Edito: Wrang
- 437
- editie
- nieuws en reportages
- categorie
- fernand vandamme
- sleutelwoorden
- Zaak Vandamme
- themanummer
De studenten van de UGent zijn geen makke lammetjes. Dat is het minste dat je kan zeggen als je hun reactie op de intussen roemruchte praktijken van prof. Vandamme in acht neemt. De Gentse student durft niet alleen te denken, hij durft zich ook massaal te roeren als hij met onrecht en straffeloosheid aan zijn geliefde universiteit wordt geconfronteerd.
Verontwaardigde kreten van de studenten vielen dan ook niet volledig in dovemansoren. Dat prof. Vandamme vorige week aankondigde op vervroegd pensioen te gaan, was ongetwijfeld het rechstreeks gevolg van het studentenprotest. De onheilsprofeten die al jaren schreeuwen dat de huidige generatie jongeren cynisch en conformistisch geworden is, lijken dus lik op stuk te krijgen.
En toch is er weinig reden tot vreugde, daarvoor blijven nog veel te veel vragen onbeantwoord. Wat staat er te gebeuren met alle bedrijfjes en vzw’s van prof. Vandamme die nog steeds banden onderhouden met de UGent? Waarom was er zo’n hetze nodig voor het bestuur het heft in handen nam? Zal de universiteit de moed hebben om eens goed in eigen boezem te kijken en zich af te vragen hoe zo’n misstanden zo lang ongestraft konden blijven?
Ook de manier waarop Vandammes aftocht geregeld werd, laat een wrange nasmaak na. Op 18 november 2005 aanvaardde de Raad van Bestuur het ontslag van de omstreden prof. Tijdens diezelfde zitting gaf ze de man echter ook het recht om de titel “professor emeritus” te dragen. Die titel is an sich betrekkelijk inhoudsloos en komt de iure toe aan iedere academicus die vijfentwintig jaar staat van dienst heeft. Proffen zijn nu eenmaal een eerzuchtig volkje en een extra titel en bijhorende financiële voordelen slaan ze nooit af.
Toch weerspiegelt de beslissing van de Raad van Bestuur mooi de dubbelzinnige houding van de universitaire gemeenschap. Enerzijds zit men verveeld met het wangedrag van de gewiekste collega, maar anderzijds slaagt men er niet in om doortastend op te treden uit angst precedenten te scheppen en zo in eigen vlees te snijden. Daar zit helaas ook de paradox, want net door dat gebrek aan daadkracht bestendigt en minimaliseert men praktijken die de hele academische wereld in diskrediet brengen.
Niemand wil prof. Vandamme tot de bedelstaf veroordelen, maar dat neemt niet weg dat er serieuze vraagtekens kunnen geplaatst worden bij ’s mans academische merites. Iemand die in zijn lessen niet alleen beweert dat de mens verantwoordelijk is voor het uitsterven van de dinosauriërs, maar daarenboven ook jarenlang louche zaakjes gerund heeft in de gebouwen van zijn alma mater, hoort toch niet op zo’n eervolle manier de laan uitgestuurd te worden?
Dat dacht ook Olivier Pintelon, studentenvertegenwoordiger in de Raad van Bestuur. Toen het emeritaat op tafel kwam, liet hij het tot een stemming komen door de opportuniteit ervan openlijk te bekritiseren. “Want”, stelt hij, “als je een emeritaat aan prof. Vandamme toekent, aan wie zal je het dan ooit weigeren?” Een antwoord als “aan de arme ziel die weinig of geen invloedrijke connecties heeft”, komt waarschijnlijk erg dicht in de buurt van de waarheid.
Is het niet Fernand, excuseer, prof. Em. Vandamme?
