Filmfestival: Armadillo
- editie
- 2010 online
- categorie
- film
Voor Armadillo ging filmbelofte Janus Metz embedded bij een groep Deense soldaten tijdens hun verblijf in Afghanistan. De documentaire maakt de strijd tegen de Taliban — op z’n zachtst gezegd — bloedstollend concreet.
De soldaten vertrekken begin 2009 voor een zes maanden durende missie naar Camp Armadillo, een Brits-Deense legerbasis in de zuidelijke provincie Helmand. (En nee, Pieter, ‘armadillo’ is geen Afghaans voor ‘oorlogje’.) 800 meter scheidt hen van de Taliban. Tijdens de eerste patrouille — een ommetje rond de basis — wordt meteen duidelijk hoe absurd de situatie is. Hoogtechnologisch bewapende mannen in camouflagepakken ploegen door schrale akkers en blazen te pas en te onpas een muur op om een beter uitzicht te hebben, terwijl spelende kinderen hen snoepgoed proberen te ontfutselen. Het vertrouwen, dat is wankel: “Misschien verbergen ze wel een mijn.”
Opvallend: als toeschouwer déél je die paranoia. Dat is misschien wel het sterkste aan de hele documentaire: Armadillo is geen politiek pamflet voor of tegen de oorlog. Zoals Metz zelf zegt in een interview met The Guardian: “Maybe the soldiers don’t even know themselves what was going on.” Hoewel je je als buitenstaander zeker vragen kunt (en moet) stellen bij de acties van het peloton, lijken extreme situaties nu eenmaal extreme daden uit te lokken. In een verrassend sobere stijl — geen dramatische commentaarstem, langgerekte interviews of visuele plaisanterietjes — toont de film vooral hoe de soldaten gevangen raken in een perverse oorlogslogica en wat gevechten op leven en dood doen met een mens.
Dat wil niet zeggen dat de beelden een pretje zijn: in Denemarken ontstond zelfs een run on the cinema nadat de Deense minister van Defensie, die de documentaire in avant-première te zien kreeg, een onderzoek instelde naar de inmiddels veelbesproken man-op-man confrontatie met een vijftal Talibanstrijders, waarin eufemismen als ‘neutraliseren’ toch vooral synoniem lijken te staan voor ‘liquideren’. Want ook dat is Armadillo: de film vertaalt de hoogdravende discussies over de legitimiteit van de oorlog en het Afghaanse draagvlak voor de Taliban naar zeer concrete situaties. Zoals de boer die liever geen info geeft over de locatie van Talibankrijgers, minder uit overtuiging dan wel uit schrik voor represailles: “Jullie hebben wapens, zij hebben wapens, ik ben de pineut.”
Op die manier verlaat je de zaal wellicht met meer vragen dan bij aankomst. Vragen over het nut van de oorlog en, jawel, over de menselijke aard zelve. Waarom de jongemannen soldaat wilden worden, blijft bijvoorbeeld dubieus. “Voor de ervaring.” “Voor de team-spirit.” En ook wel: “Voor de kick.” Dat is misschien wel meer verontrustend dan de patriottische antwoorden die we uit de VS gewoon zijn. Vredesmissies zijn voor mietjes, zo lijkt het wel. Maar ook als toeschouwer ga je niet vrijuit. Want wil ik dit niet zien? Zit ik net als de soldaten niet te wachten op een actiemoment? Toch is er ook hoop: hebben pessimisten het graag over de toenemende devaluatie van geweld in games en films, dan is het op een bizarre manier ‘geruststellend’ dat een échte oorlogssituatie een schokkende ervaring blijft, zelfs voor beroepsmilitairen.
Tot slot is Armadillo — verrassend genoeg niet uitverkocht op het filmfestival — ook een verhaal dat we kennen. Een verhaal waarin gemoord zal worden en getwijfeld. Waarin mensen hun benen zullen verliezen, en soms hun leven. En waarin de meerderheid van de gevolgde soldaten achteraf zal verklaren in 2011 terug naar Afghanistan te willen gaan. Guess the point of the story is in the telling.
Trommel al je pacifistische vrienden op en ga op zaterdag 23/10 om 17u30 naar de vertoning van Armadillo in de Domzaal van de Vooruit. De film wordt in het najaar van 2011 ook door coproducent VPRO uitgezonden in Holland Doc.


Reacties
Ik heb Armadillo bekeken,
Op 10 januari 2011 om 13:47 door HansIk heb Armadillo bekeken, het is een aanrader