Schampers ‘De Leemte Vullende’ AlbumTop50
Het typeert het betere, zichzelf respecterende blad dat het ooit een alomvattende pop- en rockalbumtop publiceert.
Aangezien Schamper aan geen van beide vereisten voldoet, presenteren wij u dan maar een Top die scheef staat van de zelfingenomenheid en zowat uitsluitend albums bevat die de anderen veelal nalieten te vermelden in hun lijst. En omdat u nu wel weet hoe sterk Sgt. Pepper’s is, ziehier: Schampers ‘net dat ietsje anders zijnde’ AlbumTop50, netjes verspreid over vijf edities. Hossen maar, naar de platenboer.
50. Raymond van het Groenewoud – Meisjes (1990)
Soms, heel soms, vormt een verzamelalbum een zodanig geheel dat de titulatuur ‘verzamelaar’ het schijfje eigenlijk onrecht aandoet. ‘Meisjes’ van de Peetvader van de Vlaamse Rock is er zo één. Het album is een proeve van hoe van het Groenewoud elk popsubgenre beheerst en hoe hij ondanks en dankzij die verscheidenheid een coherentie naar buiten brengt die slechts weinigen gegeven is. Met teksten die rangeren van uitingen van pure levensvreugde (‘Intimiteit’) tot rauw cynisme (‘Bierfeesten’) toonde Raymond Vlaanderenland hoe ook het Nederlands een rocktaal waardig is.
49. Gorki – Hij Leeft (1993)
Vrees het ‘zieke-hond-kwelen’ niet dat Luc De Vos’ stem de laatste jaren kenmerkt. ‘Hij Leeft’ uit 1993 is de meest eerlijke en ontroerende plaat die de Wippelgemse bard uit zijn (polder)romantische geest heeft weten te puren. Opgenomen in de Senegalese hoofdstad Dakar, en tegelijkertijd uitermate geschikt voor een troosteloze druilerige regendag in Belgenland. “En hij droomde dat je van hem hield”, zingt De Vos over zijn jeugdige zelf in ‘Hij Is Alleen’.
48. The Patti Smith Group – Radio Ethiopia (1976)
Patti Smith was niet de eerste vrouwelijke scheppende artiest, punker of zingende dichter. Maar die drie eigenschappen culmineerden wel in haar persoon en maakten van Smith één van de onbetwiste grootheden uit de rockgeschiedenis. “I’m a woman and an individual and I want rockin’ real slow”, klinkt vandaag weinig revolutionair, maar in 1976 lag het niet voor de hand om de seksueel bewuste punkvrouw uit te hangen. Poëtische punk, rommelige rock-‘n-roll en reggae op speed. Smith zet hierdoor mee de toon voor een muzikale revolutie die tot vandaag zijn uitwerking heeft, en is en blijft het rolmodel voor de zelfbewuste rockvrouwen van vandaag.
47. The Jesus & Mary Chain – Psychocandy (1986)
Midden jaren ’80 was het muzikale landschap kaal: de new wave had zijn beste dagen gekend en elevator-muzak was alomtegenwoordig. Maar er waren bands die zich tegen dit gebrek aan inspiratie afzetten, zoals ook de broertjes Reid, die met ‘Psychocandy’ de ware ziel van shoegaze en noiserock hadden uitgevonden. Op dit album worden popmelodieën overgoten met een wall of sound van feedback, distortion en dreunende oerdrums. De invloed van The Velvet Underground is onmiskenbaar, maar dat doet niets af van het unieke karakter van dit meesterwerk.
46. Pearl Jam – Vitalogy (1994)
Vaak leveren interne spanningen binnen een band de meest interessante resultaten op. ‘Vitalogy’ groeide tijdens het hoogtepunt van de door Pearl Jam gewraakte grungehype, net vóór en na Cobains dood. Gitarist McCready’s alcoholverslaving en het ontslag van toenmalig drummer Abbruzzes wakkerden de onrust tijdens de opnames verder aan. De band vertaalde deze gespannen situatie naar een album dat slechts bij meerdere luisterbeurten zijn parels vrijgeeft. Dit klassiek gitaaralbum laat horen hoe zonder noemenswaardige effectengenerators een verscheidenheid aan klanken het mooie weer kunnen maken.
