Paul Van Cauwenberge tot rector verkozen
- 432
- editie
- nieuws en reportages
- categorie
- rectoraat
- UGent
- sleutelwoorden
Op 1 oktober 2005 haalt rector André De Leenheer
het hermelijnenvel van zijn schouder. Wat?! Een dood beest op de schouder van de rector? Jeps. Elders in deze Schamper staat een artikel over de toga’s en allerlei toebehoren van proffen. Meer uitleg aldaar.
Op 1 oktober wordt dat vel overgedragen aan Paul Van Cauwenberge. Pfff. Nog een chance eigenlijk dat het geen slangenleder betreft. Stel je voor. De afgelopen decennia zijn rectoren altijd oude mannen geweest die ofwel kaal ofwel grijs ofwel beide waren. Zo iemand wil ik niet zien in slangenleder. Oké, als de rector een knap, jong ding zou zijn met leuke prammen, moet ze voor mijn part niet veel meer aan hebben dan een lap slangenleer. Maar dat blijft een ijdele droom.
Had je een jaar geleden gezegd dat Van Cauwenberge rector zou worden, iedereen had meteen een plaatsje gereserveerd in het Guislain voor jou. Zot! Een maand voor de verkiezingen waren de kansen van Van Cauwenberge nog twijfelachtig. Twee weken voor de verkiezingen leek het erop dat alleszins niet Marc De Clercq rector zou worden. Of Van Cauwenberge er met het hermelijnenvel vandoor zou gaan, was ook niet zeker. De namen van enkele consensuskandidaten deden wel de ronde.
Uiteindelijk werd De Clercq in drie rondes naar huis gestemd. De week tevoren, op plechtigheid voor Dies Natalis in de Aula, had De Clercq nog vol vuur gezworen dat hij zich nooit ofte nimmer terug zou trekken. “Dan kennen ze mij nog niet!”, oreerde De Clercq strijdvaardig. Jammer genoeg voor hem was de uitslag na de derde ronde al zozeer in zijn nadeel dat zich niet terugtrekken veeleer dom dan strijdvaardig zou overkomen. De Clercq bewees dat hij nog altijd geen domme kloot was en bereidde zich voor op een lange val in een diep, zwart gat. Van Cauwenberge werd met net geen 76 procent verkozen. Een sowieso grijnzende Peter De Keyzer, acod-heerser, grijnslachte zo hard dat zijn mondhoeken elkaar tegenkwamen aan de achterkant van zijn vrolijk schuddebollende hoofd.
De Keyzer was een van de mannen die de zaak van Van Cauwenberge bepleitte. Dat deed hij samen met Geert De Soete, decaan van de Psychologie en socialistisch kopstuk (“Alleen maar in naam socialistisch!”, gillen zijn critici) van onze universiteit. De Keyzer en De Clercq, dat waren geen te beste vrienden. De reden is simpel: De Clercq is een econoom al zal hij zelf zeggen dat hij een sociale econoom is en heeft een managersvisie op beleid. Efficiënt, daadkrachtig beheer is waar hij voor staat. Pas dat toe op de resto’s en dikke miserie is je deel. Vandaar allicht ook De Keyzers afkeer van De Clercq: De Keyzer wil als socialistisch voorman volledige garanties dat er niet aan het statuut van de personeelsleden van de resto’s gesleuteld wordt.
De Clercq zou daar allicht niet aan gesleuteld hebben. Ten eerste heeft een rector daar te weinig macht voor en ten tweede kan dat alleen maar als je er een immens draagvlak voor hebt. Wat De Clercq wel gedaan zou hebben, is hardop nadenken over de efficiëntie van de resto’s. Hardop nadenken over efficiënte resto’s geeft aan deze universiteit altijd aanleiding tot sociale onrust. Zeker als de vakbondsleider Peter De Keyzer heet.
De frictie tussen De Soete en De Clercq hebben we in de vorige Schampers al tot vervelens toe uit de doeken gedaan. Daar zijn de tegenstellingen veeleer persoonlijk. Neus een beetje in ander edities die dit academiejaar verschenen zijn en denk er het jouwe van.
Feit is: Marc De Clercq mocht geen rector worden. Veel proffen die ofwel goed overeenkwamen met De Soete of De Keyzer of nogal rood waren, hebben zoveel mogelijk rondgebeld om zoveel mogelijk collega’s te overtuigen niet voor De Clercq te stemmen. Het gevolg was een ambigue situatie waarin twee tsjeven, Marc De Clercq en PvC (de artiestennaam van Van Cauwenberge; de man is ook zanger), tegen elkaar opkwamen. De ene tsjeef kreeg door de mensen die hem voluit steunden een rode stempel, de andere een blauwe, onder andere omdat hij econoom is.
Bij de eerste ronde op 22 maart was het verschil tussen beiden kandidaten niet zo groot. De Clercq haalde 46,53 procent van de stemmen, PvC 51,85. De aanhangers van De Clercq zagen het met lede ogen aan. Na de tweede ronde was de voorsprong van Van Cauwenberghe alweer groter: 42,62 tegenover 56,66 procent. Absoluut had Van Cauwenberge niet meer stemmen achter zich gekregen, maar veel mensen waren tussen de eerste en de tweede ronde al vertrokken. Bij de mensen die Het Pand verlieten, kwamen wij er vooral tegen die voor De Clercq hadden gestemd. Zij dachten dat zijn verkiezing een verloren zaak was.
