Dos Cervezas Por Favor
- editie
- 506
- categorie
- nieuws en reportages
Heel wat studenten hebben de ambitie om met behulp van het Erasmus Student Network ooit te proeven van een buitenlandse cultuur, in de hoop nieuwe ervaringen op te doen en eventueel hun talenkennis bij te spijkeren. Dat het Erasmusdoel van puur intellectuele aard is, is meer dan enkele Spanjaarden echter ontgaan.

Zo kan eenieder onder ons, die ooit de duistere krochten van zijn kot verliet in een poging het échte studentenleven op te snuiven, zonder twijfel beamen dat de invasie van Spaanse uitwisselingsstudenten meer dan reëel is. Het mag zonder meer gezegd worden dat de nieuwe homes aan de Kantienberg, ter aanvulling van de reeds bestaande Home Fabiola en Home Vermeylen, voor meer dan de helft bezet worden door onze zuiderse vrienden.
Nadat De Standaard vorige week de overlast, veroorzaakt door de Spaanse studenten, aankaartte, waagde Schamper zich in wat men vaak schimpend ‘het Spaanse getto’ noemt. Het duurde niet lang alvorens de geruchten van een Spaanse overrompeling in de nieuwe homes werden bevestigd. Zo troffen we reeds in de fietsenstalling van Home Canterbury enkele Spanjaarden aan.
De ingenieursstudenten Sergio en Rafael, beiden uit Cordoba, vertellen dat zij zelf in een van de andere homes wonen: Vesalius. Daar zijn nauwelijks vijf Spanjaarden te vinden. “Maar hier in de nieuwe residenties komt de meerderheid uit Spanje.” Wat betreft de klachten over de Spaanse Erasmusstudenten die de voorbije weken opdoken, zegt Sergio: “Er wordt hier inderdaad veel gefeest, maar ik denk dat de Belgische studenten evengoed feestjes bouwen. Het probleem is niet dat het om Spanjaarden gaat, het probleem is dat het om studenten gaat, en studenten willen feesten. Niet alleen de Spaanse studenten maar alle studenten.” Waarom worden de Spanjaarden dan telkens aansprakelijk gesteld? Rafael denkt dat het uit gemakzucht is: “In Gent zitten nu eenmaal veel Spaanse Erasmusstudenten. Van zodra er iets misgaat, wordt onmiddellijk naar de Spanjaarden gewezen, omdat zij een gevoelige meerderheid vormen.”
Zelf zegt hij geen problemen te hebben met andere Erasmusstudenten. In de maand Gent die hij intussen achter de rug heeft, was zijn enige negatieve ervaring er één met een Belgische student. Op de Student Kick-Off had Rafael samen met nog twee andere vrienden een toren van bekertjes gemaakt (om zo gratis drankbonnen te scoren). Op dat moment kwam er een Belgische student naar hen toe, kwaad roepend “Spanje, Spanje! Dit is België!” om vervolgens de toren uit mekaar te slaan. Diepe droefheid trof ons na het aanhoren van deze weerzinwekkende ervaring met collega Zuipschuit. Sergio benadrukt wel meteen dat het slechts om één Belgische student ging. “Daartegenover staat dat we ook een groot aantal Belgische vrienden hebben.”
Feestjes en bijeenkomsten
We gaan op zoek naar een gesprekspartner met een iets beter verstaanbare tongval. In het hol van de leeuw (Home Canterbury) vinden we niet enkel nog meer Spanjaarden, maar ook Poolse, Portugese en zelfs Ghanese uitwisselingsstudenten. Wanneer we hen aan de tand voelen over de Spaanse overlast weten zij ons weinig concrete aantijgingen te verschaffen. Het lijkt wel alsof niemand een kwaad woord over heeft voor de Spanjaarden, alhoewel hun aantallen natuurlijk niemand is ontgaan.
Na dit korte intermezzo komen we in een gesprek met Juan, een Spaanse economiestudent uit Cordoba. Wanneer we hem vragen hoe een gemiddelde week eruitziet, vertelt hij dat er enorm veel feestjes zijn: “Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag ... Eigenlijk elke dag, behalve vrijdag en zaterdag. In het weekend gaan we veel minder uit, dan is er veel minder sfeer. De Belgische studenten die we hier kennen, gaan dan immers naar hun dorp of stad. Dan is het hier leeg. Tijdens de week zit de Overpoort elke dag vol. Als we dan af en toe toch eens uitgaan op zaterdag of zondag komt het inderdaad al eens voor dat mensen zich misdragen. Maar in het algemeen gebeurt dat nauwelijks.”
“Als er in een residentie vier Belgen zitten, zoeken die elkaar niet op. Spanjaarden daarentegen zijn de hele dag samen.”
“We feesten niet zozeer per nationaliteit, maar eerder per verdieping. Of per gebouw. Het zijn niet altijd echte feestjes. In de keuken zijn het eerder bijeenkomsten. Feestjes houden we in de woonkamer. Daar komt iedereen dan samen. Er zijn hier vier residenties, dus het gezelschap is heel gevarieerd, hoewel de Spanjaarden toch een belangrijk deel vormen.” Over de klachten wil Juan het volgende kwijt: “Je hebt Spanjaarden en Spanjaarden. Er is een groep Spanjaarden die erg lawaaierig is, en van amok maken houdt. Maar de meerderheid van de Spaanse Erasmussers misdraagt zich niet. Kijk, een paar dagen geleden was er een groep Belgische studenten heel wat lawaai aan het maken, en omdat hier in de residentie de meerderheid uit Spanje komt, werd meteen gezegd dat ‘de Spanjaarden het weer te bont maakten’.”
