Killerinsecten, kapitalisten en biotechnologie
- editie
- 451
- categorie
- wetenschap
Wetenschappers hebben een kwalijk imago wat betreft sociale betrokkenheid. Professor emeritus Marc Van Montagu en doctor Mike May doorbreken dat cliché: beiden voeren onderzoek naar biotechnologische oplossingen voor landbouwproblemen in ontwikkelingslanden. Van Montagu en zijn instituut kwamen laatst nog in het nieuws met commentaar op de Europese wetgeving inzake genetisch gemodificeerde gewassen.
Wat is er eigenlijk mis met de regelgeving van de Europese Unie?
MAY: De Europese Unie is streng, maar in principe is er niks mis met hun regelgeving. Die werkt volgens het zogenaamde ‘voorzichtigheidsprincipe’: de wetteksten schrijven voor dat elke landbouwtechniek wetenschappelijk ondersteund moet zijn. Ze is dus niet noodzakelijk nadelig voor nieuwe vormen van landbouw zolang die wetenschappelijk en ecologisch gezien steek houden. Het grote probleem ligt bij de implementatie van die regels door elke lidstaat. Lidstaten weten vaak te weinig over landbouwtechniek en laten zich leiden door de bangmakerij van milieuorganisaties.
Spanje oogst bijvoorbeeld al acht jaar genetisch gemanipuleerde maïs, daar bestaan ggo’s (genetisch gemanipuleerde gewassen) en standaardgewassen naast elkaar. Dat blijkt heel goed te werken: de boeren zelf maken de keuze om aan organische, genetisch gemanipuleerde of conventionele landbouw te doen, er wordt geen nieuwe technologie aan hen opgedrongen. En de consumenten kiezen wat ze op hun bord willen.
VAN MONTAGU: De Europese Unie wil waarschijnlijk liever een goed imago ophouden tegenover een publiek waarvan 60-70% ronduit tegen ggo’s is. Ze schijnt te denken dat het haar rol niet is om het publiek voor te lichten. Het grootste probleem ligt inderdaad bij de lidstaten die soms compleet onmogelijke beslissingen maken. De EU doet heel wat inspanningen om zich te informeren, nationale overheden daarentegen doen dat niet. Ministers van Milieu zijn het bijvoorbeeld niet eens over de veiligheidsmarge rondom een veld gemodifieerde gewassen: in Spanje is het 25 meter, maar milieuorganisaties willen er 400 en in Italië is de perimeter zelfs al ingesteld op een kilometer!
De regulering is dus op sommige vlakken compleet arbitrair. Het is de verantwoordelijkheid van de Europese Unie om die rommelboel op te ruimen, zij heeft er immers de bevoegdheid voor. Geen enkele wetenschapper waarschuwt voor de gevaren van gemanipuleerde gewassen, omdat er eenvoudigweg, na tien jaar grootschalig gebruik geen enkel gevaar voor de gezondheid van mens of dier vastgesteld werd. Het is 10.000 jaar dat de mens kruisingen van dieren en planten doet. Hierbij worden duizenden genen uitgewisseld. Met GGO’s verandert men één gekend gen, zo drastisch is dat nu ook niet hé.
Voor elk wat wils
Waar spitsen de genetische aanpassingen zich op toe?
MAY: Dat hangt sterk van de regio af. Gemanipuleerde gewassen zijn vaak een vorm van verzekering: gebieden die last hebben van insecten zullen insectresistente planten implementeren. In Afrika, waar mensen blind worden van vitaminetekorten, kunnen ze rijst planten die extra vitamina A bevatten. In US en in Argentinië zijn 45% tot 80% van alle oogsten gemanipuleerd, simpelweg omdat het voordeel daar enorm groot is voor de boeren. In tijden van insectenplagen blijven de ggo-velden staan, terwijl de conventionele vernietigd worden. Zo eenvoudig is het.
Verborgen agenda’s
Greenpeace ontkent letterlijk dat ggo’s kunnen helpen tegen hongersnoden. Is hun bezorgdheid oprecht?
