"Ik ben niet getrouwd met de outputfinanciering"
- editie
- 442
- categorie
- nieuws en reportages
Kop van Jut voor het luid kelende studentenracaille is Vlaams onderwijsminister Frank Vandenbroucke. De minister zelf blijft kalm onder al dat protestgeweld: “Ik zou willen dat we het nu gaan hebben over de échte doelstellingen”.
De Sp.A’er ligt stevig onder vuur vanwege de geplande hervormingen: asociaal, potentieel fnuikend voor de onderwijskwaliteit en een consolidatie van de historische ongelijkheid tussen Leuven en Gent. De minister zelf laat ruimte voor alternatieven: volgens hem was de nota slechts een werknota, geen bindend voorstel.
Er komt binnenkort een werkgroep die het financieringsplan opnieuw zal bekijken. Een reactie op de studentenprotesten, of zou die werkgroep er sowieso komen?
De werkgroep is eigenlijk een logische voortzetting van de plannende werkzaamheden die we op gang gebracht hebben. Ze behandelt een heel belangrijk onderdeel van het nieuwe financieringsplan: de vraag op welke basis je financiert. Ik wil dat het financieren van universiteiten en hogescholen hen stimuleert om meer studenten aan te trekken, maar ook om meer studenten te helpen slagen.
We hebben in ons eerste voorstel gepleit voor een financiering op basis van slaagcijfers. Niet omdat ik met die techniek getrouwd ben, maar wel omdat ik iedereen wou doen nadenken over de toch wel érg hoge mislukkingsgraad in ons eerste jaar. Ik wou iedereen laten zoeken naar remedies.
Ik heb bij het lanceren van de werkgroep een aantal denkpistes voorgesteld. Zo kan je inderdaad de financiering laten afhangen van het slagen van studenten. Maar je zou het ook financiëel kunnen aanmoedigen om studenten die in hun eerste richting niet slagen te begeleiden in een nieuwe studiekeuze. Of je kan bijvoorbeeld begeleidingsprogramma’s financieren.
Maar al die methodes moeten tot eenzelfde resultaat leiden: meer slaagkansen voor studenten die nu vaak op een onbarmhartige manier weggeselecteerd worden.
U richt een nieuwe werkgroep op: is dat dan helemaal geen reactie op de protesten van de voorbije weken?
Ik heb vanaf de eerste dag gezegd dat ik niet getrouwd was met de outputfinanciering. Die werkgroep zou er sowieso gekomen zijn, maar ik vind wel dat ik rekening moet houden met kritiek. En als de betoging die er vandaag in Gent geweest is zorgt voor meer aandacht voor de democratisering van het hoger onderwijs, dan is dat een goeie zaak. En als er mensen bereid zijn om kritiek te geven, maar ook om mee na te denken over een goed financieel systeem, dan vind ik dat een hele goeie zaak.
U stapt dus ook niet radicaal af van het oorspronkelijke plan…
Welnee, zeker niet wat de oorspronkelijke doelstellingen betreft. Er loopt trouwens ook een ander debat: namelijk in welke mate je de financiering van de instellingen koppelt aan hun aantal studenten. Ik denk dat wij hogescholen en universiteiten de boodschap moeten geven dat ze studenten moeten recruteren. Wij willen nog méér jonge mensen in het hoger onderwijs. En dus pleit ik er duidelijk voor om de enveloppes opnieuw open te gooien, zodat stijgende participatie vertaald kan worden in meer geld voor de instellingen.
Maar dat betekent natuurlijk ook dat je de financiering sterk studentgebonden maakt. Nu, dat is een debat dat gevoerd moet worden tussen de instellingen onderling. Want de kleinere instellingen hebben vandaag schrik van studentgebonden financiering, omdat zij nog steeds gefinancierd worden op basis van historische verworvenheden. Daarin sta ik open voor alternatieve suggesties, en daar is de doelstelling wat mij betreft om die studentgebondenheid te behouden, en tegelijkertijd ook meer doelmatigheid na te streven in de organisatie van het aanbod: minder versnippering en minder fragmentering.
Het nieuwe financieringsplan zou normaal gezien ingaan in 2007, maar…
Ik heb al lang geleden aangegeven dat die datum onhaalbaar was.
Nu goed, de nieuwe financiering zal ingaan in 2008. Wat zal er dan gelden als financieringsstelsel tijdens het overgangsjaar, en wat met de nodige gelijkschakeling tussen Leuven en Gent?
Daar zijn we al mee bezig, hé. Eerlijk gezegd zou men dat in Gent toch wel eens mogen zeggen aan de studenten. Ik heb vorige week op de ministerraad voorgesteld om nu reeds in de begroting van 2007 in te schrijven dat er nog eens 2,4 miljoen extra moet komen voor de Gentse Universiteit. Omdat Gent inderdaad erg benadeeld is door het feit dat de financiering erg lang niet gebonden geweest is aan het aantal studenten en de groei van het aantal studenten. Ik weet wel dat de Gentenaars dat eigenlijk niet genoeg vinden, maar we zijn dat probleem toch al ten dele aan het aanpakken. Andere instellingen hebben ook specifieke problemen, die ook bekeken worden.
Tijdens ons vorige gesprek had u het over het feit dat Gent in eigen boezem moet durven kijken, en dat hun achterstand ook te wijten is aan een gebrekkig onderzoeksbeleid. Rector Van Cauwenberge wil u daar wel ten dele gelijk in geven, maar zegt wel dat het nu eenmaal vaststaat dat je met minder geld minder onderzoekers kan aannemen.
Maar ik denk dat de Universiteit Gent de voorbije jaren net bewezen heeft dat het ook een kwestie van aanpak is. Men heeft met de schaarse middelen die voorhanden waren een enorme impuls gegeven aan het wetenschappelijke onderzoek. Je hoort me niet zeggen dat je zonder geld kan werken. Maar ik wil wel duidelijk zeggen dat het óók een kwestie van beleid en aanpak is. Dat beleid en die aanpak zijn eronder De Leenheer ook gekomen.
De Standaard van 27 maart schrijft dat “bijna iedereen” tegenstander is van uw plan. Hoe verklaart u dat de tegenstand zo massaal is?
Ik denk eerlijk gezegd niet dat er zo’n massale tegenstand is. Ik denk dat er veel vraagtekens zijn. De mensen zijn verrast dat een discussie over financiering in rond maatschappelijke doelstellingen draait. En dat je een financieringsmodel ook gebruikt om een debat op te starten over noodzakelijke hervormingen.
Dat zijn de instellingen niet gewend. De instellingen willen gewoon dat de minister hen geld geeft. Punt. En als je met die gewoonte breekt, en je wil het hebben over de doelmatigheid van het aanbod, dan zijn ze heel erg verbaasd. Ik ben blij dat we nu een debat hebben waarbij het over de essentie van het onderwijs begint te gaan: meer jonge mensen kansen geven om met succes hun hogere opleiding te vervolmaken.■
