen. Dat was de periode dat Gilbert Temmerman hier oppositieleider was (in de jaren zeventig en tachtig, n.v.d.r.). In de schoot van Theater Taptoe is Pierke Pierlala ontstaan. Niet gewoon ‘Pierke’ omdat we duidelijk het onderscheid wilden maken met de Pierkes die voor kinderen spelen en waar Pierke in een verhaal terechtkomt. Bij ons zou Pierke eerder de politieke en de originele, de anarchistische toer opgaan.”
“Mensen komen niet naar een conference om te horen wat er echt gebeurd is”
Dat verwijst meer naar de Pierlala als een soort Tijl Uilenspiegel.
“Ja. En daarnaast is hij een stand-up comedian in poppenspelvorm. Het was toen de periode dat een
aantal Gentse politici ook in Brussel potten braken. Dat waren de beginjaren van Verhofstadt, Martens, Vanden Bossche... Dat zorgde ervoor dat we zeer rap populair werden. Zo populair dat we dachten: ‘We moeten toch wel een beetje opletten want dat kan de carrière van Theater Taptoe bruuskeren’. En toen hebben we het Spelleke van drei kluiten gesticht, om heel duidelijk het onderscheid te maken. En dankzij de stoten die we altijd met Pierke uitgehaald hebben, ontstond er naast Theater Taptoe een nevenproject, met dat verschil dat Theater Taptoe onze broodwinning was en dat we Pierke Pierlala eigenlijk voor de leute doen.”
Er wordt zelfs gezegd dat als je als politicus nooit op de korrel wordt genomen door Pierke Pierlala...
“Dan zijn er wel degelijk problemen met uw imago (lacht). Dat is wel zo.”
Wat zal Pierke doen in het kader van de komende gemeenteraadsverkiezingen?“
“Ik ben verschrikkelijk content dat er eindelijk wat beweging zit in Gent. Ik ga me niet uitspreken over het beleid, maar vorige keer stond het zeer duidelijk vast dat als ze een meerderheid zouden behalen, deze coalitie verder zou gaan. Nu geeft alleen al het feit dat Groen en sp.a samen een lijst maken al heel wat stof. En daarnaast: wat zal de invloed zijn van N-VA?”
Siegfried Bracke is een dankbaar figuur, neem ik aan.
“*Bracke* is een zeer dankbaar figuur. Dat zijn figuren die ruimer bekend zijn dan louter in de Gentse context, of figuren een traditie meesleuren. Mathias De Clercq bijvoorbeeld sleurt de traditie mee van zijn grootvader en vader.
Natuurlijk is het aan mij om, als we merken dat een bepaalde politicus iets uitsteekt in positieve of negatieve zin, dat onmiddellijk uit te vergroten. Daarin ligt de taak van Pierke. Dat was trouwens één van de grote discussiepunten met Gilbert Temmerman. Hij zei: ‘Pierke liegt!’. Pierke vertelt zíjn waarheid hé, hij is geen politicus. Mensen komen niet naar een conference om te horen wat er echt gebeurd is!”
