"Wij zijn geen anarchistische junkies"
- editie
- 506
- categorie
- nieuws en reportages
U zou wel willen, maar niet iedere kraker moet met de matrak der degelijkheid richting heropvoedingsschool geklopt worden. Schamper vond er ook die zelfs naar McDo zouden gaan! “Maar dan wel om de voordeur dicht te metselen.”


Ergens in Gent delen Gerrit, Kevin en Eva een kraakpand. Meer details over hun locatie mogen we niet neerschrijven. Ze willen de goede relatie met de eigenaar niet verstoren door te veel aandacht op hen te vestigen. Maar dat ze van een smerig krocht een gezellige mini-commune gemaakt hebben, daar willen ze wel over vertellen.
Kevin (25) is een alerte, welbespraakte jongeman. Voor hij twee jaar geleden begon te kraken, behaalde hij een diploma grafisch ontwerp. Daarna ging hij sociaal werk studeren, maar hij zag er voor zichzelf geen toekomst in. Nu leeft hij hier samen met Eva. Zij is een yurd aan het opzetten (een soort Mongoolse tent, n.v.d.r.) met een tiental vrienden. Kevin vertelt ons over de make-over die het pand sinds hun komst gekregen heeft.
“Voor we hier kwamen, was dit een stort. Hier lag van alles: van speelgoedgeweren tot pampers en computers. We hebben hier ook asbest gevonden. De bodem is zwaar verontreinigd, dus ik zou hier geen groenten meer planten.”
Kevin toont enkele foto’s van het pand zoals hij het eerder dit jaar aantrof. Enkele maanden later is van de rommel niets meer te bespeuren. De tuin is nu aangelegd en er staan tafeltjes en stoelen. Het gebied telt een viertal gebouwen: een woongedeelte, de geïmproviseerde keuken slash bar en een tweedelige loods waar een bandje en een theatergezelschap repeteren. De woonwagen-in-verbouwing van Gerrit (38) staat er ook. “Van deze ijzeren keet wil ik mijn huis maken.”
Anarchisten
Gerrit kraakt al langer dan Kevin. “Ik ben begonnen nadat ik van een lange reis terug was gekomen. De huurprijzen waren enorm gestegen en ik had al contacten in de kraakwereld. Zo ben ik erin gerold. Veel van mijn vrienden werken keihard en dokken maandelijks 700 euro voor een appartementje. Waarom zou je dat doen als er zoveel gebouwen leegstaan?”
Gerrit is circusartiest. In de loods vindt hij ook de plaats om te oefenen voor zijn nieuwe performance. “Hier heerst veel creativiteit. Kunstenaars werken aan projecten, theatergezelschappen repeteren, bandjes oefenen. Iedereen is welkom. Soms organiseren we hier een volkskeuken. Dan kan iedereen voor een euro of twee komen eten. Op voorwaarde dat je meehelpt met de afwas natuurlijk. Soms stuurt zelfs de stad arme mensen naar ons voor een maaltijd.” Van klagende buren hebben ze geen last, zegt Kevin. “De klagers gaan bij onze overbuur van bijna honderd jaar met wie ik een goed contact heb. Hij noemt hen ouw mensen. We hebben ook goede contacten met de wijkagent.”
Het lijkt er wel een gezellige boel, maar zijn mama en papa wel blij dat een beloftevol kind als Kevin ineens een kraker wordt? “Mijn ouders waren heel terughoudend. Mijn moeder draaide gelukkig bij toen ze hier eens kwam kijken. Mijn vader is er nog altijd niet echt tevreden mee.” Ook de ouders van Gerrit draaiden uiteindelijk bij, maar hij begrijpt hun reactie wel. “Tien jaar geleden kreeg men al de rillingen als je het woord ‘kraken’ nog maar uitsprak. Dat is nu wel wat verbeterd. Maar we hebben desondanks nog altijd het imago van anarchisten of junkies.”
Huisvuilshoppen
Waarom huur betalen als er zoveel gebouwen leegstaan?
En daarmee komen we op een gevoelig punt. Kevin en Gerrit staan erop dat beeld recht te zetten. Gratis advertising space in Schamper? Go, Kevin! “We zijn idealisten, ja. Maar we zijn absoluut geen hardliners en zeker geen hypocrieten. Ik heb bijvoorbeeld een hele zomer standen opgezet op festivals en daar mooi mee verdiend. Nu ben ik werkloos en heb ik recht op een uitkering, maar ik weiger die. Wij leven wel degelijk in het systeem, ook al willen we dat liefst veranderd zien. Je kunt je ook afzetten tegen het systeem en intussen mooi een uitkering opstrijken, maar ik kies ervoor dat niet te doen.”
