“Ik ben absoluut geen nudist. Maar het was zeer bevrijdend.”
- 479
- editie
- film
- categorie
- Felix van Groeningen
- personen

Gefotografeerd door Joost Vanderdeelen
Op het filmfestival van Cannes zorgde u voor een spectaculaire stunt door na de wereldpremière de blote wielerwedstrijd uit de film na te spelen op de Croisette. Was dit een verfrissende ervaring?
Het was heel leuk, ja (lacht). Ik had het niet gedacht op voorhand, want ik ben absoluut geen nudist. Maar het was zeer bevrijdend. Het was gewoon kicken. De fotografen liepen mee en je voelt je echt een beroemdheid. Je zit daar naakt op je vélo en dat is heel gek. Het was ook te gek dat we dat allemaal samen hebben kunnen doen.
Bent u niet bang dat elke filmfestivalorganisator u om een herhaling van deze gimmick zal vragen?
Ja, iedereen reageerde meteen superenthousiast. Dan zeiden ze: als de film ooit in Spanje speelt, dan moet je dat daar ook gaan doen. Dat was dan zo bij elk festival en dan hebben we meteen gezegd: “No way!”. We hebben het één keer gedaan en de enige plek in de wereld waar je zoiets kan doen is Cannes (lacht). Al de rest is onnozel.
Wat sprak u precies aan in het boek van Dimitri Verhulst?
Het is een waanzinnig mooi verhaal. Ik heb het boek gekocht en ik wou het lezen met het oog op een verfilming omdat ik Dimitri al aan het volgen was. Ik was op zoek naar een onderwerp voor een nieuwe film en toen ik halverwege zat, had ik het eigenlijk al opgegeven. Ik vond het heel leuk, maar ik had het gevoel dat het niet verder ging dan anekdotes. Maar op het einde van het boek gaat hij zijn demente grootmoeder bezoeken. Hij neemt afscheid van haar, bedankt haar om voor hem te zorgen en zegt dat hij op zijn poten is terecht gekomen. Ik vond dat waanzinnig mooi en ik ben echt beginnen blèten. Daar zag ik ook dat het verhaal groot genoeg was om een film van te maken. En dat de anekdotiek absoluut gecounterd werd door heel veel poëzie.
Hoe verliep de samenwerking?
In het begin probeerde ik Verhulst erbij te betrekken, maar hij zag dat eigenlijk niet goed zitten omdat het een beetje te dicht kwam bij wie hij is. En hij heeft dan eigenlijk gezegd: doe uw goesting, laat mij vooral met rust (lacht). Dat was wel een beetje lastig toen, maar uiteindelijk heb ik dan ook echt mijn goesting gedaan. Hij heeft dat gerespecteerd. Hij heeft de film ook gezien en hij was er echt tevreden over.
Was het niet moeilijk om een balans te vinden tussen de kolderieke stukken en de emotionelere delen?
Van in het begin wist ik dat dit de uitdaging was, om al die waanzinnig hilarische scènes een goede reden te geven. Ze moesten allemaal met die jongen te maken hebben. In het boek zijn het allemaal gewoon anekdotes en daar werkt dat ook. In de film hebben we het hoofdpersonage, die kleine jongen, dramatisch moeten uitwerken: hij beseft dat hij beter zou weggaan uit Reetveerdegem omdat dat geen plek is om op te groeien. Alle grote scènes moesten daar mee te maken hebben, dus werden die gedramatiseerd.
Wat vooral opvalt in uw film is dat u twee afgebakende stijlen hanteert: rustige shots in de delen die zich afspelen in het heden en een intense stijl in de lange flashbacks. Vanwaar die keuze?
Als je het scenario leest , dan lijkt dat wel evident. Het verleden is gewoon zeer chaotisch, dus lijkt het evident dat je dat in het beeld een beetje volgt. In het heden is het die gast die alleen is, dus dat moest wel iets anders zijn. Hij probeert schrijver te worden. Hij kan dat verleden ook niet loslaten en dat wou ik heel rustig in beeld brengen.
De Helaasheid Der Dingen was uw eerste boekverfilming. Was het moeilijker om daarin uw eigen accenten te leggen?
Dat was niet echt moeilijk. Het wordt gewoon heel snel je eigen verhaal. Ik ben uiteindelijk dicht bij het boek gebleven maar er zijn ook dingen die ik veranderd heb die sommige mensen misschien vreemd vinden. Ik ben er heel vrij mee omgesprongen.
De film speelt zich af in de streek rond Aalst en één van de belangrijkste scènes speelt zich af tijdens het lokale carnaval. Wat vindt u daar zo bijzonder aan?
