Edito: Stemmen
- 444
- editie
- nieuws en reportages
- categorie
- politiek
- sleutelwoorden
Al vier jaar vertoeven wij, hoofdredacteur van Schamper, in deze schone stad aan Lieve en Leie. We zijn ondertussen zo verknocht geraakt aan Gent dat we na een tiental pintjes steevast ’t Vliegerke beginnen te brallen en met een fake huig-r proberen te praten tegen de inheemse bevolking. En toch moeten we ons vege lijf op acht oktober terug naar de verre West-Vlaamse polders slepen om een bolletje te kleuren. Op wie we gaan stemmen weten we begot niet. Daar in de polders komen toch alleen keuterboeren en vieze middenstanders op. Veel voeling hebben we niet met die mensen. We zien ze hoogstens een paar keer per jaar als we om een kartje kilo gekapt of een paar flessen karnemelk gestuurd worden de zeldzame keren dat we met onze was huiswaarts trekken.
Een paar verwaaide Spiritisten, Jan Roegiers op kop, opperden ooit op een blauwe maandag dat studenten het recht zouden moeten krijgen om in de stad te stemmen waar ze op kot zitten. Prego-voorzitter — en voormalig hoofdredacteur van onze paapse concurrent Veto — Thomas Leys trad zijn moeder-partij volmondig bij. Een student die vijf dagen op zeven door de straten van een stad zwalpt, zou toch zijn zegje moeten kunnen doen over het beleid? Het klinkt al te mooi, maar uiteindelijk bleef het bij loze beloften en holle woorden. En maar goed ook, denken wij dan.
De Gentse volksmens heeft nu al te lijden onder de gigantische — en immer groeiende — studentenpopulatie. Plasjes kots op de voetpaden, rumoerige studentenkoten her en der door de stad verspreid en al dien progressieven klap die dat volkje uitkraamt, de gemiddelde Gentenaar moet niet veel weten van onze slag. Een veralgemeend studentenstemrecht zou de wrevel enkel vergroten. Vijftigduizend studenten in een stad van tweehonderd dertigduizend inwoners, dat is een hoop stemmen. Genoeg om het politieke evenwicht in Gent grondig te verstoren. Een informele enquête door Prego uit 2005 toonde aan dat slechts een klein derde van de studenten ef ectief gebruik zou maken van de mogelijkheid om niet in de thuishaven te stemmen, maar zelfs een goeie zestienduizend stemmen kunnen een grote impact hebben en zouden de studenten meer politieke macht geven dan ze verdienen.
Laat ons wel wezen, de meesten onder ons mogen dan wel verknocht zijn aan Gent, veel voeling met wat in Groot Gent leeft hebben we niet. Verder dan faculteit en Overpoort komen de meesten onder ons toch niet, hoe zouden we dan weloverwogen keuzes kunnen maken over het beleid dat in de tweede stad van Vlaanderen moet gevoerd worden? Soyons honnêtes, we mogen dan wel beweren sociaal en politiek bewogen te zijn, maar dat Roger uit Nieuw Gent verkommert in zijn te kleine en te vochtige sociale appartement kan ons aan onze reet roesten. En meestal vertrekken we na vier jaar toch weer naar onze geboortestreek. Pijnpunten waar we wél van wakker liggen — te hoge kotprijzen en exuberante bierprijzen — kunnen altijd aangekaart worden op het studentenoverleg, de gemeenteraad of bij onze lieve studentenambtenares. Dáárvoor vijftigduizend studenten stemrecht geven lijkt ons te gek voor woorden.
En toch hebben we daarom niet meer zin om volgende week terug naar onze heimat te trekken om lukraak wat bolletjes te kleuren. En met ons zovele anderen. Studentenstemrecht is geen goede oplossing, maar men heeft er destijds wel een belangrijk probleem boven water gehaald. Om het meteen weer kopje onder te duwen. Een kant en klare oplossing die een afweging maakt tussen de verzuchtingen van de student en het belang van de inboorlingen is er dan ook niet.
Zelf dromen we van een soortement light-versie van de gewone domiciliëring. Een middenweg tussen het willens nillens met de geboortestreek verbonden blijven en het al te drastisch doorknippen van de navelstreng die ons met ons hinterland verbindt. Laat ons geadopteerde Gentenaars een domicilie nemen op een kotadres zonder dat onze ouders — die het zich vaak niet kunnen permitteren dat hun studerende kroost niet meer fiscaal ten laste is — daarbij aan een i nanciële aderlating onderworpen worden. Laat die gemeentebelastingen voor wat ze zijn en val ons niet te veel lastig. Laat ons wel stemmen voor jullie gemeenteraad. Het lijkt voor de lokale bevolking al een even slechte deal als het oude Spiritvoorstel te worden, maar toch biedt het net dat ietsje meer. Alleen de echten, de goeien, die paar zotten die verliefd werden op de stad waar ze als achtienjarige snotter aan het échte leven begonnen zullen overblijven. En door hen dichter bij het bestuur te betrekken vergroot de kans dat ze zich permanent in hun studentenstad zullen vestigen aanzienlijk.