MAY: Greenpeace kan met hun doemverhalen de mensen motiveren om schenkingen te doen, maar in deze zaak geven ze kennelijk niet om het milieu. Ik bedoel: wij promoten ggo’s niet blindelings of omdát het een nieuwe technologie is, maar omdat er een grote toekomst voor is! Kijk naar de Manifesten voor organische teelt. Men wil minder chemische pesticiden, minder impact op het milieu. Kijk dan naar de ggo-technologie: zij biedt net al die dingen! Als je maïs resistent is tegen insecten, dan moet je haar niet meer besproeien. Dat is de meest groene technologie die je je kunt voorstellen.
Er is onvoorstelbaar veel onderzoek naar gedaan en de conclusie van elk onderzoek is: ja, het is veilig, voor zover iets veilig kan zijn. Er is altijd een risico aan verbonden, maar dat geldt net zo goed voor geneesmiddelen. Je kan een nieuw geneesmiddel op 3000 mensen testen, zien dat ze niet ziek worden en het middel op de markt brengen. Maar als de kans op overlijden 1 op 30.000 is, zul je dat pas ontdekken wanneer het medicijn reeds massaal geproduceerd wordt. Mensen accepteren dat, omdat je zulke risico’s gewoon niet kan vermijden.
VAN MONTAGU: Inderdaad, men heeft het over de mogelijke risico’s van gemodificeerde gewassen, maar men vergeet dat er ook gevolgen zijn wanneer ze niét gebruikt worden. Eén voorbeeld: verwoestijning is een groot probleem in Afrika. Één van de oorzaken daarvan is bodemerosie die veroorzaakt wordt door te ploegen. Welnu, er zijn ggo-varianten die minder irrigatie nodig hebben en die op ongeploegde velden geplant kunnen worden. Tot enkele jaren geleden had men daar niet van durven te dromen.
Kleine groepen van organische landbouwers zijn wel degelijk geïnteresseerd in ggo’s: grotere oogsten op minder goede gronden, minder chemicaliën en zo verder. Maar men kan dat moeilijk verkopen: de meerderheid beschouwt groene landbouw nog altijd tegengesteld aan gemodificeerde planten. Mensen betalen graag meer voor organische producten, hoewel niet eens bewezen is dat die gezonder zijn.
MAY: Wel in tegendeel: al de wieren die gebruikt worden bij de bemesting, zorgen ervoor dat organisch voedsel vaker tot voedselvergiftiging leidt dan ggo’s. Onlangs zijn er in Californië nog mensen gestorven aan geïnfecteerde spinazie. En daarover spreekt niemand, waarom?
Greenpeace blokkeert een technologie die potentieel enorm veel levens kan redden in Afrika en andere derdewereldlanden. Zíj hebben deze gewassen nodig, voor hen is het een kwestie van leven of dood. Franse boeren hebben subsidies om hen door moeilijke tijden te sleuren, voor een Afrikaan betekent een mislukte oogst vaak de dood. Eigenlijk is die nonchalance beschamend voor Europa.
Arme boeren vs. Kapitalisme
Ontwikkelingslanden willen dus ggo’s? Hebben milieuorganisaties invloed op deze perceptie?
MAY: Niet zozeer direct maar wel indirect, doordat ze in het Westen zo’n grote impact hebben. In Europa bijvoorbeeld is bijna alle import van gemanipuleerde gewassen verboden en nieuwe biotechnologie maakt ook amper deel uit van de Europese ontwikkelingsprogramma’s. Dat heeft een sterk ontradend effect — boeren planten niet wat ze niet verkocht of gesubsidieerd krijgen.
Hebben multinationals het niet te veel voor het zeggen in de biotechnologie?
VAN MONTAGU: Meer en kleinere biotechnologiebedrijven zou waarschijnlijk sensibel zijn, maar op dit moment is dat economisch niet haalbaar. Een van de meest markante feiten is dat de oppositie van onder andere Greenpeace tegen ggo’s, er net voor gezorgd heeft dat enkel grote multinationals nog kunnen overleven in de branche: om nog maar te mogen beginnen aan het onderzoek heb je vergunningen nodig die veelal te duur zijn voor kleine bedrijven. Dat zijn restricties waar milieuorganisaties voor gelobbyd hebben, maar ze spelen mooi in de hand van de multinationals — een paar grote bedrijven hebben nu een quasi-monopolie. Zelfs BASF en Monsanto — twee van de grootste spelers — zullen binnenkort samenwerken voor hun onderzoek.