45. Echo & The Bunnymen – Porcupine (1983)
‘Porcupine’, de derde en donkerste plaat van de Bunnymen, zou – in tegenstelling tot hun eerdere releases – geen makkelijke bevalling worden. Het album, dat bol staat van ondoorgrondelijke cryptische omschrijvingen die zanger McCullochs verwrongen gedachten reflecteren, ademt een winterse en desolate sfeer uit die met elke song drukkender wordt, wat zijn hoogtepunt bereikt met ‘Higher Hell’ en het razende ‘Gods Will Be Gods’. De ingewikkelde songteksten en –structuren zijn ontoegankelijk, en McCullochs vocale uitbarstingen maken het er zeker niet makkelijker op. Maar wanneer het album volledig is doorgrond toont het zijn ware schoonheid en wordt duidelijk van welk een hoog niveau elke song – en het album als geheel – is.
44. Tim Buckley – Happy Sad (1968)
Tim Buckley bracht een pak meer albums uit dan zoonlief Jeff en stierf bovendien op de meest clichématige rock-’n-roll manier: overdosis op 27-jarige leeftijd. Net als Jeff werd Tim zo een bijna mythische figuur, maar hij zou nooit zoveel roem vergaren als zijn zoon. Tim Buckley besloot na zijn eerste twee poppy-folkmuziek albums een meer eigenwijze weg in te slaan en kantte zich tegen de populaire muziek die toen vooral uit Dylan-klonen bestond. Hij liet alle kinderachtige invloeden achterwege en schreef ‘Happy Sad’. Op dit album staan nummers die ontstonden uit pure improvisatie, met veel invloed van jazz en qua stijl vrij minimalistisch.
43. Primal Scream – Screamadelica (1991)
Dance en rock. Vandaag de dag is de combinatie evident geworden, maar er is een tijd geweest waarin beiden onverzoenbaar leken. Door The Rolling Stones te combineren met acidhouse wist Primal Scream deze mix echter op kaart te zetten. Het resultaat was ‘Screamadelica’, een fantastische reis doorheen de hemel, met de sterren als eindbestemming. Psychedelische meesterwerken, waarop een glansrol is weggelegd voor Gillespie’s zweverige stem, en minutenlange oproepen tot feest zoals ‘Loaded’ en ‘Come Together’, vormen het corpus van dit album, dat de luisteraar tracht op te tillen naar hogere sferen. De som van dit alles is een opwindend en luchtig luisteralbum dat je ver van deze wereld wegvoert.
42. Eels – Electro-Shock Blues (1998)
Mark Everett is niet de grootste chançard op aarde. In nauwelijks een jaar tijd verloor hij zijn zus die zichzelf van het leven beroofde, en overleed zijn moeder aan kanker. Bij wijze van therapie maakte hij ‘Electro-Shock Blues’. Everett is echter geen doorsnee treurwilg, daarvoor laat hij zijn takken te weinig hangen. Eerder dan een overladen requiem werd het dus nog een relatief vrolijke plaat. ‘P.S. You Rock My World’ is zo mooi en hoopvol dat ze er gerust onze begrafenis mee mogen afsluiten. Dood maakt deel uit van het leven, deze plaat hoort deel uit te maken van uw collectie!
41. The Stone Roses- The Stone Roses (1989)
Manchester, jaren ’80. Na de succesvolle indieband The Smiths ontstond een nieuw genre: house, wat net het tegengestelde was van de populaire britpop. Dit bonkende, verschrikkelijke genre, dat gebaseerd was op de nieuwe drug XTC, had toch een vrij grote invloed op The Stone Roses. Zij kondigden een nieuw subgenre van rock aan en waren de eerste Britse indieband die muziek maakte waarop je kon dansen. Voor het eerst sprak dit genre zowel de ravers als de indie-kids aan. Met hun onweerstaanbare combinatie van rock, house, techno en blues was het onmogelijk om op deze psychedelische muziek stil te staan, met of zonder pillen.

