“Ik probeer te streven naar kwaliteit. Op lange termijn is dat beter voor iedereen.”
- 481
- editie
- cultuur
- categorie
- film
- schilderkunst
- tekenkunst
- sleutelwoorden
- De Chirico
- dEUS
- Fragonard
- Goya
- Manet
- Max Ernst
- Michaël Borremans
- Spilliaert
- Tom Waits
- Velázquez
- Watteau
- personen
- Gent
- locaties
Een zwembad. Mensen kijken gelaten naar een gigantische man met gaten in zijn lijf. Op zijn ontblote borstkas schildert een anonieme hand in rode letters: “People must be punished”. Het werk heet Swimming Pool en staat op de cover van de Schamper die u in handen heeft. Het werk typeert het oeuvre van Michaël Borremans (°1963): het stelt je interpretatievermogen zwaar op de proef, maar het houdt je in zijn ban.
Uw werk heeft vaak iets mysterieus. Is het uw bedoeling om de toeschouwer in het ongewisse te laten?
“Je kan het wel ‘mysterieus’ noemen. Mijn beelden kunnen niet worden gedefinieerd. Met de beelden in de media is dat wel zo, die dienen om iets duidelijk te maken. Ik laat bewust enkele referenties open, zodat de toeschouwer niet altijd raad weet met mijn werk. Daardoor blijft het ook een beetje overeind in de massa beelden die er zijn.”
Vaak zeggen mensen dat er een nostalgische klank uit uw werk spreekt.
“Ja, maar ik ben het daar niet mee eens. Ik begrijp wel dat in een bepaalde periode mijn werk op die manier geïnterpreteerd is. Dat komt omdat ik toen veel materiaal uit tijdschriften uit de jaren ‘30 en ‘40 heb gebruikt. Het was echter mijn bedoeling een soort onbepaalde ruimte en tijd te creëren. Ik wou een soort gemiddelde van de moderne mens presenteren. Daarom dacht ik dat het interessant was om te kijken naar hoe de mens er in het midden van de twintigste eeuw uitzag. Maar ik geef toe dat ik daar een beetje onhandig in ben geweest. Nu probeer ik dat te vermijden door bijvoorbeeld speciaal kleertjes te laten maken voor mijn modellen.”
Heeft u dan nooit eens zin om een prent uit een tijdschrift van nu te scheuren?
“Ik heb dat ook al vaak gedaan, maar de mensen spreken daar niet over. Ik probeer wel datgene te vermijden wat ik ‘incidenteel contemporaine’ elementen noem. Pakweg de eerste minister of Barroso schilderen, dat interesseert mij niet. Dat zou te veel over een individu gaan en dat past niet in het verhaal dat ik wil vertellen. Ik gebruik de menselijke figuur veeleer symbolisch, als een soort pion. Binnen tweehonderd jaar zou mijn werk evengoed leesbaar moeten zijn.”
“Het werk is zo intelligent als diegene die er naar kijkt.”
Kan u er dan in komen dat sommige mensen vinden dat uw werk luguber overkomt?
“Ze mogen dat vinden. Mijn tekening The Swimming Pool bijvoorbeeld, waar iemand de zin ‘People must be punished’ op iemands borstkas schildert. Dat is gewoon interessant: mensen zijn aan het zwemmen en worden dan geconfronteerd met dat beeld. Mijn werk kent vele aspecten en dat maakt het boeiend. Als sommige mensen dat alleen maar luguber vinden, zegt dat veel over die mensen. Het werk is zo intelligent als diegene die er naar kijkt.”
Mijn moeder vindt uw werk dan weer heel mooi.
“Dat vind ik een heel mooi compliment, want schoonheid is voor mij een belangrijk aspect als het over kunst gaat. Door schoonheid gaan mensen naar het werk kijken, het is een soort lokmiddel. Je lokt ze echter niet met verkeerde middelen, want schoonheid is waardevol. Het is één en al altruïsme. (lacht)”
Vantage Point
Veel mensen beseffen het waarschijnlijk niet dat ze een tekening van u zien wanneer ze Vantage Point van dEUS in hun handen hebben. U hebt echter geen nieuw werk voor die albumcover gemaakt.
“Dat was ook een mogelijkheid, maar ik had het zo niet beter kunnen bedenken. Die tekening komt oorspronkelijk uit een andere context en dat maakt het geheel alleen maar rijker. Wanneer je enkel in de context van de plaat denkt, is dat een oninteressante beperking, denk ik. Indien ik nog eens een platenhoes zou maken voor een groep, zou ik ook een beeld zoeken dat er niet meteen iets mee te maken heeft.”
Zijn er nog artiesten die uw werk zouden mogen gebruiken?