Ook voor de Europese academische instituten wordt onderzoek bemoeilijkt. Maar als we op termijn bijvoorbeeld rendabele biodiesel willen, zal genetische manipulatie een must zijn. Het rendement van de velden moet verdrievoudigen als men geen roofbouw wil plegen op het milieu. Dat zal niet lukken met traditionele landbouw.
MAY: De aarde warmt op en is overbevolkt. We zullen efficiënte gewassen nodig hebben die extreme weersomstandigheden kunnen weerstaan. Deze bestaan niet, dus moeten we ze maken. Vele Afrikanen beseffen dat, maar niet allemaal. Enkele jaren geleden was er hongersnood in Zambia. De VS stuurden voedselhulp, maar die bevatte BT-mais, een ggo. De reactie van Zambia: het is giftig, neem het maar terug mee. Het gevolg: mensen sterven van de honger.
Er is heel wat onenigheid over hoe we de millenniumdoelstellingen moeten bereiken, maar de sleutel is technologie. En met ggo’s hebben we een technologie in handen die armoede en hongersnood voor een groot deel de wereld uit kan helpen. Met het huidige niveau van oppositie vanuit de ontwikkelde landen, zullen we die millenniumdoelstellingen echter niet halen. Zo eenvoudig is het.
Worden dan nooit patenten gebruikt om buitensporig hoge prijzen te vragen aan arme boeren?
VAN MONTAGU: Soms vraagt Monsanto inderdaad veel geld en een prijsdaling zou goed zijn voor ontwikkelingslanden. Tegelijk: indien traditionele landbouw een landbouwer meer zou opleveren, zou hij nooit ggo-zaden kopen — er zijn dus altijd grenzen aan de prijzen die men kan vragen. Argentinië is een mooi voorbeeld daarvan: in vele andere landen wordt export gesubsidieerd, dankzij ggo’s kan Argentinië een tax van 19% op export instellen. Dat is een enorme bron van inkomsten. En China bijvoorbeeld heeft ook zijn eigen technologie, zodat ze voor de rijstgroei niet moet rekenen op dure licenties.
Onwetendheid
Mensen weten te weinig over genetische manipulatie?
MAY: Inderdaad. Er is geen echt debat gaande op dit moment: te weinig sceptici weten waarover ze spreken om een eerlijke discussie te kunnen voeren over de voor- en nadelen van ggo’s.
Weet je, voor mensen in Europa is het mogelijk om te zeggen: “we wachten een beetje af”, of “we verkiezen toch organische teelt”, want uiteindelijk verdrinken we toch in het voedsel. Dat is een keuze die men in Afrika niet kan maken, en het idee dat wij onderzoek bemoeilijken omdat het voor ons geen dringend probleem stelt, is op zijn zachtst gezegd onaangenaam. De desinformatie bij mensen is gigantisch. Ik bedoel maar: wij veranderen bewust één gen. Wat maakt het uit? Bij conventionele voortplanting worden elke generatie duizenden genen at random vervangen, maar de maïs staat er nog.
Men wil minder chemische pesticiden, minder impact op het milieu. Dat is nu net wat ggo-technologie biedt!
VAN MONTAGU: Mensen denken nog te veel in termen van natuurlijk versus onnatuurlijk. Maar genetische puurheid is een fabeltje. Er bestaan geen vaste, onveranderlijke genen, dat is ook niet wenselijk. En er is geen enkele reden waarom wat nu in de natuur voorkomt ideaal is zoals het is, wel in tegendeel.
En toch: zullen gewassen die resistent zijn tegen insecten dat in de toekomst ook blijven? Kan zoiets geen verregaande gevolgen hebben?
MAY: Nee, die gewassen zullen niet resistent blijven, maar dat hoeft ook niet. Dat geldt net zo goed voor pesticiden en geneesmiddelen: een vorm van verzet wordt bijna altijd overwonnen, dat is gewoon elementaire evolutieleer, en als die tijd komt, zullen we een andere modificatie of middel moeten vinden. Net zoals bij antibiotica. Ggo’s zijn geen wondermiddel: ze zijn gewoon een extra mogelijkheid voor boeren om aan landbouw te doen. Soms zijn ze nodig, soms niet, dat is een keuze die de boer het best zelf kan maken.