Na de tweede ronde was de uittocht nog groter. Daardoor was het aantal stemmen voor De Clercq bij de derde ronde zo laag dat die zelf wel doorhad dat hij de eer aan zichzelf moest houden. De Clercq moest het stellen met 36,36 procent. PvC kreeg 62,86 procent van het kiespubliek achter zich. Met het bekende resultaat in de vierde ronde. Toch nam net geen 25 procent van de aanwezigen nog de moeite om zich te onthouden.
PvC is allicht een gelukkig man. Vier jaar geleden moest hij nog het onderspit delven tegen huidig rector André De Leenheer, maar nu haalt hij zijn gram. Helemaal overdonderd was hij niet door zijn overwinning.
Had u de uitslag verwacht?
“Ik wist op voorhand dat het heel spannend zou worden. Dat zowel Marc als ik ongeveer de helft van de stemmen zouden binnenrijven. Ik kon dat afleiden uit wat mensen mij voor de verkiezingen kwamen zeggen. Ik was alleszins tevreden met een eerbaar resultaat. Als er niet veel stemmen verschil zijn, ben je nooit helemaal zeker. Ik was pas gerust na de vierde ronde.”
Vier jaar geleden werd u niet verkozen, nu wel. Zoete wraak?
“Neen, uiteraard niet. Je weet dat ik zo niet in elkaar zit. Zoals je ook wel weet, was ik zelfs helemaal niet van plan om me kandidaat te stellen. Na de vorige rectorverkiezingen dacht ik dat ik geen kans meer zou maken, ook al omdat men geen tweede keer iemand uit de gamma-wetenschappen zou verkiezen. (De Leenheer is een apotheker; TVdM) Pas op het einde ben ik er echt voor gegaan. Het was alleszins een positieve kandidatuur. Ik dacht dat de zittende vice-rector meer kans zou maken, zoals dat de vorige keer het geval was. Om die redenen heb ik de eerste maand dat mensen me begonnen te vragen me kandidaat te stellen, consequent neen gezegd.”
Hebt u het gevoel dat Marc De Clercq weggestemd is?
“Ik kan me voorstellen dat dat zo leeft. Enorm veel mensen die ik niet ken, zijn voor mij beginnen te lobbyen. Maar dat is buiten mijn wil om gebeurd. Ik heb dat zelf niet georganiseerd. Dat ligt niet in mijn aard. Dat Animo mij ook erg gesteund heeft? Ja, dat weet ik. Maar het is niet alleen die politieke familie (Animo verenigt de socialistische studenten van de unief, TVdM) die mij gesteund heeft. Enfin, er hebben mij veel mensen gesteund die niets met politiek te maken hebben, laat ik het zo zeggen. Je eigen faculteit staat sowieso achter je, maar blijkbaar waren er ook andere faculteiten. Vier jaar geleden heeft het kiezerskorps wel anders gestemd.”
Hoe ambitieus was u eigenlijk?
“Niet! Tenminste niet tot eind januari. Toen belde een journalist naar mijn vrouw en zij zei dat ik me zeker geen kandidaat zou stellen. Een halfuur later belde ik haar vanuit Barcelona dat ik de knoop had doorgehakt. (lacht) In Barcelona had ik de tijd gekregen om er wat over na te denken, en terwijl mijn vrouw aan de lijn hing van die journalist, had ik mijn beslissing genomen. Zij kon dat natuurlijk niet weten.”
“Kijk, ik ben vijf jaar decaan geweest en daarna wou ik me toeleggen op mijn Europese project. De ambitie om rector te worden was uiteraard nooit weg. Toen begon men mij langs heel veel kanten te polsen. Maar ik heb altijd goede contacten gehad met Marc (De Clercq). Dat heeft mij tegengehouden. Ik voelde enige schroom. Ik zit daar nu nog altijd een beetje mee.”
Voelt u zich gebruikt door bepaalde mensen? Op het rectordebat van de GSR voor de verkiezingen waren Peter De Keyzer en Geert De Soete bijvoorbeeld opvallend aanwezig.
“Geert De Soete was ook opvallend aanwezig op het rectordebat van vier jaar geleden.”
Toen was hij zelf kandidaat voor het vice-rectorschap.
“Ja, da’s waar. Kijk, ik begrijp je vraag. Maar neen, ik heb niet het gevoel dat ik gebruikt ben, laat staan misbruikt. Ik weet wel dat zij mij steunden, maar ik kan je één ding zeker zeggen: ik zal mijn onafhankelijkheid bewaren.”
“(lacht) Ik heb de steun van Geert De Soete niet afgewezen. Maar zoals je ook wel weet lag ik enkele maanden geleden nog in de clinch met Geert in verband met de samenstelling van de Raad van Bestuur en het Bestuurscollege.
(Toen De Soete en de Keyzer uit het Bestuurscollege werden gekegeld, zie daarvoor een Schamper van een goed half jaar geleden, TVdM) Laat ik het zo zeggen: Geert zit niet in mijn vriendenkring.”
We wensen Paul Van Cauwenberge een succesvol, en dus onafhankelijk rectoraat toe. Het is hem van ganser harte gegund!
