"Wij zijn in de eerste plaats een universiteit waar de wetenschap bedreven wordt"
- 446
- editie
- nieuws en reportages
- categorie
- interview
- sleutelwoorden
- Leuven en Geloof
- themanummer
Het mag duidelijk zijn dat we slechts een paar howitzergranaten op oorlogsstoker André O.‘s pompeuze privé-bunkertje verwijderd zijn van eternal peace in the valley en vette jaren van vruchtbare samenwerking tussen de twee grootste universiteiten van het land. Schamper maakte alvast een blauwdruk.
De specifieke aanpak van het wetenschappelijke onderzoek aan de KU Leuven heeft ervoor gezorgd dat uw universiteit een voorsprong heeft genomen op andere universiteiten. Wat zijn nu de voor- en nadelen van die aanpak?
Ik neem aan dat u met uw vraag ook impliciet verwijst naar het verschil met de Gentse aanpak. In Gent wordt onderzoek veel centraler gestuurd, gezien de rector voorzitter van de onderzoeksraad is. In Leuven hebben we in de eerste plaats stevig geïnvesteerd in onderzoekers en het ZAP. Bovendien hebben we onze werking zeer sterk gedecentraliseerd, waarbij we bevoegdheden gedelegeerd hebben naar de drie groepen, die elk onder leiding staan van een vicerector. De beschikbare middelen verdelen we volgens ons allocatiemodel over de faculteiten, groepen en departementen, zodat die hun eigen onderzoeksbeleid kunnen voeren. Een derde kernpunt van ons onderzoeksbeleid is dat we er proberen voor te zorgen dat onze publicaties internationaal gericht zijn. Dit hoeft niet te betekenen dat we geringschattend doen over publicaties in het Nederlands. Tenslotte willen we graag kwaliteitsvolle doctoraten stimuleren die gemakkelijk tot een post-doc kunnen leiden. We doen dat door erop toe te zien dat een assistent bij ons zeventig procent van zijn of haar tijd besteedt aan onderzoek, en de overige dertig aan onderwijsondersteuning en dienstverlening. De onderwijsondersteuning wordt per faculteit gepoold, zodat we op dat vlak toch niet zouden tekortschieten.
Worden de decentralisering en internationalisering die u hier aanhaalt, ook doorgevoerd in het onderwijsbeleid van de universiteit?
De faculteiten kunnen zelfstandig hun onderwijs organiseren via onderwijscommissies, dus de decentrale aanpak is ook daar merkbaar. Dat betekent natuurlijk niet dat je vanuit het centrale universitaire bestuur niet kan sturen. Maar wat betreft onderwijs worden de faculteiten zeker gestimuleerd om zelf kwaliteitsvolle programma’s op te zetten. Voor gespecialiseerde masters en master na masters kijken wij erop toe dat deze in een forumtaal gegeven worden en dat er een zeer stevige band bestaat met het onderzoek.
De bisschop zetelt in de Raad van Bestuur. In hoeverre speelt de “K” in de KULeuven nog mee in het onderzoek en onderwijs in de humane wetenschappen?
Er bestaan veel misverstanden over die kwestie, en één ervan is dat de bisschop in de Raad van Bestuur zou zetelen. Er is één bisschop-waarnemer die afgevaardigd wordt door de inrichtende macht, een algemene vergadering die jaarlijks samenkomt en over het oprichten of opheffen en de opdrachtverklaring van de universiteit beslist. Maar de bisschop zetelt niet in de Raad van Bestuur: die Raad bestaat enkel uit de rector en zijn negen beleidsmedewerkers, en tien externe leden. De bisschoppen besturen de universiteit dus zeker niet: zij komen niet tussen in benoemingen, bevorderingen of het beheer van de financieën. Ook over de “K” bestaan heel wat misverstanden: wij zijn helemaal geen confessionele universiteit. De “K” staat voor een christelijk-humane identiteit, maar wij zijn in de eerste plaats een universiteit waar de wetenschap bedreven wordt. Een universiteit waar je aan vrij onderzoek doet, waar je kritische vragen stelt, waar je vol vuur uitzoekt hoe de dingen in de verschillende vakgebieden in elkaar zitten. De “K” bepaalt noch ons onderzoek, noch ons onderwijs. Het is wel zo dat je voor bio-ethische kwesties binnen een bepaald referentiekader werkt. Maar dat heb je net zo goed in een vrijzinnige universiteit. Dat moet ik toch duidelijk maken: dat wij niet — verontschuldig mij de uitdrukking — de tsjeven zijn waarvoor men ons houdt.