De eerste keer dat ik daar kwam, wilden we gewoon filmen. We zijn daar om vier uur ’s ochtends toegestuikt. Ik vind het waanzinnig dat mensen daar zo hard mee bezig zijn om een perfect kostuum te hebben en daar zo wat onnozel te staan doen. Eigenlijk zijn die mensen supersympathiek. We zijn daar gewoon tussen het volk gaan filmen, maar als de mensen de camera dan zien komen ze er voor staan. Dat zijn dan dingen die je niet echt kan gebruiken, dus ik was de ganse tijd mensen aan het wegduwen van voor de camera (beeldt uit). Moest je dat tijdens de Gentse feesten doen, krijg je echt gegarandeerd keihard op uw muil. Daar was dat allemaal ok.
Heeft u zich dan ook verkleed als vuil jeanet?
Ik had gewoon een pruik aan (lacht). Ik wou dat ze me met rust lieten.
In uw films valt de soundtrack altijd op. U slaagt erin om een plat commercieel nummer zoals “Something” van Lasgo op de soundtrack van ‘Dagen Zonder Lief’, een extra dimensie te geven. Vanwaar die voorkeur voor zulke nummers?
Ik weet het niet. Dat kan mij erg raken. Ik zal niet zeggen hoeveel keer ik Milk Inc. al heb opgelegd, maar ik vind dat dus echt fantastisch. Ik vind dat ook een beetje gênant soms (lacht). Maar dat raakt mij echt wel.
De soundtrack van ‘De Helaasheid Der Dingen’, ook door Jef Neve, is dan weer bombastischer. Waarom die plotselinge koerswisseling?
Omdat we het toch niet zo realistisch wilden maken. Het moest echt filmmuziek zijn. We hebben lang moeten zoeken naar de juiste muziek, maar van het begin was het wel duidelijk dat we voor een score wilden gaan. Hier en daar is er wel een nummer dat in het café opligt dat dan half score is en half source muziek. Ik wou het niet te realistisch maken omdat ik vond dat Reetveerdegem iets mythisch moest worden. Als je daar dan te herkenbare muziek voor gebruikt dan zou daaraan afgedaan worden.
De Helaasheid Der Dingen, Dagen Zonder Lief en Steve+Sky verschillen nogal in verhaal en stijl. Wat verbindt volgens u uw drie films?
Wel, ik onderzoek meestal milieus. Steve+Sky is misschien niet echt een milieuschets, want met die prostitutie en met dat gangsterachtige doe ik eigenlijk niet zoveel. Maar het is wel een drijfveer. Daarnaast hou ik van mijn personages, altijd. Ik zet ze ook een beetje te kakken, maar toch zie ik ze graag. Ik denk verder dat de eindtoon van de film min of meer naar hetzelfde toegaat. Zodat de kijker meestal wel gelouterd is. De laatste grootste gelijkenis, denk ik, is spelen met tijd. Spelen met tijd en ruimte op een niet zo’n evidente manier.
Uw films gaan, naar onze mening, over mensen die zich door omstandigheden of door de loop van het leven in een bepaalde situatie bevinden, maar toch proberen eraan te ontsnappen. Deelt u die mening?
(Denkt na). Ik had er nog niet op die manier over nagedacht. In De Helaasheid zit het hoofdpersonage om een heel andere reden vast dan in Dagen Zonder Lief en Steve+Sky. Bij die andere films vertrok ik meer uit een gevoel dat ik zelf beleefde, terwijl nu het boek het vertrekpunt is. Het thema komt recht uit het boek en dat heb ik iets meer gedramatiseerd, maar voor mij vertrekt dat niet vanuit het zelfde gevoel. Maar misschien is dat wel een gelijkenis tussen de drie.
Als u twee regisseurs zou mogen kiezen, dood of levend, wie zou u dan kiezen?
Jacques Audiard en Alfonso Cuarón. Omdat ik veel van hen geleerd heb en omdat ik nog zeer veel van hen zou kunnen leren.
In de filmfestivalbijlage van De Morgen wordt u ‘de wonderboy van de Vlaamse cinema’ genoemd. Ben u blij met deze aanspreektitel of denkt u eerder ‘Just you wait!’.
Dat is natuurlijk vleiend, maar ik zou dat nooit over mezelf zeggen. Dat zou echt supergênant zijn. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik heb kunnen doen wat ik wou doen en ik ben daar superblij mee. Ik was ook vaak jaloers maar tegelijkertijd pusht mij dat om een betere film te maken die ook in het buitenland zal scoren. Tot nu toe is dat gelukt, maar dat is ook wel een lucky shot, denk ik. Je moet gewoon superveel chance hebben.
Tot slot. De Helaasheid Der Dingen: het boek of de film? Welke van de twee is beter?
De film, natuurlijk!

