"Als rector kan je wél dingen veranderen"
- 465
- editie
- nieuws en reportages
- categorie
- interview
- UGent
- sleutelwoorden
- Paul Van Cauwenberge
- personen

Gefotografeerd door Pieter Morlion
Onze rector is een drukbezet man. Twee weken voor de opening van het academiejaar vindt hij slechts moeizaam een half uurtje tijd om ons te woord te staan. Maar dat hij ze zal vinden, dat weet je op voorhand, want een goed contact met de studenten is één van de stokpaardjes van PVC. Van praatjes slaan op de Kick-Off tot optredens op koten, Van Cauwenberge houdt graag de vinger aan de pols van het studentenleven. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat hij erg geliefd is onder de studenten. Nu onze hoofdkaas driekwart van zijn beleidstermijn achter de rug heeft, wilde Schamper één en ander opklaren.
De voorbije jaren zijn er onder uw hoede veel zaken veranderd. Waar bent u het meest trots op?
Ik ben zeer fier op het feit dat er een dik pak initiatieven door de studenten overgenomen zijn. Soms moeten we wel eens een idee opperen, een duwtje geven en wat geld investeren, maar eens het in gang schiet, loopt het verder dankzij de studenten die er hun schouders onder zetten. Onze studenten nemen duidelijk initiatief: denk maar aan de Student Kick-Off en de studentikoze opening van het academiejaar. Daar doppen ze hun eigen boontjes en dat is ook wat we willen van hen: dat ze zelfredzaam en mondig zijn.
Vaak gaat het echter om een minderheid van geëngageerde studenten. De doorsnee student doet weinig moeite om zich te informeren over studentenverkiezingen en is ook niet enthousiast over proffenevaluaties.
We hebben reeds initiatieven genomen om dat te verbeteren, bijvoorbeeld elektronisch stemmen, hoewel ook dat geen groot succes was. Wij waren uiteraard ontgoocheld en hebben ons daarover beraden, maar het is eigenlijk nooit anders geweest, ook niet toen ik studeerde. De meeste studenten komen naar de unief voor een diploma, het is een minderheid die zich ook engageert. In mijn eerste jaar Geneeskunde zaten we met 500 man in het auditorium toen men van de studentenkring uit kwam vragen of er interesse was om in het jaarbestuur te komen. Niemand. Uiteindelijk ben ik naar voor gegaan met een ei in mijn broek, ik wist niet dat ik dat kon. Ik heb daarna zeker twee weken gezocht vooraleer ik een groep van acht bij elkaar gescharreld had.
Ik zou het liever anders zien, maar is het niet in de hele maatschappij zo? De meeste personeelsleden hier aan de UGent komen om hun job te doen en niets meer of minder. Voor de personeelsverkiezingen vinden we dus ook niet altijd genoeg volk. Trouwens, moet iedereen eigenlijk wel zo’n haantje-de-voorste zijn? Het mogen niet allemaal alfamannetjes en –vrouwtjes zijn.
Waar ik wel bedroefd om ben, is dat de proffenevaluaties niet altijd even goed lopen. Ze stijgen wel, maar niet snel en ook niet spontaan, je moet er allerlei maatregelen voor nemen. Dat gaat nochtans om een verbetering van de onderwijskwaliteit, niet deelnemen getuigt in die zin toch van een gebrek aan burgerzin. Pas op, dat men niet gaat stemmen op studentenvertegenwoordigers, dat begrijp ik in zekere zin. Het gaat hier goed aan de unief, de mensen die naar hier komen voor een diploma kunnen dat zonder veel problemen halen en dus zijn ze vaak niet erg geïnteresseerd in participatiemogelijkheden.
Hebt u het gevoel dat u uw stempel kon drukken op het beleid, of is de universiteit te log om écht dingen te veranderen?
Toen ik aantrad als rector vermoedde ik dat ik niet meer zou kunnen dan wat rommelen in de marge. Dat is echter niet waar. Je kan écht iets verwezenlijken en we hebben zaken radicaal kunnen omdraaien. Ik denk bijvoorbeeld aan de bouwpolitiek: vroeger stonden er veel te veel gebouwen te verkommeren en was er weinig toekomstvisie. Een systematische aanpak is enorm duur — het gaat om ongeveer 400 miljoen euro — maar we hebben ze gevonden en konden ons plan doordrukken. Dat houdt natuurlijk een zeker risico in: nu hebben we een mooie spaarpot, maar dat is niet gegarandeerd.
Uitdagingen
Het mag duidelijk zijn dat u de voorbije drie jaar veel positieve dingen hebt zien gebeuren. Maar welke waren de grootste teleurstellingen?
