Paparazzi, censuur en telefoonboeken
- editie
- 483
- categorie
- nieuws en reportages
Een eeuw geleden vermengden de socialistische bladen de seksuele escapades van het koningshuis met hun democratische pleidooien. Scabreuze roddels stuwden de oplages naar ongekende hoogten en hielpen zo de doctrine verspreiden.

Gefotografeerd door Joost Vanderdeelen
Anno 2009 is de subversieve boodschap van de sensatiepers lang vervlogen, maar de vraag naar schnabbels over beroemdheden onverminderd. Populaire vraag durft ethiek echter al eens overspoelen: valse interviews, inbreuken op de privacy en het lastigvallen van slachtoffers worden ook in België couranter.
Wij spraken met Thomas Siffer, hoofdredacteur van het weekblad Story, en Dirk Voorhoof, professor Mediarecht aan de UGent, over journalistiek en ethiek.
Commentatoren beweren vaak dat de ethische grenzen van de journalistiek verschuiven. Is dat zo?
D.V.: “We zien dat inderdaad, maar vroeger werden die grenzen ook niet altijd gerespecteerd. Ik zie vooral meer oprispingen over een verschuiving, met name wat de privacybescherming, de omgang met slachtoffers en het niet controleren van informatie betreft. Dit zijn geen loze beweringen. Dit wordt ook vastgesteld in tal van rechterlijke uitspraken en door de Raad voor de Journalistiek. Ik wil hier wel onmiddellijk meegeven dat Story nog een blanco strafregister heeft bij de Raad. Anderen, zoals Dag Allemaal, hebben zich al meer moeten verantwoorden. Onlangs tikte de Raad hen nog maar eens op de vingers wegens een interview waarin Greet Rouffaer, die te kennen had gegeven dat ze geen interview wilde doen, woorden in de mond werden gelegd.
En er zijn andere voorbeelden: zo werd de grootvader van Luna (één van de slachtoffers van Hans Van Themsche, n.v.d.r.) lastiggevallen door een journalist. Ook werden onlangs namen van slachtoffers van zedenfeiten voluit gepubliceerd, wat uitdrukkelijk bij wet verboden is.
Maar de alertheid is ook vergroot, de slachtoffers zijn weerbaarder geworden en we hebben betere instrumenten om hun signalen op te vangen. Daardoor krijgt men uiteraard de indruk dat het nu plots zoveel erger is.”
T.S.: “Eigenlijk dragen het publiek en de commerciële druk mee de schuld. Het meest aangeklikte item op De Standaard online vandaag is ‘Marie Vinck naakt onder herfstbladeren’. Week na week schuift die website op en wordt dat één van mijn grootste concurrenten. Hetzelfde met De Morgen. Maar intussen behouden ze toch dat hautaine meerwaardigheidsgevoel als kwaliteitspers.”
Laten we het even over agressieve technieken hebben om informatie te vergaren. Over het algemeen kan de kwaliteitspers zich daar wel op vrije nieuwsgaring beroepen omwille van de maatschappelijke relevantie, maar dat is niet zo voor de boulevardpers.
T.S.: “Wij zullen nooit zomaar geruchten in ons blad zetten of fotografen op iemand afsturen om hun privé-leven bloot te leggen. Wij hadden bijvoorbeeld al heel lang de mails van de ex van Marie-Rose Morel, maar dat vond ik een bron die niet te vertrouwen is. Wij hebben dat toen niet gebracht. Dat doet Knack dan wel.”
D.V.: “Maar dat is juist het verschil. Als jullie schrijven over iemands privé-leven dan is het omdat het BV’s of celebrities zijn en om emoties gaat. Knack publiceert dat daarentegen wel omdat de analyse werd gemaakt dat die mails politieke gevolgen hadden. Zij publiceren dat dus omwille van de politieke en maatschappelijke relevantie, in tegenstelling tot Story.”
T.S.: “Dat is juist, de maatschappelijke relevantie van Story is nihil. Hoewel, Story is entertainment en mensen plezier verschaffen is toch ook maatschappelijk relevant?”
Paparazzi
Op dit punt haalt professor Voorhoof een recente editie van Story tevoorschijn.
