50 kaarsjes voor Congo
- editie
- 489
- categorie
- nieuws en reportages
Op 30 juni viert Congo 50 jaar onafhankelijkheid. De balans lijkt negatief, Congo past in het rijtje van ‘failed states’ en Joseph Kabila wordt stilaan als een slechter heerser dan Mobutu beschouwd. Professor Koen Vlassenroot houdt zich al jaren bezig met Centraal-Afrika en volgt de ontwikkelingen op de voet.

Wat zijn vandaag eigenlijk de grootste problemen in Congo?
“Alles valt te herleiden tot het gebrek aan een functionerende staat zoals wij die kennen. Er zijn heel veel individuen en netwerken die proberen om vanuit die staat controle te verkrijgen over een deel van het publieke leven. Alleen functioneren die niet in het algemeen belang. Je hebt tot diep in het binnenland een staatsaanwezigheid in de vorm van administratie, het leger, politie en provinciale departementen. Maar de middelen die zij genereren gaan niet naar de staatskas. De vertegenwoordigers van de staat moeten een vooraf afgesproken som geld afgeven. Wat ze extra verdienen, blijft dus plakken bij lokale besturen. Lucratieve posten worden uitgedeeld door de oversten, en die zijn natuurlijk erg in trek.”
Kunnen we dan spreken van geïnstitutionaliseerde corruptie?
“Ik denk dat het woord corruptie hier totaal irrelevant is, net omdat iedereen participeert in dat systeem waarbij constant wordt genegotieerd. Het eindresultaat is geen transparante, verantwoordelijke staat, maar een structuur die dit soort praktijken mogelijk maakt en waarvan iedereen tracht te profiteren. Het is niet omdat er geen staat is, dat er ook geen bestuur is. Je krijgt een soort samenleving die zichzelf op een heel andere, informele manier gaat organiseren, maar die wel functioneert.”
Toch vallen op die manier waarschijnlijk veel mensen uit de boot. Wat zijn de gevolgen voor de bevolking?
“Voortdurende onzekerheid. Ze moeten voortdurend afrekenen met dit soort uitbuitingsstructuren. Als een landbouwer zijn goederen op de markt wil brengen, zal hij allerlei checkpoints van verschillende regeringsinstanties en gewapende groepen tegenkomen, waar hij voortdurend moet betalen.”
Blijvend debat in België
Congo is een voormalige kolonie van België. Dragen wij nog een verantwoordelijkheid voor ‘onze’ ex-kolonie?
“Ik vind van niet. Het is niet omdat België de kolonisator is geweest dat wij een bijzondere relatie moeten uitbouwen met Congo. Eén van de argumenten in dit debat is dat wij een historische verantwoordelijkheid hebben. Maar de vraag blijft volgens mij of steun aan Congo geven niet eerder moet gebeuren op basis van een gecoördineerde internationale aanpak. Anderen zeggen dan weer dat wij als voormalige kolonisator geen betekenis kunnen geven aan onze aanwezigheid daar en dat we er uit morele overwegingen beter wegblijven. De indruk zou immers ontstaan dat de ex-kolonisator zijn invloed in het land wil veiligstellen.
Congo zal in België altijd een moeilijk debat blijven. Je mag ook niet vergeten dat Congo het enige internationale dossier is waar België een rol van betekenis kan spelen. Het gaat niet zover dat bijvoorbeeld de Amerikanen echt naar ons luisteren, maar we spelen wel nog een belangrijke rol in bijvoorbeeld het mobiliseren van internationale steun. België moet inderdaad uit ethische overwegingen meewerken aan de heropbouw van die Congolese staat, maar niet per se omdat het een ex-kolonie is. België zou die inspanning evengoed moeten leveren voor landen met soortgelijke problemen.”
Op welke manier moet België dat doen? Door openlijk kritiek te spuien zoals Karel De Gucht deed of via de nieuwe stijl van Steven Vanackere die een glaasje drinkt met Kabila?
