Studente in Walenland
Vlamingen en Walen: voelen beide partijen zich nog wel Belg? Ik zoek het uit van binnen uit: een half jaar lang studeer ik aan de Université de Liège.
Integratie is waarschijnlijk één van de sleutelwoorden van een intercultureel verblijf als het mijne. Het klinkt groots, oogt statig en ademt optimisme en welwillendheid uit. Maar wat met je eigen identiteit? Waar stopt de integratie en waar begint je eigenheid? Dezelfde lessen volgen, dezelfde taal spreken en zelfs dezelfde vuile stadslucht in- en uitademen brengen je geen stap dichter bij dat zware woord. Nee, het zit hem in de kleine dingen.
In Luik gebruik je geen kap of muts als het regent, maar steevast een paraplu. Je gebruikt geen rugzak, handtas of briefcase voor je cursussen, maar je arm. Niet meer dan dat. Als Vlaming én Gentenaar, vroeg ik me spontaan af hoe je dan nog kan fietsen? Met paraplu in de ene hand en een dikke reader of twee in de andere lijkt geen plaats meer over voor een stuur. Maar waarom me daar zorgen over maken? Fietsen gebeurt hier blijkbaar niet, enkel als rariteit.
In Luik ‘ken’ je mensen met hopen en onthaal je ze na een eerste ontmoeting al met coucou en strooi je lustig bisous in het rond. Als ze op de deur van je kot kloppen laat je ze binnen en blokkeer je de deuropening niet met je eigen verschijning. Een praatje is vlug gemaakt en familiariteit vloeit vlot over je lippen. Maar wat daarna? Hoe herken je dan een echte vriend? Wat komt er na de kussen?
‘Integratie’ is een werk van lange adem en gebeurt elke seconde opnieuw. Maar het is aan jezelf om te beslissen hoe ver je in elk detail mee wil gaan. Aan het zebrapad wacht ik ook al niet meer op groen, maar ik zal wel nog altijd twee keer meer links en rechts kijken.