Maar er worden dus wel beperkingen opgelegd op bio-ethisch vlak?
Och ja, maar niet meer dan in Gent of Brussel. Allez, in mijn speech over de vrijheid van onderzoek zeg ik toch ook dat we dergelijk onderzoek moéten voeren, gezien de huidige toestand van de wetenschappen, maar dan binnen ons levensbeschouwelijk referentiekader. Wanneer ik dan vergelijk met Gent, Brussel of Antwerpen, merk ik dat we als wetenschappers vaak voor 99 procent hetzelfde denken.
André Oosterlinck, de vorige Leuvense rector, was niet bepaald wild van studentenparticipatie. Heeft u op dat vlak een koerswijziging doorgevoerd?
Wel, euh, ik moet niet oordelen over rector Oosterlinck. Ik kan wel zeggen dat hij — en ik heb dat als vice-rector van dichtbij meegemaakt — nooit de dialoog met de studenten uit de weg is gegaan. Goed, wij verschilden van mening op dat vlak, maar… (stilte) Kijk, ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik een voorstander van volledige participatie was. Als vice-rector zorgde ik er dan ook voor dat de studenten vertegenwoordigd waren in de groepsraad Humane Wetenschappen. De volledige participatie is er vrij snel gekomen tijdens mijn ambtstermijn, maar ik ben er zeker van dat rector Oosterlinck ook op dat punt zou zijn uitgekomen. Ik heb zelf erg positieve ervaringen met studentenparticipatie: een universiteit draait rond onderzoek en onderwijs, en de studenten staan daarbij centraal. Dan is het niet meer dan normaal dat zij ook actief participeren in de universitaire activiteiten.
Op de opening van het Gentse academiejaar lanceerde rector Van Cauwenberghe hetidee van een Vlaamse universiteit die de ideologische grenzen zou overstijgen. Dat werd door sommigen vrij koeltjes onthaald, maar hoe werd er in Leuven op gereageerd?
Er werd wel over gesproken bij ons, maar nu ook weer niet zo veel. Het is ook geen nieuw idee, hé: Johan Vandelanotte heeft dit idee een viertal jaar geleden gelanceerd. Ik was ook op de Gentse opening, en uiteindelijk was het idee niet meer dan een voetnoot in rector Van Cauwenberghes toespraak.
Het heeft uiteindelijk wel een aantal voorpagina’s gehaald, natuurlijk…
Absoluut, men heeft het zeker gehoord. Bon, in Knack hebben we over dit idee gediscussieerd waarbij hij pro was en ik contra. Ik denk dat we uiteindelijk niet zo ver uit elkaar staan. Ik heb in mijn openingstoespraak dezelfde problematiek aangehaald, maar ik heb daarbij beklemtoond dat we moeten bouwen aan een universitaire ruimte in Vlaanderen die op Europa gericht is. Ten dienste daarvan moeten inderdaad een aantal samenwerkingsverbanden geconstrueerd worden.
Samenwerking wordt door beide universiteiten steeds aangemoedigd wanneer het gaat over ideeën in de verre toekomst, maar bij dagelijkse materie als de financiering van de instellingen grijpt men toch vaak terug op botte Realpolitik, waarbij de confrontatie niet gemeden wordt. Kan je dan nog zeggen dat een doorgedreven samenwerking überhaupt mogelijk is?
