Talent op overschot
- editie
- 2012 online
- categorie
- muziek
Als afsluiter van Gent Jazz werd het publiek op 14 juli een gevarieerd programma voorgeschoteld. Acht dagen lang werd onze studentenstad voorzien van voortreffelijke jazz en aanverwanten. Een laatste keer: Schamper op Gent Jazz!
De aftrap van deze laatste avond werd gegeven door STUFF, een jong instrumentaal improvisatiecollectief dat opgestart werd door drummer Lander Gyselinck. Zelf werd hij enkele dagen eerder op Gent Jazz nog in de watten gelegd toen hij de Jeugd & Muziek Jazz Award voor jong talent ontving. En al was het vooral de regen die de mensen aanvankelijk de tent in jaagde, Gyselinck heeft nogmaals bewezen waarom hij deze prijs verdiende.
Het distinctieve geluid dat de vijfkoppige band op het publiek loslaat, blijft lang in je kleren zitten. Ondergetekende heeft geen flauw idee in welk muzikaal hokje STUFF te stoppen en ziet daar dan ook maar wijselijk van af. Gyselinck op de drums wordt vergezeld van Joris Caluwaerts die het keyboard voor zijn rekening neemt, Dries Laheye op de bas, Andrew Claes op saxofoons en EWI (Electronic Wind Instrument, een uniek blaasinstrument dat vele malen wist te verbazen, n.v.d.r.) en Mixmonster Menno op de turntables. Dat hoort u goed, jazzminnende lezer, turntables. Onder andere samples van Angie Stone en Notorious B.I.G. passeerden de revue. Mixmonster Menno leek met een bewonderenswaardige kalmte het hele gebeuren in goede banen te leiden.
Al tijdens het eerste nummer staat het, zij het karige, publiek met open mond verward en afwachtend te staren naar de creativiteit die tentoongespreid werd zonder in een fetish voor experimentele muziek te vervallen. Later krijgen de nummers steeds meer body door beats die tegelijk je heupen in beweging zetten en het haar op je rug doen rijzen. Vaak bouwt het vijftal gelaagd een uitstekend thema op om het daarna even links te laten liggen en later als apotheose weer op te pikken. Zo zetten ze de toeschouwer bewust op een verkeerd been om later de verwachtingen nog ruimschoots te overstijgen.
Het plezier dat deze jonge band haalt uit een publiek, straalt af en zorgt voor een erg aangename sfeer. Wanneer er dan toch eens een stil moment valt in de met ongelooflijke precisie opgebouwde set en STUFF getrakteerd wordt op enthousiast applaus, zie je vijf jongens met een smile tot achter hun oren alsof ze net succesvol hun nieuwjaarsbrief hebben voorgelezen. Met een bescheidenheid die charmeert nemen ze dan ook afscheid. Naar mijn mening mag STUFF volgend jaar gerust later geboekt worden.
Geroutineerd entertainment
Als tweede act, en act is een understatement voor wat met momenten op een wervelstorm leek, was Larry Graham & Graham Central Station geboekt. Daar waar oorspronkelijk de Amerikaanse legende Robert Dwayne ‘Bobby’ Womack zou optreden, bleek al een tijd geleden dat deze onvoldoende genezen was van een operatie en hij noodgedwongen moest afzeggen. Geen Across 110th Street dus vanavond. Wel Larry Graham, de basvirtuoos die naam en faam vergaarde bij Sly & The Family Stone en gezien wordt als de uitvinder van de slappingtechniek. Naast solohits kreeg het publiek dan ook verschillende Sly & The Family Stone klassiekers op zich afgevuurd.
Als een geroutineerd performer verraste hij iedereen door zijn intrede te maken in heuse fanfarestijl, muziek inbegrepen, doorheen het publiek. De vijfenzestigjarige sprong het podium op in flashy outfit en spreidde al gauw zijn danspasjes tentoon met de energie van een twintigjarige die nooit op kot heeft gezeten. Zijn spierwitte bas laat de man zich vervolgens aanreiken als was het de staf van Gandalf himself. En hoewel het een gelikte show was van begin tot einde, zag je een welgemeende grijns op het gezicht van alle bandleden die verraden hoezeer ze nog genieten van een joelend publiek.
Muzikaal is Larry Graham & Graham Central Station in de eenentwintigste eeuw bijlange niet zo inventief als STUFF maar ze weten wel als geen ander een tent in vuur en vlam te zetten. De virtuositeit van Graham op de bas mag in al dat geweld natuurlijk niet vergeten worden. Hier en daar hoorde je mensen uit het publiek gewag maken van een belachelijke circusperformance, maar ik veronderstel dat vergissen menselijk is.
Gillen en flauwvallen
Nadat Larry Graham de regen het zwijgen had opgelegd, was het een tijdje wachten op de hoofdact. D’Angelo heeft niet alleen de gewoonte een uur later zijn shows aan te vangen, de organisatie van Gent Jazz plant sowieso al veel tijd tussen optredens. Een vrij goedkope, dit in tegenstelling dat het bier waarvoor je welgeteld 3 euro neer moest tellen, truc opdat mensen meer zouden eten en drinken. Naast een kraampje van muziekwinkel Rombaux uit Brugge, waar ik mijn oog liet vielen op twee Roland Kirk klassiekers, viel er tijdens de intermezzo’s niet al teveel te beleven.
Door de relatief goedkope inkomtickets waren er mensen van alle nationaliteiten komen opdagen om de neo-soul klepper te komen beluisteren. Ik sprak met Zuid-Afrikanen, Britten, Fransen en godbetert zelfs Nederlanders. Voor de eerste keer van de avond loopt de tent ook helemaal vol. Wanneer Michael Eugene Archer uiteindelijk het podium bestijgt, merk je meteen dat de man zichzelf niet meer hoeft te bewijzen. Uit horten en krochten leken dames tevoorschijn te komen om een oorverdovend gegil te produceren. Met een onnavolgbare swag geniet D’Angelo van deze aandacht en zet vervolgens een goede show neer die met momenten echter stilviel. En hoewel de bandleden dit gauw opvingen, heb ik toch mijn twijfels wanneer een bandlid vraagt aan het publiek om de naam D’Angelo te scanderen. Wie aanwezig was, kreeg een gevarieerde show te zien met hits als Brown Sugar van een muzikaal begaafd artiest die geen tekort aan hybris met zich meezeult. Zo spande de organisatie zich enorm in om het publiek ervan te weerhouden foto’s met flits te nemen, inclusief photobombing, op vraag van D’Angelo. De bad boy met engelenstem stelde niemand teleur maar STUFF wist, naar mijn mening, de beste act van de avond te leveren.