D.V.: “Wat staat er in deze Story? Foto’s van Patrick Lefevere en een zekere jongedame (Stefanie Clerckx, de toenmalige vriendin van acteur Guy Van Sande, n.v.d.r.) die naast elkaar wandelen in Parijs. Dat terwijl er duidelijk te kennen was gegeven dat zij daar niet wilden over praten. Op zich bewijzen die foto’s niets, maar toch wordt dat hier over een aantal bladzijden uitgesmeerd. Ik vind dit er echt ver over.”
T.S.: “Dirk heeft gelijk. Dit is één van de moeilijkste momenten geweest in die twee jaar dat ik hoofdredacteur ben. Wij krijgen talloze van die burgerjournalistieke foto’s en daar doen we zelden iets mee. In dit geval had ik al gezegd: we publiceren die foto’s niet. Maar op advies van een topman uit de journalistiek heb ik het toch gedaan.”
Zou u het opnieuw publiceren?
T.S. (lacht): “Nu ik bij hem (D.V.) heb gezeten misschien niet, nee. Maar over twee weken weer wel. Het is wel de eerste keer dat ik een foto heb gepubliceerd die naar paparazzi-praktijken neigt.”
U creëert hier wel een aanbod door aan te geven dat u foto’s gemaakt door buitenstaanders aanvaardt.
T.S.: “Ja, dat is juist. Maar wat mij betreft, mag iedereen reporter spelen. En ik was slechts een volger. Er was reeds een foto van hen twee verschenen in HLN en het nieuws was al grotendeels uitgebracht door Dag Allemaal.”
D.V.: “Laat ons duidelijk zijn: als Lefevere jou een rechtszaak aandoet, dan verlies jij die. Daar is geen discussie over.”
T.S.: “Denk je?”
D.V.: “Absoluut. Gelukkig voor jullie had Lefevere blijkbaar andere besognes.”
T.S.: “Dit is echt op, of misschien over de grens. Dat geef ik toe. Maar het gaat wel om twee publieke figuren die zich midden in een mediastorm op een publieke plaats begeven.”
Thomas Siffer: “De maatschappelijke relevantie van Story is nihil.”
D.V.: “In Duitsland, in de zaak van Caroline van Monaco, hebben rechtbanken tot en met het grondwettelijk hof, beslist dat foto’s die in de publieke sfeer gemaakt zijn, moeten kunnen. Maar het Europees Hof heeft dat verworpen en gezegd: neen, die vrouw oefent geen publieke functie uit. Zij moet dus niet verwachten dat ze te allen tijde kan worden gevolgd.”
Onlangs bracht Story een interview met de moeder van Yasmine die Marianne Dupon met de vinger wijst voor Yasmine’s zelfmoord. Wat rechtvaardigt de negatieve impact van zo’n interview op Marianne?
T.S.: “Wat verantwoordt het feit dat we drie keer een cover gemaakt hebben over de zelfmoord van Yasmine? Dat is inderdaad omdat we weten dat het gaat verkopen en dat de mensen dat willen lezen. Maar je gaat er zomaar van uit dat Marianne een negatieve impact voelde, waar ik niet van overtuigd ben. Wij zijn trouwens nooit actief op zoek gegaan naar haar. We hebben haar nooit getelefoneerd of achtervolgd, zoals ze zegt dat andere media gedaan hebben.”
D.V.: “Geven wat het publiek wil, is op zich geen justificatie. Als hoofdredacteur moet je een aantal dingen in de gaten houden en de menselijke waardigheid respecteren. Als je dat niet meer doet, dan ondergraaf je eigenlijk je functie.”
Maar nogmaals: wat rechtvaardigt de schade die bijvoorbeeld Marianne Dupon lijdt omwille van zo’n artikel? Niets anders dan het commerciële voordeel?
T.S.: “Alweer zeg je dat Marianne schade heeft geleden, wat ik tegenspreek. Ik vind dat eigenlijk wel een goede vraag. Wat rechtvaardigt BV-journalistiek en een blad als Story? Ik heb er nog niet over nagedacht. Het recht op entertainment misschien. Het is bij ons inderdaad entertainment met consequenties, maar ik probeer zo weinig mogelijk collateral damage te maken.