Wel, laat mij duidelijk zijn: één Universiteit Vlaanderen, daar geloof ik niet in. Dat heb ik ook in Knack gezegd. Ik vind diversiteit een rijkdom. Ten tweede: er is wel degelijk samenwerking. Maar samenwerking sluit geen competitie uit, en competitie kan zich natuurlijk ook uiten in discussies over financieringsmodellen. Maar als ik nu concreet kijk, want u heeft een punt wanneer u zegt dat we vooral naar de concrete samenwerking moeten kijken, dan is er wel degelijk samenwerking tussen Leuven en Gent. In de hele discussie rond de financiering van het hoger onderwijs merk je dat wij scherp en heftig met elkaar kunnen discussiëren, maar dat wij dat ook op stevige gronden kunnen doen. Als ik kijk naar de Vlerick Leuven-Gent Management School, waar ik als vice-rector ook mee bezig ben geweest, dan zie ik een mooi voorbeeld van een instelling waar we constructief kunnen samenwerken, waar we een synergie kunnen vinden.
Vorig jaar forumleerde rector Van Cauwenberghe het goede voornemen om op een vreedzame wijze om te gaan met Leuven. Vanuit ons standpunt leek het alsof die voornemens meteen getorpedeerd werden door voormalig rector Oosterlinck, maar dat is uiteraard onze perceptie. Hoe ziet men dit voorval in Leuven?
Die uitnodiging van rector Van Cauwenberghe, die ik overigens net zo goed geformuleerd heb in míjn eerste toespraak, blijft gelden. Op persoonlijk vlak vinden wij het erg goed met elkaar, en ik geloof dat we ook de bekommernis om constructieve samenwerkingsverbanden tussen onze twee universiteiten binnen de Europese ruimte delen. De associaties zijn uiteraard complexe gegevens die samenwerking niet eenvoudiger maken. Maar het is mijn overtuiging dat er in eerste instantie bilateraal goed moet worden samengewerkt tussen de universiteiten.
Onlangs werd opnieuw een internationaal academisch klassement opgemaakt, waarin de Vlaamse universiteiten bleven steken in de middenmoot. Ziet u mogelijkheden om onze positie op internationaal vlak te verbeteren?
Ten eerste: die rankings zíjn er natuurlijk, er is de Shanghai Ranking en de Times Highe Education Rankings, maar je moet altijd goed de gehanteerde parameters van die klassementen in het oog houden. We kunnen er natuurlijk niet om heen — er zijn rankings en het is ook goed dat universiteiten met elkaar vergeleken worden. Maar je moet dat relativeren: de universiteiten die écht hoog scoren zijn Amerikaanse universiteiten met veel middelen en weinig studenten, naast de klassieke topuniversiteiten als Oxford en Cambridge. Als we de middelen die we in Vlaanderen hebben, plaatsen naast onze wetenschappelijke performantie, dan scoren we vrij goed. Ik zou het jammer vinden mochten we ons laten opjagen door rankings.
Overigens, qua toon en invalshoek lijkt u wel vrij sterk overeen te komen met onze rector. Komt dat ook naar boven in de discussies die u met hem voert?
Wij spreken elkaar zeer regelmatig en we kunnen het goed met elkaar vinden. We hebben natuurlijk ook verschilpunten, maar dat is goed. Je kan die verschilpunten toetsen en met elkaar confronteren. Ik voel me goed thuis bij hem.
Onze rector bezigt zijn zangtalent om de banden met de studentenwereld aan te halen, heeft u een vergelijkbare gave?
Ik heb geen zangtalent, maar het schijnt dat ik nogal handig ben. Ik kan goed metselen en timmeren, en dergelijke meer. Dat is ook een sociale gave, niet?
U kan dus het podium opbouwen voor een groots interuniversitaire studentenfeest, en daarna kan onze rector op dat podium z’n ding doen…
Inderdaad. Fantastisch! En ’t zal een stevig podium zijn!