“We gaan ook gewoon naar Delhaize, want je kunt niet anders dan consumeren. Wij kopen heel bewust. Water in glazen flessen bijvoorbeeld. In McDonald’s zul je ons dan weer niet zien. Behalve om er de voordeur dicht te metselen.” (lacht)
Kevin haalt een pakje Marlboro boven en steekt een sigaret op. Hij lacht verontschuldigend als hij onze berispende blik ziet. “Ik ken een vrachtwagenchauffeur die goederen vervoert die vernietigd moeten worden. Die sigaretten krijg ik dan van hem.”
Goede connecties lijken wel te helpen als je gratis wil leven. En de ophaalkalender van Ivago in het oog houden ook. Als het grof huisvuil buiten staat, trekt Gerrit er op uit met zijn bestelwagen. “Dat is echt shoppen. Je gelooft niet wat mensen allemaal weggooien: werkende dvd-spelers, een gietijzeren kachel, volle verfpotten die nog geen borstel gezien hebben, noem het maar op. We leven in zo’n grote luxe dat we de waarde van onze spullen niet meer kennen.”
“Het is geen kwestie van overleven. Ik lééf.”
Onzekerheid
Kevin troont ons mee naar de woonkamer. Er staan tweedehandsmeubels, een computer en het is er zelfs warm. De honden lopen binnen en buiten. Niet meteen vijf sterren waard of gezelliger dan een IKEA-toonzaal, maar wel meer dan leefbaar. Zeker in vergelijking met de situatie voor hun komst. Krakers kunnen dus misschien wel nuttig zijn. Leegstaande gebouwen worden opgeknapt, onderhouden, bewaakt en krijgen zelfs een culturele functie. Als je het geluk hebt dat lui als Kevin en Gerrit er neerstrijken natuurlijk. Gerrit gelooft niet dat iedere kraker zulke goede bedoelingen heeft.
“Er zijn verschillende soorten. Wij knappen alles op en maken er iets van. Vele anderen weten niet hoeveel werk dat is. Mijn vorig pand was ook een stort dat we proper gemaakt hebben. Toen de eigenaar ineens toekwam, schrok hij zich rot, maar uiteindelijk tekenden we samen een contract dat we er mochten blijven. Maar vaak eindigt het met een uitzetting. Een keer stond er zelfs een knokploeg aan mijn pand. Gelukkig was alles goed op slot en heb ik hen kunnen verjagen door de politie te bellen. Hier hebben we ook al Roma gehad die ons wilden verjagen. En soms komen hier ook gasten binnen ‘zo weg als een ei’. Maar die steken wij dan weer buiten.”
Wanneer ze zelf moeten vertrekken, is hoogst onzeker. Dat is eigen aan het krakersbestaan. Je komt ergens toe en kunt slechts blijven zolang je getolereerd wordt. “Die onzekerheid is voor sommigen zelfs een belemmering om eraan te beginnen,” vindt Gerrit.
Drugs
Inti (27) komt er bijzitten. Hij is een vriend van Kevin en komt net terug van Barcelona waar hij ook in kraakpanden leefde. “Ik heb in panden geleefd die al jarenlang bewoond werden, maar dan ineens leeggemaakt werden. Achteraf zie je dan dat ze er nog steeds niets nuttigs mee doen. Daartegen kun je in opstand komen, ja.”
Inti heeft net zijn Master Internationale Politiek afgerond in Barcelona. Als student in een kraakpand leven, is dat wel haalbaar? “Studeren kun je overal. Ik zat hier vaak in de woonkamer met mijn oortjes in. Hier is ook nog een andere kerel afgestudeerd. Sociologie deed hij.”
Serieuze mensen met serieuze idealen dus. Geen typische junks die er ondanks een biologische levensstijl nog verlepter uitzien dan een slappe prei. Maar aan echte drugs doen ze hier niet, vertelt Kevin.
“Op alle feestjes zijn er drugs. Maar daar doe ik niet aan mee. Ik drink wel wat pintjes en thuis rook ik soms een joint, maar daar blijft het bij. Als je serieus genomen wil worden, moet je niet te veel met drugs bezig zijn. Daarom praten we ook zonder schroom met de pers. Als we ons imago willen rechtzetten, moeten we open zijn en ons niet opsluiten.”
Een onzeker leven, weinig echt comfort en gebukt onder een negatief imago. Zo zien wij onszelf nog niet meteen oud worden. Kevin wel.
“Ik zie me dit op mijn zestigste nog doen, ja. Graag zelfs. Als ik hier de rest van mijn leven zou mogen blijven, dan spring ik een gat in de lucht. Het is geen kwestie van overleven; ik lééf. En de dag dat we hier weg moeten... dan zal ik eens heel hard scharten in mijn haar.”