Koffiedik kijken
Wat brengt de toekomst?
VAN MONTAGU: De vooruitgang van de voorbije tien jaar doet wonderlijke dingen vermoeden voor de volgende decennia. In feite maar goed ook: we zullen deze eeuw grotere, meer voedzame en meer resistente planten nodig hebben. Anderzijds zullen milieuorganisaties de technologie nog wel even kunnen blokkeren — er valt altijd wel één of andere wetenschapper te vinden die over geheime dossiers en doofpotten preekt. Het is voor het publiek moeilijk om het onderscheid te maken tussen goede en slechte wetenschap. En zelfs voor de grote ggo-producerende bedrijven is het geen dringende zaak om genetische gemodificeerde organismen maatschappelijk aanvaard te maken. Ze zijn stuk voor stuk agro-chemische reuzen, het is niet in hun economische belang om de markt van de pesticiden te doen kelderen en te vervangen door aangepaste gewassen. De aandeelhouders zouden daar nooit mee akkoord gaan.
Staan patenten op planten de vooruitgang in de weg?
VAN MONTAGU: De meeste patenten gaan maar een jaar of twintig mee. Ze geven wetenschappers en bedrijven een motivering om onderzoek uit te voeren, daar kan je moeilijk tegen zijn. Bovendien worden licenties op gepatenteerde technologie vaak gratis verstrekt indien ze bijvoorbeeld gebruikt worden om derdewereldlanden te helpen.
Kennis over landbouwtechnieken
Wat met de ‘terminator gene’, dat zaden van planten steriel maakt zodat boeren ze niet kunnen herzaaien?
VAN MONTAGU: Dat is een zeer complexe vraag. Om te beginnen worden al bijna zeventig jaar hybride gewassen gebruikt — gekruiste soorten — omdat die zeer goede oogsten opleveren en minder vragen van de grond, maar hybride gewassen zijn van nature niet herzaaibaar. Ten tweede houdt geen enkele boer in Europa en de VS nog een deel van zijn zaden bij om volgend jaar de nieuwe oogst mee te verzorgen — zaad bewaren is geen sinecure en het is goedkoper elk jaar nieuw zaad aan te kopen, dan zelf te controleren of de zaden niet beschimmelen, van goede kwaliteit zijn en blijven enzoverder. Sommige landen verbieden herzaaien zelfs omdat het zo ongezond is! In Afrika houdt men wél nog zaad opzij en hun oogsten per hectare zijn nog geen tiende van wat een boer in Europa uit zijn grond haalt. Maar wie in onze maatschappij en wie van alle gmo-criticasters, heeft ook maar het minste besef van hoe landbouw werkt?
Bovendien, wat willen Greenpeace en consoorten eigenlijk? Genetisch gemodificeerde pollen mag volgens hen niet in de gewone agricultuur terechtkomen en steriel zaad is daar de perfecte oplossing voor. Maar als je zoiets voorstelt, repliceert men dat steriel zaad een vuile truc is van multinationals om landbouwers uit te buiten doordat ze elk jaar nieuw zaad moeten aankopen. Het is het één of het ander, uiteraard.
Het is uiteindelijk een interessante zaak, Greenpeace. Die organisatie is blijkbaar in staat om mensen te motiveren door hen te doen geloven dat ze de planeet kunnen redden. In de Verenigde Staten worden alle donaties strikt gereguleerd, waardoor we exact het budget van Greenpeace ginder kennen. Het gaat om 400 miljoen dollar per jaar, naar de rest van de wereld hebben we het raden. Greenpeace is dus zelf een enorme multinational, die haar verhaal over ‘de wereld redden door de strijd tegen ggo’s te voeren’ kan verkopen.
Ik vergelijk het graag met Galilei: ook toen ging de bevolking ook niet akkoord met de gefundeerde mening van wetenschappers. En die dingen blijven plakken, want het heeft de Katholieke Kerk blijkbaar 300 jaar gekost om Galilei te erkennen. Ook de biotechnologie kan dit lot beschoren zijn.
