De waarheid zit in een klein boekje
Arnon Grunberg heeft een nieuwe roman uit. Dat ging zoals gewoonlijk gepaard met heel wat media-aandacht. Schamper vroeg hem wat de rest vergeten was.
“In het interview in Humo kwam van alles ter sprake: Wallonië, solidariteit, moralisme, activisme, België, maar wat er zo bijzonder is aan uw films; daarover werd discreet gezwegen,” schrijft Arnon Grunberg (1971) in een mail aan de cineasten Dardenne. Een paar weken later werd Grunberg zelf door Humo geïnterviewd en ook daar komt van alles ter sprake: Luik, hoffelijkheid, ouderschap, oorlog, maar wat er zo bijzonder is aan zijn romans; daarover wordt discreet gezwegen.
Het is natuurlijk niet onlogisch dat auteurs gevraagd wordt naar hun visies over bepaalde maatschappelijke kwesties. De blik van de auteur is immers (nog vaak) die van de waarnemer aan de zijlijn. En een visie die afwijkt van de algemeen gangbare is nu eenmaal boeiend. Maar toch zou er, zoals Grunberg terecht opmerkt, plaats moeten gemaakt worden voor het ‘bijzondere’ van het product van een bepaalde kunstenaar. Dat daar plaats voor is, illustreert Humo perfect door de volgende, op ieders lippen brandende vraag: “Vraag je je nog af of je ooit vader zult worden?” Flair is everywhere.
Het Ware Boek
Arnon Grunberg dus. Columnist, essayist, embedded journalist, en bovenal auteur van zeven romans, waaronder het alom bejubelde en Gouden Uil-winnende Tirza en sinds kort ook Onze Oom. Die vuistdikke roman kwam hij voorstellen op Het Andere Boek te Antwerpen waar wij hem ontmoetten met een zak mandarijnen. We zullen het dus hebben over wat zijn boeken zo bijzonder maakt, aan de hand van citaten van Grunberg zelve waar andere media ten onrechte vergaten op in te pikken.
“Schrijven heeft volgens mij alles met waarheid te maken.”
Die waarheid wordt door Grunberg een universeel karakter toegedicht. Zoals hij elders schrijft: “Je gaat als romancier op zoek naar iets dat de lezer aangaat, naar een waarheid die niet alleen geldt voor de specifieke situatie van het boek, maar ook een universeel karakter heeft.” Maar is waarheid als universeel geldend begrip niet enkel mogelijk in de natuurwetenschappen? En is het niet zo dat binnen de cultuurwetenschappen waarheid enkel maar eventjes, in het nu of binnenin een specifieke situatie kan bestaan?
“Waarheid is natuurlijk een moeilijk begrip omdat je het vele definities kunt geven. Ik denk niet dat waarheid, zoals die bewezen wordt in de exacte wetenschappen, kan bestaan in een roman. Maar er bestaat ook een waarheid — en dat weten we allemaal intuïtief — die niet op een wetenschappelijke of exacte manier bewezen kan worden maar desalniettemin wel bestaat. En het streven naar zo’n waarheid zou dan wel de inzet van de romanschrijver moeten zijn. In die zin is de relatie tussen de schrijver en de lezer natuurlijk één op één. Op het moment dat de lezer een waarheid uit het boek op zijn eigen leven betrekt en daardoor naar zichzelf begint te kijken op een andere manier of een bepaald zelfbedrog opspoort, dan vind ik dat er al sprake is van een universele waarheid.”
Maar hij kan die zogenaamde waarheid evengoed verwerpen?
“Het staat de lezer natuurlijk vrij om te zeggen dat het niets met hem te maken heeft. Maar voor mij is een zinvolle manier van lezen wel één waarin de lezer zich open stelt. Als lezer mag je verwachten dat de schrijver alles heeft gegeven voor zijn roman en dan mag de schrijver van de lezer verwachten dat die begint te lezen met een zekere empathie. Dit betekent dat hij hetgeen hij niet als waar herkent niet meteen verwerpt, maar bereid is erover na te denken waarom dat voor hem niet waar zou zijn. De automatische verwerping is mijn inziens te gemakkelijk.”
Universal Soldier
Grunberg lijkt ook het universele en het ware over de mens te willen blootleggen. Grunbergs nieuwe roman speelt zich dan wel af in een niet nader genoemd Zuid-Amerikaans land, we herkennen er gelijkaardige denkpatronen die we al bij andere Grunbergpersonages opmerkten.
Uw literaire missie is een soort waarheid over de mensheid onthullen?
“Ja, ik wil een soort van zelfbedrog blootleggen en dat is misschien de enige manier om waarden op het spoor te komen. Om te ontmaskeren wat voor waar wordt gehouden, maar het wat mij betreft niet is.”
Maar die waarheid over de mens lijkt vooral de mens als een driftmatig wezen te zijn: het irrationele dat het haalt over het rationele. Is die missie dan niet gedoemd tot een soort van falen?