Een warmbloedig karakter
Juan schat dat van de bij benadering vierhonderd studenten die in de vier nieuwe studentenhomes wonen, er een kleine tweehonderd Spanjaard is. “Maar wij zoeken geen problemen!” houdt hij vol. “Wanneer de Belgen drinken, beginnen ze allerlei onzin uit te kramen en meisjes lastig te vallen. Als je dat doet bij een Spanjaard, riskeer je een pak rammel te krijgen. Dat is nu eenmaal ons warmbloedige karakter. Het is dus waar dat we best veel lawaai maken, maar doet niet elke twintigjarige dat? En wanneer ze goed overeenkomen, maken ze meer lawaai dan wanneer dat niet het geval is. Maar dat betekent niet dat ik het vandalisme dat er geweest is, goedkeur.”
Juan somt een aantal van de andere nationaliteiten in Home Canterbury op. “De Spanjaarden vormen de meerderheid. Daarnaast zijn er ook nog veel Fransen, Italianen, Roemenen, Chinezen en Japanners. Op het gelijkvloers overheersen de Marokkanen. Zij gaan veel minder uit. Ik veronderstel omdat ze niet drinken. Er zijn heel wat meisjes met hoofddoek bij.” Juan vertelt dat hij al heel wat Belgen leerde kennen, ook studenten die niet in de studentenhomes wonen. “Ikzelf studeer hier aan de UGent, maar veel van mijn vrienden zitten op de Hogeschool en wonen in Vesalius. Daar is er een grotere verscheidenheid. Niet zoals hier, waar het aandeel Spanjaarden echt wel domineert.”
“Wat wel waar is, is dat wij Spanjaarden de gewoonte hebben elkaar voortdurend op te zoeken. Als er in een residentie vier Belgen zitten, zoeken die elkaar niet op. Spanjaarden daarentegen zijn de hele dag samen. ’s Avonds zitten we dan vaak in de keuken, omdat daar veel licht is. Er zijn per verdieping misschien niet zo veel Spaanse studenten maar doordat we ons verenigen, lijken we met veel te zijn. Zo zijn we nu eenmaal. Veel mensen zeggen dat Spanjaarden erg gesloten zijn, maar wij praten met iedereen. Ik kom met iedereen overeen. Maar wij zijn gevoeliger: als iemand ons aanvalt, reageren wij. (lacht) En degenen die uit Andalusië komen, zoals ik, zijn nóg gevoeliger. Wij hebben nu eenmaal een wat andere levensstijl.”
Getto’s for the win?
Wat betreft het financiële aspect van een uitwisselingsstudent, weet Juan ons het volgende te vertellen: “Ik geef hier meer geld uit dan in Spanje. Het leven is hier gewoon duurder: eten, drinken, uitgaan, ... Maar echt duur is het hier ook niet. Er zijn duurdere steden in Europa. Ik geef natuurlijk ook veel uit omdat ik van mijn tijd hier wil profiteren. Ik schat dat ik per week zo’n zeventig euro uitgeef aan bier. In Spanje drink ik nooit bier, enkel wijn. Hier is niet echt goeie wijn te vinden, en rum is te duur, vandaar: bier. Jupiler en Cara Pils vind ik lekker.” Over smaken valt niet te discussiëren, zeker?
Juan toont zich ook op andere vlakken goed geïntegreerd in het Gentse studentenleven: “Ik hou van fietsen, dat is geweldig hier in Gent. Ik heb hier een tweedehandsfiets gekocht. Er zijn erg veel achtergelaten fietsen. Die nemen we mee om ze te herstellen en dan geven we ze aan vrienden die geen fiets hebben. Dat is niet stelen, vind ik.”
Even verderop ontmoeten we Jaime, student psychologie uit Oviedo. Hij woont in studentenhome Göttingen en vindt het prima dat er op zijn verdieping een grote verscheidenheid aan nationaliteiten is. Hij zoekt de andere Spanjaarden in Gent niet echt op. “Als ik met Spanjaarden wil optrekken, doe ik dat wel in Spanje.” Dit blijkt ook de algemene teneur te zijn bij andere uitwisselingsstudenten. Toch worden studenten uit hetzelfde land vaak in dezelfde homes gedropt, en vaak ook nog in dezelfde gang. Waarom dit fenomeen — haaks op het concept van Erasmus — wordt toegepast, blijft voorlopig een raadsel. Wat we wel met zekerheid weten, is dat de gemiddelde Spanjaard zich verdomd goed amuseert in Gent, en volledig terecht.

Reacties
“Wanneer de Belgen
Op 22 oktober 2011 om 15:50 door Hendrik“Wanneer de Belgen drinken, beginnen ze allerlei onzin uit te kramen en meisjes lastig te vallen. Als je dat doet bij een Spanjaard, riskeer je een pak rammel te krijgen. Dat is nu eenmaal ons warmbloedige karakter.”
Dit ‘ik ben nu eenmaal wie ik ben’ excuus is ZO fout. Mensen die dit te snel gebruiken kunnen zo met alles wegraken, ook regelrecht fout gedrag zoals agressiviteit op café.
“Wanneer iemand stoer doet op café breek ik hun benen. Dat is nu eenmaal mijn warmbloedig karakter” – Hendrikos
Idd, maar je gebruikt Vlaams
Op 24 oktober 2011 om 13:10 door Bram LemmerlingIdd, maar je gebruikt Vlaams Belang-logica. Spanjaarden zijn mss wat verbaler, maar tis ni alsof ze dag en nacht lopen te kloppen op al da beweegt e :) Wat natuurlijk niet betekent dat we zomaar alles moeten gedogen en minimaliseren vanwege ‘cultuurverschil’.