Een bescheiden voorstel
Wie zich wil specialiseren in Freud of Feminist Studies zal zich moeten haasten, want binnenkort ondergaan heel wat universiteitsrichtingen drastische wijzigingen. Dat stelt een voorlopig ontwerp van de tweede fase in de onderwijshervorming.
Het rapport dat de regering gisteren vrijgaf, laat weinig aan de verbeelding over. Talloze richtingen aan de universiteiten van ons land worden grondig hervormd. Met name de zogenaamde ‘humane’ richtingen zullen zwaar getroffen worden door de herindeling van het Vlaamse onderwijslandschap. Die zullen in hun huidige vorm namelijk collectief overboord gekieperd worden en vervangen worden door een eenjarige interfacultaire master ‘Algemene Poseurwetenschappen’ (APW). Professor Oblomov van de Universiteit Hasselt zetelt in de commissie verantwoordelijk voor de beslissing: “In deze economisch onzekere tijden moeten we elke werkkracht mobiliseren om onze welvaart veilig te stellen. Iedereen weet dat de softe richtingen aan de unief traditioneel bevolkt worden door sujetten die je je ergste vijand nog niet als kind toewenst. Dat stelletje pseudo-intellectuele hippies, schooiers, dromers en fils à papa zal voortaan eerst een echt vak aangeleerd krijgen. Na hun eerste diploma kunnen de volhardende pedanteriken dan opteren voor een ManaMa in de APW. Kwestie van zich nog eens een laatste keer om te draaien in de warme, vochtige baarmoeder die de universiteit voor velen onder ons is.”
IJsjes
Hoe steekt die nieuwe master dan concreet in elkaar? Oblomov: “We zullen de essentie van elke richting samenvatten in enkele korte, maar krachtige snelcursussen. Geef toe, wat heeft de gemiddelde alfawetenschapper uiteindelijk opgestoken van dat vier jaar durende slempfeest annex orgie dat tegenwoordig voor een academische studie doorgaat? Ik zal het u zeggen, meneer. Indrukwekkende doch nietszeggende wetenschap van het bestaan van enkele grote namen, chlamydia, en een vaag begrip van de term ‘postmodernisme’. Die vergaarde kennis wordt daarna hoofdzakelijk ingezet om indruk te maken tijdens recepties en galerieopeningen. Met het oog op humide hipsterslipjes zullen de docenten dus uitsluitend korte overzichtjes aanbieden van alle grote namen in de diverse vrije kunsten. Op één naam binnen elk gebied zal telkens wat dieper ingegaan worden, zodat gesprekken desgewenst altijd in de juiste richting gestuurd kunnen worden. Meer specifiek zullen we ingaan op postmodernistische stadsromans, absurd theater, arthousefilms van voor 1968 en de abstracte kunst van de late Arne Quinze. Modern theater is toegestaan op voorwaarde dat de actrice die uit de kleren gaat niet ouder is dan tweeëndertig en een BMI heeft tussen de 19 en 25. En een schoon foef. Dat spreekt, quoi.”
“Als specialisatiemogelijkheid bieden we ook nog een subtraject radicale politieke ideologieën aan. Daarbij wordt in ieders smaakpallet voorzien. Wie een vuilniszak op vestimentair gebied avant-garde vindt, leren we toverwoorden als ‘productieverhouding’ en ‘klasse’. Nationalisten zullen paintballen in het Teutoburgerwald, terwijl op hetzelfde moment christendemocraten aan teambuilding doen door allemaal samen de rondspattende verf te proberen ontvluchten. De meer bemiddelde cursist mag zich dan weer verwachten aan een studiereis naar het Brusselse Ritz voor een lezing over Hayek, Ludwig von Mises of Frédéric Bastiat met aansluitend netwerkevenement. Met de groenen gaan we een ijsje eten in het park.”
Integratie en desintegratie
De professor vertrouwt ons toe dat er ook nog een hoger motief een rol heeft gespeeld: “Daarbovenop hebben we via deze geünificeerde opleiding pretentie een mooi overzicht van alle omhooggevallen cretins in Europa. (tevreden) Dat is heel handig. Wanneer in een afsluitende fase van de onderwijshervorming besloten wordt om ons volledig te ontdoen van de losers binnen onze maatschappij, zullen de gespecialiseerde eskaders vlot hun weg doorheen de huizen vinden.”
Volgens de professor is zijn controversiële voorstel geheel in lijn met de tot nu toe gevolgde koers: “Met de nakende integratie van hogeschoolopleidingen binnen de unief is het logisch dat er met werkingsmiddelen zal worden geschoven. Binnenkort zullen tolken en industrieel ingenieurs zich ook universitairen kunnen noemen, wat het prestige van die economisch interessante richtingen ongetwijfeld zal doen toenemen. We moeten dus prioriteiten stellen,” aldus Oblomov. “In dat opzicht zijn we volledig mee met de tijdgeest.”
Minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) was niet bereikbaar voor commentaar.

