Daniel Day-Lewis, rasacteur
De afgelopen Oscars waren op zijn minst geen echt grote verrassing te noemen, maar de minst grote verrassing was de tweede Oscar voor de tot Ier genaturaliseerde Brit Daniel Day-Lewis (voor zijn hoofdrol in ‘There Will Be Blood’).
Meer dan twintig jaar reeds staat deze man op zowel onnavolgbare wijze als eenzame hoogte te acteren. Tijd dus om zijn prachtcarrière eens onder de loep te nemen, waarbij we vooral even terugblikken op zijn eerste, iets minder bekende films.
Zijn eerste belangrijk personage (na een grote bijrol in ‘Bounty’ een jaar eerder) zou Day-Lewis spelen in ‘My Beautiful Laundrette’ (Stephen Frears, 1985). In dit romantisch drama zette hij met veel gevoel Johnny neer, de –aanvankelijk- extreem-rechtse en onstuimige geliefde van de Pakistaan Omar, met wie hij later in de film een wasserette openhoudt in Londen.
Al snel zou blijken met wat voor een talent deze Londense acteur begenadigd is, want in ‘A Room With A View’, een film van James Ivory die nog datzelfde jaar uitkwam, speelde hij Cecil Vyse, een onuitstaanbaar gemanierde, gereserveerde heer uit de Engelse upper class, waarmee Lucy Honeychurch (gespeeld door Helena Bonham Carter) verplicht in het huwelijk moet treden.
Meteen viel op dat Daniel Day-Lewis erin geslaagd was op korte tijd twee totaal verschillende personages neer te zetten. Het zou de toon zetten voor de rest van zijn carrière: bij Day-Lewis beperken de tics zich tot zijn personages en sterven ze ook met hen.
Ondertussen werd duidelijk dat hij het principe ‘method-acting’ wel zéér letterlijk ter harte nam. Dit kwam tot een culminatiepunt in de biografische film ‘My Left Foot’ (Jim Sheridan, 1989). Hier speelde hij Christy Brown, de zwaar fysiek gehandicapte schrijver-schilder. Tot ergernis van zijn collegae weigerde Day-Lewis, zelfs nadat de scènes geschoten waren, uit zijn rolstoel te komen en dwong hij hen om hem de hele dag te behandelen als een echte motorisch gestoorde. Geschift of niet, het leverde hem wel zijn eerste Oscarbeeldje op.
In de jaren die volgden zou Daniel Day-Lewis onder andere een ‘native american’ spelen (in ‘Last of the Mohicans’ uit 1992, regie Michael Mann), de Ier Gerry Conlon die valselijk beschuldigd werd van een bomaanslag in Londen (‘In the Name of the Father’ uit 1993, naar een waargebeurd verhaal, opnieuw geregisseerd door Jim Sheridan), Bill ‘The Butcher’ Cutting, een bendeleider in het New York van 1863 (Gangs of New York, 2002, Martin Scorsese) en de rol waarvoor hij zijn laatste Oscar kreeg: die van de meedogenloze petroleumwinner Daniel Plainview.
Laten we dus hopen dat we nog lang niet van de man verlost zijn en dat hij zijn pensioen nog enkele jaren uitstelt.
