De terugkeer van de homo universalis
- editie
- 485
- categorie
- nieuws en reportages
Via het project UniverCity tracht deBuren studenten een klein maar moedig tegengewicht aan te bieden aan onze overgespecialiseerde opleidingen.
De dreiging van vakidiotie fladdert door de nachtmerries van elke student hogere studies. Voor je het door hebt, word je wakker, en pats! Moleculen en atomen, dat zegt je wel nog iets. “Dat sterft af, zoals bij Hugo Claus.” En je kameraad: “Ahja, die met zijn grote oren.” Achter de oren krabbend begint hij echter al meteen bij Maurice Gilliams en jij hebt een plotse aanval van neusbloeding bij isotopengeologie. Letterenstudenten en een bioloog in spe gaan dus best niet al te diep op in hun opleidingen, als ze hun gesprek niet telkens willen onderbreken door “Allez gij, ken je dat niet?”
Op een hoger niveau leidt dat echter tot literatuur en kunst die volgens sommigen los van de wereld staat. Of tot een economische crisis die specialisten, los van elke band met de wil van de consument, niet kunnen oplossen. We leven m.a.w. in een tijd van overspecialisatie, waarin de verschillende universitaire disciplines steeds verder uit elkaar dreigen te groeien en kennis op maatschappelijk vlak slechts op een zeer laag niveau wordt overgedragen. In het licht daarvan biedt het Vlaams-Nederlandse huis deBuren het programma UniverCity aan.
Honours programme
Het project is los gemodelleerd naar een Honours Programme. Daarmee bieden vele buitenlandse universiteiten hun gemotiveerde bachelorstudenten een aanvulling op hun reguliere opleiding aan. In tegenstelling tot die laatste is een Honours Programme bewust interdisciplinair. Meestal duurt zo’n programma twee jaar en ligt de nadruk op de deelnames in discussies en het schrijven van essays. In Vlaanderen bestaat er echter nog steeds geen gelijkaardig opzet. De keuze van deBuren voor de naam UniverCity kan dan ook enigszins provocerend begrepen worden.
In tegenstelling tot dit universitaire programma, is de UniverCity, onder de coördinatie van Willem Bongers, veel losser van opzet. Maximum vijftig studenten van zowel universiteiten als hogescholen en kunstacademici over heel Vlaanderen komen acht keer samen in het Brusselse Kaaitheater voor een discussieavond. Ook hier zijn de twee centrale onderwerpen interdisciplinair. Dat maakt de figuur van Multatuli, waarrond drie avonden georganiseerd worden, al meteen duidelijk. Zijn wonderlijke roman Max Havelaar (1860) is nog steeds een ultiem voorbeeld van hoe een sterk esthetisch vormbewustzijn te vermengen valt met een ethische, maar ook historisch-politieke dimensie. Dit luik van het programma kreeg als titel “Beste Multatuli, ...”. De focus komt zo te liggen op de brievenkunst van Multatuli, zoals die in zijn Ideeën tot stand kwam. Door onder andere de Nederlandse schrijver Christiaan Weijts en de Zuid-Afrikaanse auteur Brink Scholtz een brief te laten schrijven, wil deBuren Multatuli’s culturele erfenis actualiseren.
Nieuwe Vlamingen en Nederlanders
Als Vlaams-Nederlands huis is het de prioriteit van deBuren om interessante sprekers uit Vlaanderen en Nederland aan bod te laten komen. En dat ze daarbij geen reactionaire neigingen vertonen, blijkt al uit de titel van het tweede luik van het UniverCity-project: “Het Vaderhuis | De Moederschoot. Migratie, cultureel ouderschap en belonging.” Ook hier staat de samenhang tussen culturele tradities, de kunsten en politiek centraal. Twee sprekers, gespecialiseerd in de verschillende artistieke takken (literatuur, theater, beeldende kunst en muziek), gaan in discussie met de vijftig studenten. Moderator van dienst is dr. Henriëtte Louwerse, specialist in Nederlandse migrantenliteratuur en dan vooral Hafid Bouazza.
De sterkst gemotiveerde studenten (die vijf op zeven lezingen meevolgen) mogen op het einde van de rit zelf een brief aan Multatuli schrijven. De “beste” brief wordt samen met de brieven uit het Multatuli-luik gepubliceerd, en de schrijver wint een reis naar Indonesië. Een grote reis na een kleine, maar waardevolle stap in de richting van de homo universalis.

