The conscience of a liberal - Paul Krugman
- editie
- 471
- categorie
- sociale wetenschappen
“De Republikeinse partij is niet meer dan de politieke cavalerie van een kransje plutocraten.” Hoewel schokkend indien waar, zullen de meesten onderhand wel hun schouders ophalen voor dergelijke pessimistische bespiegelingen over het Amerikaanse partijbestel. De retorische overshooting die de zelfgenoegzame aanvallen van Europees links op de Amerikaanse politiek in haar geheel kenschetst, voedt dezer dagen even vaak scepticisme als verontwaardiging. Tenzij die boodschap uit de pen van een Nobelprijs-econoom komt, natuurlijk.
Paul Krugman, Princeton-econoom en columnist voor de New York Times, is een mascotte voor Democratische intellectuelen. In The Conscience Of A Liberal slaat hij de sluitpin uit een resem economische mythes, zoals de overtuiging dat politieke instellingen economische trends slechts in minieme mate kunnen bijsturen en de bewering dat de huidige kloof tussen arm en rijk in de Verenigde Staten een eenvoudig en onvermijdelijk gevolg zou zijn van die economische trends.
Zo worden onder meer de schommelingen in inkomen en levensstandaard sinds het begin van de vorige eeuw in kaart gebracht en vergeleken met de uitwijkingen van het Amerikaanse politieke kompas. Daarbij komen de hemelsbrede verschillen tussen Democraten als F.D. Roosevelt, Truman en Clinton enerzijds en Republikeinen als Reagan en beide Bush’s anderzijds mooi uit de verf. En wordt in één haal ook het cliché dat ‘het er eigenlijk niet toe doet voor wie je stemt, aangezien ze toch allemaal hetzelfde doen eens ze aan de macht zijn’, van tafel geveegd.
Een Republikeins overwicht staat sinds Reagan garant voor belastingverlagingen voor een immer kleiner wordende geldaristocratie, het drastisch inperken van de macht van de vakbonden, en pogingen tot ontmanteling van sociale zekerheid en publieke gezondheidszorg. Het inverse is dan waar voor periodes waarin de Democraten het voor het zeggen hebben. De stuwkracht achter het Republikeinse beleid, dat radicaal tegen de kernbelangen van Joe Sixpack indruist, heet ‘movement conservatism’. Dit behelst een set van verstrengelde instituten en belangengroepen waarin neocons, libertariërs en evangelische christenen elkaar gevonden hebben, eerder uit machtsoverwegingen dan op ideologische gronden. Haar electoraal succes ontleent de beweging volgens Krugman in de eerste plaats aan het campagneplatform van latent racisme en frustratie om de verwezenlijkingen van de burgerrechtenbeweging, sentimenten die in de zuidelijke staten nog steeds een brede onderstroom vormen.
Verhelderend en scherp geschreven, ontsnapt The Conscience Of A Liberal echter niet aan een belangrijk punt van kritiek: één van de zwaktes van het werk is dat een aantal waardevolle onderzoeksbevindingen die Krugmans hypotheses geheel of gedeeltelijk tegenspreken, niet behandeld worden. Naar de reden daarvoor hebben we het gissen.
Desalniettemin blijft dit boek een journalistiek en academisch monument en een rijke bron van geanimeerde discussie. Een meedogenloze frontale aanval op het Amerikaanse rechts-conservatisme — waarbij de auteur geen Naderesque populisme als stapsteen hoeft te gebruiken — is immers een meer dan welgekomen gift.