“Ik doe dat alleen maar voor groepen die ik echt heel goed vind. Zo is dEUS echt wel goed, hoewel hun laatste plaat wat overgeproducet is. (lacht) Ik wil wel geen platenhoezenontwerper worden, het is gemakkelijker als men een bestaand werk gebruikt en niet vraagt om speciaal iets te maken. Mocht Tom Waits mij dat vragen, dan natuurlijk…”
Zou u het overwegen om een videoclip te maken?
“Dat is mij ook al gevraagd, maar als ik dan luister naar de muziek vind ik het meestal niet goed genoeg. Het moet zinvol zijn, want er is al zoveel brol en ik doe mijn best daar niet aan mee te doen. Ik probeer te streven naar kwaliteit. Op lange termijn is dat beter voor iedereen. Bovendien werk ik veel te traag voor zoiets vluchtigs als een videoclip.”
U bent eigenlijk opgeleid als fotograaf. Vanwaar die ommezwaai?
“Ik ben pas op mijn dertigste als schilder gedebuteerd. Ik heb er lang over getwijfeld om door te gaan als fotograaf. In het schilderen vond ik een taal die zeer oud was en een interessant gewicht had. Bepaalde beelden die ik nu maak, kan ik ook volledig ensceneren en fotograferen met antiek licht, maar het zal nooit zo goed zijn als een schilderij. Ik ben zeer bewust beginnen te schilderen, en niet uit liefde of passie.”
“Het is één en al altruïsme.”
God spelen
Ambachtelijk bezig zijn, is dat essentieel voor u?
“Als kind vond ik dat al zeer fascinerend: je begint te tekenen op een blad papier en er ontstaat een heel universum waarin jij God kan spelen. Eigenlijk ben ik een machtswellusteling. Gelukkig ben ik kunstenaar geworden en is het niet fout gelopen (lacht). Schilderen is eigenlijk wel moeilijk, maar het is zeer verslavend. Ik geraak er niet meer van af.”
Is het gevaar van zo’n oud kunstprocédé als schilderen niet dat je al gauw naïef kan overkomen?
“Dat gevaar is inderdaad reëel. Ook omdat ik in mijn werken vaak typische elementen gebruik die we kennen uit de kunstgeschiedenis. Ik krijg in feite heel weinig openlijke kritiek op mijn werk. Nochtans zou het best wel interessant zijn dat te aanhoren, want ik wil mijn werk ook steeds bijvijlen. Sommige kunstenaars zijn te ernstig, andere te grappig. Sommige kunst is belerend, andere niet belerend genoeg. Ik ben echter op zoek naar het ultieme kunstwerk waar iedereen raad mee weet. Zoiets kan je natuurlijk niet bereiken, maar je kan proberen om in de buurt te komen.”
De titels van je werken, zijn die belangrijk?
“Dat maakt echt deel uit van het werk, want die titels komen in boeken onder een afbeelding van het werk en hebben een sterk psychologisch effect. Ik heb altijd een longlist en een shortlist van soms zeer uiteenlopende titels. Ik vind het moeilijk om te kiezen. Sommige hebben met het werk te maken en andere gaan juist in een tegenovergestelde richting.”
Het formaat van uw werken durft sterk te variëren. Is daar bewust over nagedacht?
“Dat gebeurt zeer intuïtief in het atelier. Een compositie heeft een bepaalde spanning en dat werkt soms beter op een iets groter of een iets kleiner formaat. Vaak schilder ik iets drie, vier keer met telkens een andere schaal om het echt op punt te krijgen. Een schilderij is een zeer fysiek gegeven. Je gaat er nooit mee om als beeld, maar als schilderij.”
Door welke kunstenaars bent u beïnvloed?
“De grootste invloed is wat je hebt meegemaakt in je jeugd. In feite ben ik beïnvloed door alles en iedereen. Naar kunstenaars zoals Spilliaert, Max Ernst en De Chirico heb ik bijvoorbeeld wel gekeken, maar evenzeer naar het werk van Franse rococokunstenaars als Fragonard of Watteau. Technisch gezien is dat een hoogtepunt, hoewel het zeer vrolijk werk is. Ook Goya, Velázquez, Manet en alle andere groten van de schilderkunst hebben mij technisch gezien beïnvloed. Dat zijn dingen waar je echt naar kijkt hoe ze het voor elkaar hebben gekregen.”
Mogen we binnenkort nog iets van u verwachten in België?
“Het zal nog even duren. Ik ben wel aan het werken aan een ensemble, maar ik weet nog niet wat ik ermee ga doen. Ik ga niet graag speciaal voor een tentoonstelling aan het werk. Daarvoor selecteer ik liever werken die goed bij elkaar passen en andere toon ik niet. Die zijn daarom niet slechter, maar ze passen gewoon minder goed in die groep.”





