De Student Die Ging Stemmen
- 440
- editie
- nieuws en reportages
- categorie
- politiek
- sleutelwoorden
De verkiezingen voor de RvB zorgde maar voor één echte verrassing. Insiders verwachten wel dat de drie oudgedienden, respectievelijk Matthias Laevens, Stijn Baert en Olivier Pintelon, zonder veel problemen verkozen gingen worden. Dat gebeurde dan ook. Hans Pijpelink, zelf al maanden zeker van zijn rechtmatige plaats in de Raad van Bestuur, greep echter naast de jackpot. In zijn plaats kwam de enige vrouw die opkwam voor de functie, Sara Fobelets, in de raad terecht. Het doembeeld voor iedere weldenkende student, Kristof de Buysere met een tweejarig mandaat, kwam gelukkig niet uit.
Het scenario van twee jaar geleden, waarbij Laevens de winnaar werd met de meeste stemmen, werd dit jaar niet herhaald. Baert (1382) haalde de meeste stemmen binnen en wordt nu de machtigste stuver. Laevens (1224) en Pintelon (wa minder) volgen dicht, Fobelets (538) hinkt een eindje achter. Verliezers Pijpelink (410) en de Buysere (336) konden, évidemment, nog minder stemmers bekoren.
Waarvoor zijn de stemaantallen nu van belang? Wel, in principe heeft de stuver met de meeste stemmen recht op een postje in het bestuurscollege (het belangrijkste uitvoerend orgaan van de UGent). Nummer twee en drie hebben — alweer, in principe — recht op een postje in respectievelijk de bouwcommissie en de onderwijscommissie. Alhoewel de vier grootheden unaniem verklaarden dat ze de postjes onderling gingen verdelen, wist Baert toch te verklaren dat “het een logische ambitie is om in het bestuurscollege te zetelen waar ik een compromisfiguur zou kunnen zijn.” Nummer vier, Fobelets, heeft bereikt wat ze wou — een vrouw in de RvB — en mag dus daarmee al content zijn. You go, girl.
Dat ze volgend jaar afstudeert en de RvB die vrouw misgunt vanaf dan, was geen probleem volgens haar. Of ze dan geen vrouwelijke opvolger had kunnen nemen, om die vrouwelijke aanwezigheid te bestendigen? “Kijk, het is eigenlijk zeer simpel en ik ga daar eerlijk over zijn. Ik wist tot voor een paar maanden geleden niet eens wat de RvB was. Mijn opvolger, Koen Hostyn, heeft toen het initiatief genomen en mij over de streep getrokken. Nu ja, er zit dan toch tenminste één jaar een vrouw in de RvB”, aldus Fobelets.
Stofke de Buysere
Kop van jut van de hele verkiezing, was zondermeer Kristof de Buysere. Velen hebben een mail van hem gekregen, met daarin zijn programmapunten, zijn telefoonnummers en de absoluut relevante boodschap dat hij lid is van Mensa. De nacht voor de verkiezingen, heeft hij de stoep voor elke faculteit bevuild met een oproep om voor hem te stemmen. Hij gaf een iPod weg via een loterijsysteem en deelde frisdrank uit aan de dorstigen.
Zijn campagne stootte niet alleen zijn potentiële kiezers voor de borst, maar ook zijn collegae kandidaat-stuvers. “Het is in elk geval een krachtig signaal van de studenten dat ze niet te paaien zijn met een loterij en wat frisdrank. In het andere geval was het een pijnlijk precedent geweest. Ik geef samen met Joris Verhulst, mijn opvolger, een gratis vat in het Hof van Beroep, maar dat is na de verkiezingen en voor iedereen. Een volledig andere zaak dus”, aldus Laevens.
Kristof de Buysere zelf, toonde zich een goed verliezer. De dag dat zijn nederlaag bekend werd, toonde hij zich the bigger man en speechte voor een vol auditorium in de rechtenfaculteit. “Na al die haat de laatste paar weken, wil ik oproepen tot liefde. Als iedereen nu eens wat liever zou zijn voor zijn medemens en een complimentje hier en daar geeft, dan zou de wereld een stuk aangenamer zijn. Ik begin er alvast zelf mee.” Zou de heiland heropgerezen zijn in de gedaante van een gegrimeerde rechtenstudent?
Olivier Pintelon vond zichzelf alvast een van de twee winnaars van de verkiezingen. “Ja, het is toch duidelijk dat Baert en ik er als overwinnaars uitkwamen. Baert omdat hij eerste werd en ik omdat mijn stemmenaantal ongeveer verdubbeld is. Laevens is de verliezer, omdat hij minder stemmen haalde dan twee jaar geleden. Merk ook op dat de kiezer met Fobelets (lid van Comac, de communisten aan de unief, nvdr) en mezelf voor de sociale zijde heeft gekozen.” De opmerking van een aantal mede-studentenvertegenwoordigers dat zijn verkiezingsprogramma megalomaan zou zijn, wuift hij weg. “Het kan misschien zo overkomen, omdat een groot deel van de zaken die ik wil bereiken, niet via de RvB kunnen worden aangepakt, maar via externe of deelcommissies moeten opgelost worden. We gaan nog wel zien hoe ik dat ga opvolgen?”