“Ja, maar misschien dat juist een romantekst dichter bij de waarheid kan komen dan bijvoorbeeld het essay. Die laatste volgt immers toch een bepaald logisch denken. Terwijl we het irrationele, het driftmatige dat we ons niet toestaan maar dat wel in ons onderbewuste zit, eerder kunnen blootleggen met een fictieve tekst.”
Waar zit dan de precieze sterkte van een roman?
De roman is vrij van het exacte van de natuurwetenschappen, en ook van de logica van het essay. Een roman hoeft zich niet te houden aan de verifieerbare werkelijkheid en kan daardoor beter doordringen tot een diepere waarheid, wellicht. Een roman kan zich stappen permitteren die onlogisch zijn. Net zoals hij de personages dingen kan laten doen en zeggen die niet gehouden zijn aan een manier van denken die wij accepteren en volgen. Hoewel die misschien in ons kan zitten.
“Ik zou liever steeds meer in de tekst verdwijnen, iemand zijn die alleen maar gelezen kan worden.”
Uit de Grunbergs romans spreekt een duidelijke visie op de maatschappij. Maar de romanschrijver Grunberg is vooral een kijker, een ziener. Hij dwingt ons in zijn blik, maar hij veroordeelt niet. Hoewel veroordelen net datgene is wat hij in zijn vele andere publicaties doet. Een aspect dat hij van zichzelf minder belangrijk acht?
“Ik wil niet zeggen dat ik het andere werk minder belangrijk vind, maar ik zie mij in de eerste plaats toch als romanschrijver. Daar kruipt qua investeringen ook de meeste tijd en energie in. Ik denk dat de roman een ander voertuig is waarbij je je personages niet mag gaan misbruiken om opinies te ventileren. Daar zijn nu eenmaal andere middelen voor: essays, columns, ... Ook, het mogen dan geen echte mensen zijn, je bent als schrijver toch iets verschuldigd aan die personages. Je moet ze echt zo laten ontwikkelen dat je nieuwsgierig bent hoe zij bepaalde dilemma’s oplossen. Als schrijver dirigeer je dan wel misschien, je vertelt het natuurlijk ook aan jezelf tijdens het schrijven. Als je ze dan ook nog eens als spreekbuis gaat gebruiken voor jouw ideeën, dan doe je volgens mij af aan een typische kwaliteit die de roman kan hebben.”
De troost in de herhaling
“Stijl is de noodzakelijke afstand tussen de schrijver en zijn gevoel.”
Grunbergs stijl is gebaseerd op het principe van de herhaling en is enorm vlot leesbaar. Het uit zich in een simpele taal met een beperkte woordenschat. Is stijl dan een uitpuring van het gevoel?
“Nee. In de roman hecht ik wel aan een stijl die niet de nadruk op zichzelf legt, die dus niet naar zichzelf verwijst. Ik denk dat het niet nodig is om de lezer nog eens te vertellen hoe kunstmatig de constructie van een roman is, want dat weet iedereen al. En wat dan soms als een briljante stijl bestempeld wordt, vind ik dat die al te rap tussen de lezer en het verhaal komt te staan. De stijl leidt me af van wat ik wil zeggen. Mijn opvattingen over schrijven zijn in de loop der jaren ook veranderd. Zo is die herhaling als stijlmiddel steeds minder geworden.”
Ja? Ze is toch nog steeds frequent aanwezig in Onze Oom?
Ja, er is inderdaad bijvoorbeeld de luitenant-generaal. De herhaling bepaalt zijn manier van spreken. Het is zijn retoriek die dan ook inherent is aan de retoriek van het leger. Er is natuurlijk ook iets eigenaardigs aan de herhaling. Als je tegen je geliefde zegt: “Ik hou van je” en dat voortdurend herhaalt, zal je geliefde beginnen twijfelen: “Houdt hij wel echt van me?” De herhaling verandert dus de betekenis van het gezegd. Er gebeurt iets en zo doet de herhaling wel degelijk iets met de taal, en kan het dus functioneel en belangrijk zijn.
“Troost zit niet in originele bewoordingen. Troost zit vooral in clichés.
Gelooft u dat nog steeds?
Ik geloof dat als je te origineel een liefdesbetuiging doet, zal het niet aankomen. Het cliché is ook een soort ritueel en kan in die zin een troostende kracht hebben.
Maar maakt de originaliteit de liefdesbetuiging niet meer de jouwe, terwijl je bij het cliché gewoon herhaalt wat duizenden mensen al gezegd hebben
“Maar dat is misschien een illusie?”
Waarom?
“Hoe origineel kan je zijn als je verliefd bent of een liefdesbetuiging doet? Hoe kan je zeker zijn dat iemand jouw woorden al niet gebruikt heeft?”
Maar je kan er naar streven.
“Ja, dat is iets anders. En het streven is absoluut de moeite waard.”