Ik zit nog altijd in met de bevorderingsproblematiek van de professoren. Proffen komen niet naar hier om geld te verdienen, in de privésector krijgen ze sowieso een pak meer. Ze komen naar hier om iets te verwezenlijken, ze hebben bepaalde verwachtingen en willen allemaal gewoon hoogleraar worden. Slechts de helft haalt dit. We moeten dus de helft van onze professoren teleur stellen in hun streven, ze krijgen niet de erkenning waar ze naar streven. De manier waarop deze dossiers worden aangepakt, leidt vaak tot frustraties, wat ervoor zorgt dat deze mensen minder gaan presteren. Ik wil criteria vastleggen op basis waarvan iemand zijn kandidatuur kan indienen, waarna een commissie beslist. Nu is het een competitie. Het zal wat geld kosten om dat te veranderen, want er zullen meer hoogleraren komen, maar dat zal ook de frustratie en het ongenoegen tegengaan.
Mijn tweede teleurstelling gaat over het feit dat alles aan de unief nog steeds erg traag gaat. Sneller dan vroeger, maar het blijft een grote, logge instelling. We doen uiteraard ons best, maar soms worden we geconfronteerd met reglementen die ons niet toelaten om sneller te gaan of om iets door te drukken. Soms komen er proffen op de markt die we eigenlijk graag zouden binnenhalen. Daar moet een vacature voor zijn die in het beleidsplan van het jaar ervoor moet zitten. We zijn een vroegere rijksinstelling: het verbetert, maar ik zou het nog sneller willen.
De UGent gaat vooruit in de internationale rankings. Maar op de methodologie die dergelijke rankings hanteren, komt vaak kritiek. Hoe staat u daar tegenover?
Ik bekijk dat uiteraard ook kritisch. We spreken hier over een plaats tussen de 100 en 150. Bij de top vijf is je plaats boeiend, maar ginder is het allemaal erg relatief. Het is echter wel een goeie manier om je als universiteit scherp te houden, want geloof mij: iedereen bekijkt die rankings en probeert toch om te klimmen. Het is voor ons denk ik gewoon één van de factoren die ons imago bepaalt: niet de enige en zeker ook niet de belangrijkste.
Gaat iedereen binnen de UGent akkoord met u?
De exacte wetenschappers hechten er uiteraard meer belang aan. Bij hen zijn de ratings al langer en beter gestandaardiseerd. Bij de zachtere wetenschappers is het minder gestructureerd en veel moeilijker te evalueren. Alfa’s en beta’s met elkaar vergelijken is écht appelen met citroenen vergelijken … Dat gaat niet. Daarom dat wij vanuit de universiteit ook correctiemechanismen installeren om ervoor te zorgen dat de alfa’s niet gewoon plat vallen.
Wat worden de grote uitdagingen voor de UGent dit jaar?
De huisvesting, zeker voor onze internationale studenten, is een erg heikel punt. We zijn hard op zoek naar leegstaande kamers voor onze Erasmussers, ook op de privémarkt. Al te vaak zijn we niet welkom omdat men geen buitenlanders wil. Zuiderse studenten, goed ja, ze zijn wat vaker luidruchtig en leven wat meer ’s nachts, dus vaak vangen we daar bot. We groeien ook enorm, ondertussen zijn we weer met 8% extra studenten, het aantal huizen en koten neemt niet zo snel toe. Dat is écht een enorm probleem. Sommigen nemen dit niet au sérieux, want het zou niet tot onze kerntaken behoren. Maar het is echt belangrijk dat wij als instelling ervoor zorgen dat studenten gehuisvest kunnen worden, want anders kunnen ze hier niet studeren.
Ook moeten we onze bouwplannen opvolgen. Onze monovolume en onze nieuwe home staan gepland voor het begin van volgend academiejaar, als daar twee maand vertraging in komt, dan wordt het verschoven naar het volgende. Dat kunnen we ons niet permitteren. En als er iets misloopt, zet dat snel een dominoproces in gang, waardoor de problemen gewoon blijven komen.
Persoonlijke plannen
Dit jaar zijn er opnieuw rectorverkiezingen. Wat zijn uw plannen?
Goh, ik voel mij nog goed. De job is zwaarder dan ik dacht, maar ook boeiender. Ik ben nu 59, ik kan er dus gerust nog een volgende termijn bij doen. Ik ga ervoor.
Er wordt reeds druk gelobbyd?
Niet door mij, maar dat zal wel zeker? Dat is alleszins altijd zo geweest. Ik hou mij bezig met wat ik nu moet doen en wanneer het zover is, zal ik wel met mijn campagne beginnen, maar het moet niet te vroeg gebeuren, hé. In de USA zijn er om de vier jaar presidentsverkiezingen, maar daar beginnen ze twee jaar op voorhand al over mogelijke opvolgers te spreken. Dat gaat niet, daar doe ik niet aan mee.
Tot slot: welke goede raad zou u aan een eventuele opvolger meegeven, al is het maar voor over vijf jaar?
Dat hij zich lichamelijk goed moet verzorgen! Hij moet daarnaast ook goed luisteren en niet te snel spreken, hij moet zichzelf ook onder de mensen begeven om de unief zichtbaar te maken. Maar het belangrijkste is toch echt dat hij goed voor zichzelf moet zorgen, anders kan je niet goed functioneren. Ik wens hem of haar alleszins veel succes.