Integendeel, ik moet met die mensen kunnen samenwerken. En omgekeerd: zonder ons leven BV’s niet. Het beste dreigmiddel dat ik heb, is zeggen dat we niets meer over hen schrijven.”
D.V.: “Wat vind je dan over BV’s die de publiciteit opzoeken, maar ook zaken hebben die zij niet in de openbaarheid willen brengen. Heb je het recht om dat ook te publiceren, vind je?”
T.S.: “Ik vind van wel. Als Phaedra Hoste op zoek gaat naar een man en dat breed uitsmeert op tv, dan vind ik dat ik haar privacy mag bruuskeren en zeggen ‘ej, Phaedra, nie liegen he meiske, g’hed al een lief’.”
D.V.: “Daar zeg je dus iets dat regelrecht indruist tegen juridische regels. Er is een zaak bekend van een weekblad dat de seksuele geaardheid van leden van Get Ready bekendmaakte terwijl ze zelf aangegeven hadden dat niet te willen. Daarover is een uitspraak geweest: over het intieme liefdesleven en seksuele geaardheid bepaalt iedereen zelf wat hij of zij in de openbaarheid wil brengen en wat niet.”
T.S. : “Maar er zijn talloze homo’s die wij niet outen. Als zij niet spreken over hun privé-leven, laten wij hen gerust. Maar als iemand week na week met nieuwe vriendinnetjes komt pronken, dan vind ik wel dat ik het recht heb om te zeggen: hier is iets verkeerd. Die persoon misbruikt het vertrouwen van de lezers.”
D.V.: “Als je bepaalde valse info vrijgeeft over je privé-leven, ligt het inderdaad wel iets anders.”
T.S.: “En zelfs dan. Er zijn bepaalde BV’s die te koop lopen met hun gelukkig gezinsleven, terwijl ik bijna uur voor uur weet wanneer ze bij hun minnares waren. Dan gebeurt het dat ik hen opbel en hen vertel ‘man, ik zou nu toch een beetje dimmen’. Maar we brengen dat dan niet uit natuurlijk. Er ligt een telefoonboek met informatie over BV’s op mijn bureau die we dus nooit gebruiken, he.”
D.V.: “Is de volgende stap dan niet dat jullie zullen worden aangeleverd door bijvoorbeeld kliklijnen en burgerjournalistiek? Gaan jullie dan aan de verleiding kunnen weerstaan om die zaken op je bureau te laten liggen?”
T.S.: “Wel, een groot gevaar schuilt in wat Helmut Lotti nu gedaan heeft. Hij wil zich terugtrekken uit de BV-bladen. Dan is het gevaar dat die rem die ik nu heb van ‘wij moeten wel nog tien jaar met elkaar samenwerken’ wegvalt. Dan kunnen we brengen over hem wat we willen, zoals in de Engelse tabloids. Als al die sterren zich zouden terugtrekken uit de BV-bladen, ontstaat de mogelijkheid dat bladen beginnen uit te pakken met valse geruchten en paparazzi-foto’s.”
Maar u zou zelf nooit in de verleiding gebracht worden?
T.S.: “Neen.”
Geeft u soms geld voor stukken?
T.S.: “De sterren hebben ons nodig, maar niet voor alles. Babyfoto’s en huwelijksfoto’s willen ze bijvoorbeeld vaak niet geven, dus daar geef ik dan wel een vergoeding voor. Maar die bedragen zijn oneindig veel lager dan wat de ronde doet in Vlaanderen. (net voor publicatie werd bekend dat Tanja Dexters ‘het verhaal van haar zwangerschap’ aan Story verkocht heeft, n.v.d.r.)”
Gebruikt u de informatie die u achter de hand houdt, ook als hefboom om informatie los te krijgen?
T.S.: “Ik ga dat nooit als afpersmiddel gebruiken. Ik vind het wel handig dat zij weten wat ik weet. Maar ik ga hoogstens wat zagen: ‘Geef ons eens een Binnenkijken bij bijvoorbeeld’.”
Meneer Siffer, U geeft in een column in De Morgen aan dat entertainment misleidend mag zijn.