“Ik denk dat het een goede zaak is dat er een dialoog is tussen beide staten. Door het beleid van De Gucht was de communicatie volledig zoek geraakt, hoewel iedereen — ook de mensen in Congo die niet aan de macht zijn — het fundamenteel met hem eens was. De vraag blijft natuurlijk wat je doet met die communicatie. België heeft de morele plicht om druk uit te oefenen op het regime in Kinshasa en om bij te sturen. Zo moeten we er bijvoorbeeld voor zorgen dat de geplande verkiezingen in 2011 doorgaan.
Er zijn bovendien te weinig signalen dat Kinshasa het meent met de geplande hervormingen van politie, leger en justitie. Er lijkt geen politieke wil te bestaan. Een vaak gehoord argument is dat het regime democratisch verkozen is. Dat klopt, maar dat pleit hen niet vrij van alle zonden. Die legitimiteit moet elke dag verdiend worden.”
Net omdat Kabila verkozen is, kan men zich afvragen of de volgende verkiezingen überhaupt wel iets zullen uitmaken.
“Dat is koffiedik kijken. De verkiezingen moeten er komen volgens de afspraken in een democratisch bestel. Maar het is wel een bijzonder grote uitdaging. De kostprijs voor het organiseren wordt geschat op 750 miljoen dollar. Wie zal dat betalen? In hoeverre zal de internationale gemeenschap bereid zijn hieraan bij te dragen?
Of de verkiezingen iets gaan uithalen, weet ik niet. Kabila zal waarschijnlijk herkozen worden. Ook al omdat er geen sterke tegenkandidaat opduikt. Zo zit Jean-Pierre Bemba momenteel in Den Haag te wachten op zijn proces. Andere kandidaten staan lokaal sterk, maar stellen nationaal niet veel voor.”
Een gevolg van het feit dat Kabila de macht van medepolitici beperkt? Zo heeft hij onlangs de macht van de premier beperkt en de parlementsvoorzitter vervangen.
“De parlementsvoorzitter, Vital Kamerhe, was inderdaad een van de personen die bijzonder populair aan het worden was. Ook Moïse Katumbi, de gouverneur van Katanga, wordt genoemd als een tegenkandidaat. Hij komt echter uit het Oosten waardoor het voor hem zeer moeilijk wordt om een nationaal draagvlak te creëren. Kabila komt namelijk ook uit het Oosten en geniet daar veel steun.”
“Je mag niet vergeten dat Congo het enige internationale dossier is waar België een rol van betekenis kan spelen.”
U haalde zelf al aan dat er internationaal moet worden samengewerkt om iets te bewegen in Congo. De VN bracht vorige maand een rapport uit waarin vele wantoestanden werden aangeklaagd. Wat is de waarde van dit internationaal toezicht?
“Er is op dit moment een enorme strijd aan de gang tussen het regime in Kinshasa en MONUC (de VN-vredesmacht die sinds 1999 in Congo aanwezig is, n.v.d.r.). Kabila pleit ervoor dat MONUC tegen 2011 zou verdwijnen uit Congo. Maar dan stel je vast dat dertig of veertig rebellen er een maand geleden even in slaagden de stad Mbandaka te controleren. Het Congolese leger stelt momenteel immers niets voor. De vraag rijst of Kabila zonder MONUC kan en daarom zie ik de missie nog niet zo snel vertrekken. Het is voor Kabila vooral een symbooldossier om de Congolese autonomie en onafhankelijkheid kracht bij te zetten.”
Congolees feest
Een ander symbolisch vraagstuk is de aanwezigheid van koning Albert bij de vieringen op 30 juni. Welk signaal geeft België daarmee?
“Het toont aan dat België mee wil vieren. Er is dan wel discussie over geweest, maar uiteindelijk is beslist dat de koning — samen met zowat de halve regering — toch gaat. Het is belangrijk dat België dat niet kritiekloos doet, dat de koning meer zal doen dan de tribunes vullen. Hij moet vanuit zijn morele positie gebruik maken van het bezoek om bepaalde zaken aan te kaarten. Het grote probleem is inderdaad dat je het regime dreigt te legitimeren en dreigt te zeggen dat je niet zo heel erg inzit met wat er allemaal fout gaat. En ik ben er van overtuigd dat België daar wel mee inzit.”
