Plechtige opening academiejaar



Gent, Volderstraat, 1 oktober 2009. Een bende decanen, professoren en andere – ongetwijfeld zeer belangrijke – academici verzamelen zich voor de ingang van de Aula. Ze zijn gehuld in toga’s, geaccentueerd met de kleuren van de specifieke faculteiten, waardoor ze een zekere autoriteit uitstralen. Althans, dat is toch hun opzet. De accessoires op de gewaden benadrukken meteen wie de alpha-male van het gezelschap is: de enige met modieus bontje om de hals gedrapeerd is rector Paul Van Cauwenberge. Deze pompeuze bedoening komt op z’n minst een beetje lachwekkend over, maar tegelijkertijd is het decorum een onmisbaar onderdeel van een traditionele academische opening.
Iedereen welkom
Wanneer de rector een gezelschap verwelkomt, dan doet hij dat ook grondig. Bij de aanvang van de viering somt hij zowat iedereen op die ook maar aanwezig zou kunnen zijn, zelfs al neemt dit een klein kwartier in beslag. Geen probleem, we hebben tijd. Vervolgens wordt een zekere Merel in de bloemetjes gezet. Zij was de eerste die zich dit jaar inschreef aan de UGent en deze verdienste moet dan ook beloond worden. Daarna volgt een diatentoonstelling met de hoogtepunten van het vorige academiejaar en tenslotte worden de aanwezigen overspoeld met een reeks speeches, de ene al slaapwekkender dan de andere.
Een intrinsiek gevoel van voldoening
Geert Cleuren bijt de spits af met een speech die in het begin veel weg heeft van hielenlikkerij. Na enkele minuten ontpopt hij zich echter tot een ware studentenvertegenwoordiger wanneer hij uithaalt naar het stadsbeleid in verband met studentenvoorzieningen. Ook heeft hij zijn bedenkingen bij het leerkrediet, dat volgens hem niets meer is dan een zwaard van Damocles.
Daniël Termont, burgemeester van Gent, boost dan weer liever over de verdiensten van de stad. Hij benadrukt de kansen van jonge mensen op de arbeidsmarkt in Gent en wil zijn stad op de kaart zetten. Ook legt hij de nadruk op sociale gelijkheid en hij beklemtoont: “Ik reken, niettemin, óók op u”. De gelijkenis met Uncle Sam is niet ver te zoeken.
Rector Van Cauwenberge, die al het voorgenoemde met een stoïcijnse houding heeft ondergaan, neemt vervolgens zelf het woord. Hij duidt op het belang van samenwerking tussen faculteiten, zowel nationaal als over de landsgrenzen heen. Ook laat hij weten dat hij het gelijke kansenbeleid niet zal laten resulteren in een normenvervaging en dat vooral de randvoorwaarden waarin gestudeerd wordt moeten blijven verbeteren. In het bijzonder vroeg de rector aandacht voor de herziening van het bijzonder decreet van de UGent. De minister van Onderwijs, Pascal Smet, werd gewaarschuwd dat de universiteit zich niet nogmaals met een kluitje in het riet zou laten sturen.
Pascal Smet gebruikt grote woorden als ‘internationalisering’ en ‘samenwerking’, maar wil in geen geval valse hoop geven. De beloofde 10% extra middelen voor het onderwijs komen er, maar Smet laat uitschijnen dat het hoger onderwijs voorlopig niet op meer middelen moet rekenen. Hij erkent de prestaties van de stad Gent en moedigt iedereen aan om ook in de toekomst extra inspanningen te leveren met het oog op een betere onderwijssituatie. Als beloning voor deze inspanning voldoet volgens hem een intrinsiek gevoel van voldoening. Het is crisis voor iedereen, meneer.