T.S.: “‘Misleidend’ heb ik niet gezegd. Maar titels op de cover insinueren soms wel iets anders dan in de stukken staat. Het rare is dat ons publiek dat graag heeft. Het is een spelletje. Bijvoorbeeld: wij blokletterden ‘Het Zesde Zintuig: winnaars waren vooraf bekend!’ Was dat doorgestoken kaart? Neen, binnenin blijkt: stand-up comedian Gili had de namen al op voorhand voorspeld. Maar we gaan nooit een flagrante leugen op de cover zetten. Ik heb ook wel fouten gemaakt. Bijvoorbeeld: een cover waarop Eddy Wally met de handen voor het gezicht zat en daaronder: hoe moet hij nu verder zonder Marjetje? Natuurlijk denkt iedereen: Marjetje is dood. In kleine lettertjes stond daar echter boven: ‘Waarzegger voorspelt erge dingen voor Eddy Wally.’ Die waarzegger had Eddy verteld dat Marjetje binnen afzienbare tijd zou sterven, wat logisch is. Maar daar hebben we te fel geïnsinueerd dat ze dood was. Daar heb ik spijt van.”
Thomas Siffer: “Er zijn talloze homo’s die wij niet outen.”
Censuur
Is de wetgeving nog voldoende aangepast aan de huidige stand van de journalistiek?
D.V.: “Ik denk dat er tal van werkbare mechanismen zijn. Er is strafwetgeving en er zijn civiele procedures op basis van het algemene aansprakelijkheidsprincipe. Dat ligt allemaal in een duidelijke bedding. Men weet wat journalistiek fout is: onzorgvuldigheid, onnodig kwetsende zaken, schending van de privacy. Dat zijn de drie kernbegrippen en rechters weten daar mee om te gaan. Er is ook nog eens het recht van antwoord en ten slotte de Raad voor de Journalistiek. En die beslist niet alleen, maar zorgt er ook voor dat men tot minnelijke schikkingen komt. Dat zijn dus allemaal mechanismen die bestaan en goed werken.”
Maar nu wordt er wel misbruik gemaakt van kortgeding. Rechters hebben recent verschillende publicaties en uitzendingen verboden zonder zelfs beide partijen te horen.
D.V.: “Ja. Sommigen proberen dat goed te praten met het argument ‘de media zijn te ver gegaan, dus ze moeten de dreun maar kunnen aanvaarden’. Dat klopt niet. Je moet nog steeds de regels van de rechtsstaat respecteren. Wat er nu gebeurt met het eenzijdig verzoekschrift zonder de mogelijkheid om zich te verweren in deze fase, kan niet.”
Mag men ooit preventieve censuur toepassen?
D.V.: “In sommige omstandigheden kan dat volgens de actuele wetgeving en rechtspraak. Er kan een zodanige inbreuk zijn dat een rechterlijk verbod uitzonderlijk toch gerechtvaardigd kan zijn. Denk maar aan foto’s van minderjarigen in seksuele of criminele sfeer of inbreuk op de privacy.”
U stelt dat men harder moet optreden bij onbetamelijke journalistiek. Hoe?
D.V.: “Als er grove fouten zijn geweest, moet men niet bij een symbolische 1 euro blijven. Het enige wat op het HLN of Dag Allemaal echt indruk zal maken, is de veroordeling tot een fikse schadevergoeding. Tot nu waren de hoogste schadevergoedingen 60.000 euro. Nu zit men met de zaak Lefevere tegen HLN aan 600.000. Maar wanneer hij 25 miljoen eist, dan doet hij dat om een blad te liquideren. Dat vind ik fout. Dat begint te lijken op een bestraffende schadevergoeding. En dat mag niet in ons rechtsstelsel.”
We zijn dus juridisch beperkt tegen excessen wat dat betreft?
D.V.: “Ja. Ik denk ook dat men in de zaak Lefevere in beroep zal gaan en dat het bedrag niet overeind zal blijven. Het is ook onevenredig, lijkt me.”
Meneer Siffer, waarom doet u uw werk zo graag?
T.S.: “Toen de job mij werd voorgesteld, zei ik onmiddellijk nee. Wie wil nu de baas worden van Story. Maar ze hebben me kunnen overtuigen door te zeggen dat ik van het blad mocht maken wat ik wilde. Toen vond ik het interessant. Een blad maken, een visie uitdragen, jezelf verdedigen en met een professor daarover mogen discussiëren.
Het is de heerlijkste job in de wereld.”