Sociaal en “verkozen”
Naast de Raad van Bestuur werden ook vier stuvers voor de Sociale Raad verkozen. De gelukkigen zijn Ludovic Bol (FLWI), Joris Verhulst (FR), Joke Renneboog (FPPW) en Matthias Willems (FPSW). Vooral Willems mag daar heel erg gelukkig om zijn, want qua aantal stemmen kwam hij pas op de zesde plaats. Gejoste van dienst is Jonas Riemslagh (FR), die ondanks een derde plaats toch niet verkozen is.
De boosdoener is een regel die zegt dat elke faculteit maximum door één stuver vertegenwoordigd kan worden in de Sociale Raad. Gezien zowel Riemslagh als Verhulst uit de faculteit Rechtsgeleerdheid komen, is enkel diegene met het meeste stemmen verkozen, in dit geval Verhulst. Niet zonder reden bestaat er enige wrevel over de beruchte regel, die weinig democratisch is.
Dat is ook de mening van Ludovic Bol: ‘Men kan zich terecht afvragen of die regel wel nodig is voor de SR. De materie die daar behandeld wordt, gaat namelijk álle studenten aan, het is dan ook niet echt mogelijk om je eigen faculteit duidelijk te bevoordelen. Misschien wordt dus het wel eens tijd om het nut van de regel te bespreken.’ Ook Verhulst heeft zijn twijfels over de regel, maar dat is allesbehalve het geval bij Willems en vooral Renneboog, die vurig voorstander is: ‘Het is misschien niet altijd even democratisch, maar zo vermijden we dat de stuvers in de SR —- pakweg—vier rechtenstudenten zijn’.
Niet enkel bovenstaande reglementering staat onder vuur, ook de afwezigheid van een campagnereglement roept vragen op. Die lacune zorgt er immers voor dat sommige kandidaten bij het campagnevoeren op het randje van het aanvaardbare balanceerden, of er zelfs over gingen. Zo gebruikte Joke Renneboog haar functie als vertegenwoordiger in de faculteitsraad om via Minerva mensen op te roepen op haar te stemmen voor de Sociale Raad.
Het spreekt voor zich dat dit oneerlijk is tegenover kandidaten die nog geen vertegenwoordiger waren tijdens de campagne en dus niet beschikten over zo’n efficiënte manier om kiezers te bereiken. Renneboog zelf zag echter geen graten in haar démarche: ‘Ik heb mijn functie als stuver gebruikt in het algemeen belang, en riep de studenten aan mijn faculteit gewoon op om te gaan stemmen. Ik zie niet in waarom ik in diezelfde oproep niet ook kandidaten, zoals mezelf, zou mogen aanraden.’ Alvast niet de mening van haar collegae Bol en Verhulst die, hoewel in omzichtige bewoordingen, toch duidelijk maakten dat ze zo’n gedrag niet echt konden appreciëren.
Ondanks deze meningsverschillen, zijn de vier verkozenen er wel op gebrand om tot een goede samenwerking te komen. Allen wisten ze te zeggen dat men, voor alles, tot een hechte onderlinge band moest komen. Enkel Renneboog liet weten dat ze daarenboven ook meteen ging werken aan de totstandkoming van een gelijkekansenrichtlijn, omdat vrouwen volgens haar nog steeds te vaak werden achteruitgesteld.
“Vuile juristen”
Hoewel er deze keer meer kiezers zijn komen opdagen dan twee jaar geleden, is er nog altijd veel ruimte voor verbetering. ‘Zeker de communicatie moet beter,’ laat GSR-ondervoorzitter Peter Dedecker weten. ‘Veel mensen wisten niet dat ze niet enkel in de eigen faculteit konden stemmen, maar in eender welk kiesbureau.’ Net als twee jaar geleden was er weer een kleine hetze over de noodzakelijkheid van een oproepingsbrief. Het is niet onwaarschijnlijk dat vele kotstudenten deze thuis hadden laten liggen en dus maar niet waren gaan stemmen. Onnodig, want ook zonder de brief kon iedereen zijn stem gaan uitbrengen.
‘Wijzelf snappen ook niet echt waarom die brief absoluut nodig was, maar de juridische dienst van de universiteit wou van geen wijken weten. Er is dan ook weinig meer achter te zoeken dan een acuut gebrek aan vertrouwen in de techniek door de juristen van de UGent. De volgende keer hopen we dit alleszins ook beter te regelen,’ aldus Dedecker.
Dat is dan ook zo’n beetje de conclusie over het hele verkiezingsgebeuren. Beter, maar nog steeds niet perfect.