Soms wordt aangevoerd dat de intelligentsia in Afrika, op velerlei manieren, zou zijn verdwenen. Ook zouden de internationale politieke machthebbers de Afrikaanse leiders niet altijd even serieus nemen.
“Dat laatste is misschien juist, al valt dat nog wel mee. In verband met die intelligentsia kan ik enkel vaststellen uit mijn bezoeken aan Congo dat er daar nog heel veel goeie mensen met een visie rondlopen. Alleen zijn ze niet verkozen. Al zijn er toch een aantal mensen binnen de administratie of het parlement waarvan je kan hopen dat zij verandering zullen brengen.
Uiteindelijk blijft het in dat hele vredesproces dat in 2003 begon en waar de internationale gemeenschap veel middelen heeft in geïnvesteerd, aan de Congolezen zelf om te bepalen waar de staat naartoe gaat. Als het lokale politieke draagvlak ontbreekt, blijf je enkel geld pompen in een uitzichtloze situatie. Op de Congolese politieke klasse valt veel aan te merken, maar er zijn dus wel degelijk goeie krachten in de Congolese samenleving aanwezig.”
Denkt u dat de problemen onder het huidige centrale gezag aangepakt kunnen worden of moeten hiervoor andere mensen de posten invullen?
“Ik moet vaststellen dat het systeem van patronage, dat veertig jaar heeft standgehouden, zich door de oorlog enkel verder heeft kunnen ontwikkelen en dat gewapende niet-statelijke actoren nu mee in het systeem zijn geïntegreerd. Alle internationaal gestuurde vredesprocessen kunnen hierin nauwelijks verandering brengen. Het is een proces dat heel traag zal gaan en de internationale gemeenschap heeft weinig geduld.”
Naar aanleiding van de onafhankelijkheid blikken de media graag terug op de koloniale tijd. Sommige Congolezen vertellen dat het toen beter was. Is dat een algemeen gevoel?
“Er zijn niet zo veel Congolezen die nog over de koloniale periode kunnen getuigen. Volgens mij is het dan ook een irrelevante discussie. Bij dit soort vragen speelt vooral de ijdelheid van de kolonisator om te kunnen zeggen dat het beter was onder hun beleid. Dus laat die wierookvaten voor onze voorouders gerust aan de kant en laten we kijken hoe het nu gaat.”
Congo heeft qua bodemrijkdommen misschien wel het grootste potentieel van Afrika. Gelooft u dat het in de toekomst ooit nog goed komt met Congo en dat het een welvarend land kan worden?
“Je hebt enerzijds de cynici die voortdurend wijzen op alles wat fout loopt en anderzijds de dromers, de naïevelingen die enkel Kinshasa bezoeken en de indruk hebben dat het allemaal wel goed gaat. Ik vind dat je moet erkennen dat bepaalde structurele zaken grondig fout zitten. De internationale gemeenschap heeft heel weinig oog voor structurele problemen en benadert het vredesproces vanuit een heel technisch perspectief, wat de zaak op lange termijn niet echt bespoedigt.
Ik merk dat geweld nog altijd een heel belangrijk deel uitmaakt van het dagelijkse leven, maar dat het aantal gewapende actoren in kracht aan het afnemen is. Lokale initiatieven in de mijnsector gaan de bodemrijkdommen meer en meer aanwenden als een opportuniteit voor lokale ontwikkeling, en niet als oorzaak van conflict. Dit zal nog lang duren, dus ik wil me niet in het kamp van de naïevelingen plaatsen. Maar ik wil me zéker niet bij de pessimisten rekenen.
Eigenlijk is ‘Is er nog hoop? Want dat is zo’n triestig verhaal’ ook een foute vraag. We moeten gewoon realistisch zijn en kijken naar de toestand vandaag. We weten wel hoe het leven in Kinshasa en Bukavu is, maar we weten niet hoe de mensen overleven in het binnenland, gewoon omdat we niet gaan kijken. En dat is onze taak.”
